wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz pas in de klas

Total questions: 16

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Wat is dit?

a)

de balpen

b)

de pen

c)

het potlood

d)

de stift

2.

Welke zin is juist?

a)

Ik schrijf met de schaar.

b)

Ik knip met de lijm.

c)

Ik meet met de lat.

d)

Ik teken met de plakband.

3.

Welke zin is fout?

a)

Ik schrijf met de balpen.

b)

Ik plak met de lijm.

c)

Ik knip met de schaar.

d)

Ik niet met de perforator.

4.

De jongens (a)   met de balpen.

5.

Het meisje (a)   met de schaar.

6.

De leerlingen tekenen met (a)   .

7.

Waar staat de leerkracht?

a)

in de kast

b)

op de stoel

c)

naast de leerling

d)

onder de tafel

8.

De jassen hangen (a)   de kapstok.

9.

De jongen zit (a)   de stoel.

10.

Met een (a)   kan ik een potlood slijpen.

11.

De vlag van Turkije is (a)   (kleur.)

12.

De T-shirt van de jongen is (a)   (kleur).

13.

Wat is dit?

a)

plandband

b)

plakband

c)

plankband

d)

platband

14-18.

De Schooldag van Tim

Tim is een leerling van 12 jaar. Hij gaat elke dag naar school. Hij heeft een rugzak vol met schoolspullen. In zijn tas zitten boeken en schriften. Tim heeft ook pennen en potloden nodig om te schrijven. Hij vergeet nooit zijn gom en zijn lat.

In de klas zit Tim aan zijn tafel. Hij legt zijn boeken en schriften netjes neer. De leerkracht geeft lesmateriaal aan de leerlingen. Tim luistert goed naar de leerkracht. Hij schrijft nieuwe woorden in zijn schrift.

Tim heeft veel vrienden op school. Ze spelen samen in de pauze. Tim vindt het leuk om met zijn vrienden te leren, daarom komt Tim graag naar school.

14.

Wat heeft Tim altijd bij zich in zijn rugzak?

a)

Boeken en schriften

b)

Speelgoed

c)

Eten en drinken

d)

Sportkleding

15.

Wat doet Tim als hij in de klas zit?

a)

Hij legt zijn boeken en schriften netjes neer

b)

Hij speelt met zijn vrienden

c)

Hij eet zijn lunch

d)

Hij slaapt

16.

Wat doet Tim tijdens de pauze?

a)

Hij speelt met zijn vrienden

b)

Hij maakt aantekeningen

c)

Hij luistert naar de leraar

d)

Hij leest boeken

17.

Wat vergeet Tim nooit mee te nemen naar school?

a)

Gum en liniaal

b)

Lunchbox

c)

Sportkleding

d)

Rekenmachine

18.

Waarom vindt Tim school een fijne plek?

a)

Hij vindt het leuk om met zijn vrienden te leren

b)

Hij krijgt veel huiswerk

c)

Hij kan de hele dag spelen

d)

Hij hoeft niet te luisteren naar de leraar

19.

Wat is dit?

a)

de schaar

b)

het schaar

c)

de schar

d)

de shcaar

20.

Met mijn balpen kan ik (a)   .