wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Start opdracht H4 na 1.2

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Waarom vluchten de mensen vanuit Latijns-Amerika naar de VS?

a)
Hogere lonen in Latijns-Amerika
b)
Verbeterde onderwijsmogelijkheden
c)
Toeristische attracties in de VS
d)

Geweld, armoede

2.

Waarom is de grens tussen Mexico en de VS zo gevaarlijk?

a)
De grens is veilig door strenge wetgeving.
b)
De grens is veilig door goede samenwerking.
c)

De grens is gevaarlijk door strenge grenscontroles en een grote woestijn.

d)
De grens is gevaarlijk door natuurrampen.
3.

Komen alle migranten veilig in de VS aan?

a)
Ja, alle migranten komen veilig aan.
b)
Nee, niet alle migranten komen veilig in de VS aan.
c)
Slechts een paar migranten hebben problemen.
d)
De meeste migranten komen veilig aan.
4.

Wat is het BBP, bruto binnenlands product?

a)
Het BBP is de totale waarde van alle geïmporteerde goederen en diensten.
b)
Het BBP is de som van de belastinginkomsten van een land.
c)
Het BBP is de totale waarde van alle geproduceerde goederen en diensten binnen een land.
d)
Het BBP is de waarde van alle onroerende goederen in een land.
5.

Wat wordt er bedoelt met de koopkracht?

a)
De koopkracht is de hoeveelheid geld die iemand verdient.
b)
De koopkracht is de waarde van het inkomen in termen van wat men ermee kan kopen.
c)
De koopkracht is het totale inkomen van een persoon.
d)
De koopkracht is de prijs van goederen in de winkel.
6.

Waarom is het niet handig om landen alleen te vergelijken aan de hand van het BBP?

a)

Het BBP geeft geen volledig beeld van de levensstandaard en welzijn van de bevolking. Het is een gemiddelde.

b)
Het BBP houdt rekening met de verdeling van rijkdom binnen een land.
c)
Landen met een hoog BBP hebben altijd een hoge levensstandaard.
d)
Het BBP is de enige maatstaf voor economische groei.
7.

Welke drie soorten landen onderscheiden wij in ons wereldsysteem?

a)
verarmde landen
b)

Centrum

Semi-periferie

Periferie

c)
ontwikkelde landen, opkomende landen, ontwikkelingslanden
d)
ontwikkelde regio's
8.

Wat bedoelen we met het begrip bevolkingsdichtheid?

a)
Bevolkingsdichtheid is het aantal inwoners per oppervlakte-eenheid.
b)
Bevolkingsdichtheid is het aantal huizen per vierkante kilometer.
c)
Bevolkingsdichtheid verwijst naar de leeftijdsverdeling van de bevolking.
d)
Bevolkingsdichtheid is de totale bevolking van een land.
9.

Welke elementen horen NIET bij een cultuur?

a)
Fysieke objecten en natuurlijke fenomenen zonder sociale betekenis.
b)
Religieuze overtuigingen en rituelen.
c)
Taal en communicatievormen.
d)
Tradities en gewoonten binnen een gemeenschap.
10.

Wat is het demografische transitiemodel?

a)
Een theorie over de invloed van klimaatverandering op migratie.
b)
Een model dat alleen de economische groei beschrijft.
c)
Een statistische methode voor het voorspellen van beurskoersen.
d)

Een model dat de veranderingen in bevolkingsdynamiek beschrijft, van hoge naar lage geboorten en sterfte.