wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

M1 Transformaties (QUIZS)

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een dekpunt?

a)

Een punt dat op de spiegelas ligt en zichzelf als beeld heeft.

b)

Een punt dat altijd buiten de spiegelas ligt.

c)

Een punt dat alleen zichtbaar is met een vergrootglas.

d)

Een punt dat de afstand tussen twee spiegels meet.

2.

Hoe lees je de volgende notatie? t MNt\ \overrightarrow{MN} (IJKL) = MNOP

a)

MNOP is het beeld van vierhoek door de translatie (= verschuiving) volgens de vector MN

b)

MNOP is het beeld van vierhoek door de rotatie volgens de vector MN

c)

MNOP is het beeld van vierhoek door de reflectie volgens de vector MN

d)

MNOP is het beeld van vierhoek door de schaling volgens de vector MN

3.

Wat bepaalt een vector?

a)

Richting (horizontaal/verticaal/schuin)

b)

Zin (=pijl, bv. Van links naar rechts)

c)

Grootte (afstand van het lijnstuk)

d)

Kleur (rood/groen/blauw)

4.

Hoe draai je als je een positieve hoek hebt?

a)

Dan draai je in tegenwijzerzin.

b)

Dan draai je met de klok mee.

c)

Dan draai je niet.

d)

Dan draai je willekeurig.

5.

Hoe draai je als je een negatieve hoek hebt?

a)

Dan draai je in wijzerzin.

b)

Dan draai je in tegenwijzerzin.

c)

Dan draai je niet.

d)

Dan draai je 90 graden.

6.

Hoe lees je de volgende notatie? r(O, -90°) (IJKL) = QRST

a)

QRST is het beeld van IJKL door een rotatie met centrum O over een hoek van 90° in wijzerzin.

b)

QRST is het beeld van IJKL door een reflectie over de lijn O.

c)

QRST is het beeld van IJKL door een translatie van 90° naar rechts.

d)

QRST is het beeld van IJKL door een rotatie met centrum O over een hoek van 90° tegen de wijzerzin.

7.

Als een cirkel verdeelt is in 6 delen over welke hoekgrootte draai je dan?

a)

30°

b)

45°

c)

60°

d)

90°

8.

Is @@\overrightarrow{AB}@@ gelijk aan @@\overrightarrow{BA}@@?

a)

Ja, ze zijn gelijk.

b)

Nee, de richting en de grootte is hetzelfde, maar de zin is anders.

c)

Ja, ze zijn gelijk in grootte maar niet in richting.

d)

Nee, ze zijn verschillend in grootte.

9.

Hoe lees je de volgende notatie?

S O (IJKL) = UVWX

a)

UVWX is het beeld van IJKL door een puntspiegeling om het punt O.

b)

UVWX is de som van de punten IJKL en O.

c)

UVWX is het resultaat van een rotatie van IJKL om het punt O.

d)

UVWX is de reflectie van IJKL over de lijn die door O gaat.

10.

1) Gelijke afstand tot spiegelas 2) Loodrecht op de spiegelas

a)

1) Gelijke afstand tot spiegelas

b)

2) Loodrecht op de spiegelas

c)

3) Ongelijke afstand tot spiegelas

d)

4) Parallel aan de spiegelas

11.

Hoe lees je de volgende notatie? Sa(ABC)=DEF

a)

DEF is het beeld van ABC door de spiegeling om de a-as

b)

DEF is het beeld van ABC door de rotatie om de a-as

c)

DEF is het beeld van ABC door de translatie langs de a-as

d)

DEF is het beeld van ABC door de reflectie om de b-as

12.

Wat zijn congruente figuren?

a)

Dit zijn 2 vlakke figuren die dezelfde vorm + grootte hebben.

b)

Dit zijn 2 figuren die alleen dezelfde kleur hebben.

c)

Dit zijn 2 figuren die in verschillende maten zijn.

d)

Dit zijn 2 figuren die alleen dezelfde lijn hebben.

13.

Aan wat is een puntspiegeling gelijk?

a)

Een puntspiegeling is hetzelfde als een rotatie (= draaiing) over een hoek van 180° of -180°

b)

Een puntspiegeling is hetzelfde als een reflectie over een lijn.

c)

Een puntspiegeling is hetzelfde als een translatie over een bepaalde afstand.

d)

Een puntspiegeling is hetzelfde als een schaling van een figuur.

14.

Welke rotatie is hetzelfde als r(O, -210°)?

a)

r (O, 150°) dan draai je in tegenwijzerzin.

b)

r (O, 210°) dan draai je met de klok mee.

c)

r (O, -150°) dan draai je in tegenwijzerzin.

d)

r (O, 30°) dan draai je met de klok mee.