wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

NASK1 LJ3 Periode 1

Total questions: 43

Worksheet time: 43mins

Name
Class
Date
1.

Welke eenheid hoort bij volume

a)

cm

b)

L

c)

kg

d)

K

2.

Wat is de massa?

Volume = 32,0 cm3

Dichtheid = 2,90 g/cm3

ρ=mV\rho=\frac{m}{V}  

(antwoord,spatie,eenheid uitgeschreven)

(a)  

3.

Het symbool voor massa is:

a)

N

b)

m

c)

M

d)

Kg

4.

De eenheid van druk (p) is ....

a)

Liter/m2

b)

Pa

c)

°C

d)

Newton

5.

Wat is het symbool voor druk?

a)

Pa

b)

N/m2

c)

P

d)

F

6.

3. Welke van de onderstaande formules is de formule voor druk ?

a)

p = m / a

b)

p = F / a

c)

p = F / A

d)

p = m / A

7.

De eenheid van A is

a)

Pa

b)

N

c)

m2

d)

N/m2

8.

De luchtdruk kan worden gemeten met een

a)

anemometer

b)

hygrometer

c)

thermometer

d)

barometer

9.

1 mPa

a)

is 1 mega Pasdcal

b)

1 milli Pascal

c)

1 micro Pascal

d)

1 meter Pascal

10.

We gaan in een luchtballon om hoog en meten de luchtdruk, we zien dan de de druk

a)

stijgt

b)

gelijk blijft

c)

daalt

d)

0 mbar is omdat we met de lucht omhoog gaan

11.

Een manometer meet de

a)

hoeveelheid stofdeeltje in verband met hooikoorts

b)

overdruk in bijvoorbeeld een winkelgebied

c)

overdruk in bijvoorbeeld een fietsband

d)

onderdruk in een manage

12.

Welke formule is niet correct?

a)

F = p . A

b)

A = F : p

c)

A = p : F

13.

Je kan de druk vergroten door....

a)

het oppervlakte te vergroten

b)

het oppervlakte te verkleinen

c)

de kracht te verkleinen

14.

Met welke van de volgende formules kun je de oppervlakte meten?

a)

A = F . p

b)

A= m . p

c)

A = F : p

d)

A = p . F

15.

Wat is het symbool voor de eenheid van kracht?

a)

Pa

b)

p

c)

F

d)

A

e)

N

16.

Vier identieke blokken worden op drie manieren gestapeld.

Bij welke opstelling is de totale massa het grootste?

a)

Opstelling A

b)

Opstelling B

c)

Opstelling C

d)

De totale massa is bij elke opstelling gelijk.

17.

Vier identieke blokken worden op drie manieren gestapeld.

Bij welke opstelling is het (contact)oppervlak het grootste?

a)

Opstelling A

b)

Opstelling B

c)

Opstelling C

d)

Het (contact)oppervlak is bij elke opstelling gelijk.

18.

Eenzelfde baksteen wordt op twee manieren op een spons gelegd.

Welke opstelling zorgt voor het meeste druk?

a)

Opstelling A

b)

Opstelling B

c)

Het is dezelfde baksteen, dus de druk is bij beide opstellingen gelijk.

19.
de eenheid van kracht is
a)
Newton
b)
Joule
c)
Kelvin
d)
Tesla
20.

Het smeltpunt van water is

a)

0 ℃

b)

1 ℃

c)

100 ℃

d)

273 ℃

21.

Hoe is een waterdeeltje (H2O) opgebouwd?

a)

Uit 2 waterstofatomen en 1 zuurstofatoom

b)

Uit 1 waterstofatoom en 2 zuurstofatomen

c)

Uit 2 waterstofmoleculen en 1 zuurstofmolecuul

d)

Uit 1 waterstofmolecuul en 2 zuurstofmoleculen

22.

In welke fase bewegen moleculen het meeste?

a)

In de vaste fase

b)

In de vloeibare fase

c)

In de gasvormige fase

23.

Hoeveel graden Celsius is het absolute nulpunt?

(a)  

24.

Hoeveel graden Celsius is 189 K?

(a)  

25.

Hoeveel Kelvin is 1 graden Celsius?

(a)  

26.

De faseovergang van vloeibaar naar gas heet

(a)  

27.

De faseovergang van vast naar gas heet

(a)  

28.

gram is een eenheid die hoort bij de grootheid

a)

massa

b)

volume

c)

dichtheid

d)

temperatuur

29.

1 cm3 = 1 ml

a)

dit is juist

b)

dit is onjuist

c)

dat kun je niet zeggen want cm3 heeft niks te maken met ml

30.

Een houten kist heeft de volgende afmetingen: 30 cm, bij 15 cm, bij 24 cm. Deze kist weegt 6264 gram. Bereken de dichtheid.

a)

0,58 g/cm3

b)

432 216 g/cm3

c)

90,8 g/cm3

d)

1,7 g/cm3

31.

Welk van deze blokje is het zwaarst?

a)

goud

b)

aluminium

c)

lood

32.

Welk van deze blokjes is het grootst?

a)

goud

b)

aluminium

c)

lood

33.

welk van deze blokjes heeft de grootste dichtheid?

a)

goud

b)

aluminium

c)

lood

34.
Hoe bereken je van een voorwerp de dichtheid?
a)
Gewicht delen door volume
b)
Massa delen door volume
c)
Volume vermenigvuldigen met massa
d)
Opzoeken in het BINAS
35.
Geef een voorbeeld van een stof die je kan herkennen aan de geur.
a)
IJzer
b)
Steen
c)
Vuur
d)
Benzine
36.
Op 23 augustus 1944 werd de hoogste temperatuur ooit gemeten in Nederland. Het was toen in Warnsveld 38,6 graden Celsius.
Wat is de eenheid in bovenstaande zin?
a)
temperatuur
b)
warmte
c)
graden Celsius
d)
afstand
37.

Het volume van een onregelmatig voorwerp bereken je met:

a)

Onderdompelmethode

b)

V = lbhV\ =\ l\cdot b\cdot h  

c)

V = πr2hV\ =\ \pi\cdot r^2\cdot h  

38.

Volume en inhoud gebruiken dezelfde eenheden.

a)

True

b)

False

39.

Een houten kist heeft de volgende afmetingen: 30 cm, bij 15 cm, bij 24 cm. Deze kist weegt 6264 gram. Bereken de dichtheid.

a)

0,58 g/cm3

b)

432 216 g/cm3

c)

90,8 g/cm3

d)

1,7 g/cm3

40.

Een doosje van piepschuim heeft een volume van 69 cm3, deze heeft een dichtheid van 0,04 g/cm3.

Bereken de massa van het doosje.

a)

35,6 gram

b)

0,00058 gram

c)

1725 gram

d)

2,76 gram

41.

35 gram = ... kilogram

a)

35000 kg

b)

0,035 kg

c)

350 kg

d)

3,5 kg

42.

Bereken de dichtheid:

Blokje van 12,0 cm bij 2,00 cm bij 1,20 dm

massa = 3254,4 gram

ρ=mV\rho=\frac{m}{V}  

(antwoord,spatie,eenheid)

(a)  

43.

Dichtheid:

Volume = 12 cm3

massa = 33 gram

ρ=mV\rho=\frac{m}{V}  

(antwoord,spatie,eenheid)

(a)