wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H1.1 tm H1.3 2bk Vlakke figuren

Total questions: 43

Worksheet time: 4hrs 35mins

Name
Class
Date
1.

Een driehoek waarbij 2 zijden gelijk zijn is een .............................

a)

gelijkzijdige driehoek.

b)

gelijkbenige driehoek.

c)

rechthoekige driehoek.

2.

hoeveel diemensie(n) heef vlakke figuren

a)

1D

b)

2D

c)

3D

3.

Kijk het plaatje hiernaast.

Welke figuren zijn vlakke figuren?

a)

1, 2, 3, 5, 7en 8

b)

1, 2, 6, 8 en 10

c)

3, 4, 5, 7 en 9

d)

3, 4, 5, 7 en 8

4.

Welke bewering is waar?

a)

de pijltje betekent dat die twee zijden even lang zijn.

b)

de pijltjes betekent dat die twee zijden evenwijdig zijn.

c)

de pijltjes betekent dat die twee zijde naar recht gaat.

5.

Wat is de naam van deze soort driehoek?

(a)  

6.

Wat is de naam van deze vlakke figuur?

(a)  

7.



(a)  

8.

Welke bewering is juist.

a)

ruit:

heeft rechte hoeken

b)

ruit:

de hoeken zijn even groot

c)

ruit:

alle zijde zijn even lang.

d)

ruit:

de overstaande hoeken zijn even groot

9.

Welke bewering is juist.

a)

één diagonaal is de symmetrie as van een vlieger.

b)

de diagonalen zijn even lang.

c)

de diagonalen zijn de symmetrie as van een vlieger.

10.

bereken C\angle C  .

(a)  

11.

Bereken Q\angle Q  .

(a)  

12.

In ΔABC\Delta ABC  is gegeven dat C=30°\angle C=30\degree  

Bereken A\angle A  .

a)

165°165\degree  

b)

150°150\degree  

c)

75°75\degree  

d)

60°60\degree  

13.

Wat zijn alle eigenschappen van een gelijkzijdige driehoek?

a)

alle zijden zijn even lang

b)

twee paar even lange zijden

c)

twee paar evenwijdige zijden

d)

alle hoeken zijn even groot

14.

Wat is een gelijkbenige rechthoekige driehoek?

a)
b)
c)
d)
15.

Welke 2 bijzondere driehoeken zie je in dit plaatje?

a)

gelijkzijdige driehoeken

b)

rechthoekige driehoeken

c)

gelijkbenige driehoeken

16.

Welke driehoek heeft hier 3 symmetrieassen?

a)
b)
c)
17.

De hoeken in een driehoek zijn samen … (a)   graden

18.

Bereken  A.\angle A.  

(a)  

19.

Bereken A1\angle A_1 .

(a)  

20.

A\angle A is (a)   graden

21.

welke soort driehoek is hier afgebeeld?

a)

gelijkzijdige driehoek

b)

gelijkbenige driehoek

c)

scherphoekige driehoek

d)

rechthoekige driehoek

22.

welke soort driehoek is hier afgebeeld?

a)

gelijkzijdige driehoek

b)

gelijkbenige driehoek

c)

scherphoekige driehoek

d)

stomphoekige driehoek

23.

welke soort driehoek is hier afgebeeld?

a)

gelijkzijdige driehoek

b)

gelijkbenige driehoek

c)

ongelijkbenige driehoek

24.

Welke driehoek is hier afgebeeld?

a)

gelijkzijdige driehoek

b)

gelijkbenige driehoek

c)

rechthoekige driehoek

25.

Een vierhoek is ...

a)

een vlakke figuur gevormd door vier hoeken en vier zijden.

b)

een figuur met vier hoeken.

c)

een vlakke figuur met drie hoeken en drie zijden.

d)

een ruimtefiguur met vier hoeken en vier zijden.

26.

Welke vierhoek herken je in de afbeelding? (zwarte, beige en witte vierhoeken)

a)

Vierkanten

b)

Parallellogrammen

c)

Ruiten

d)

Rechthoeken

27.

Welke vierhoeken herken je in de vlag van Brazilië?

a)

Ruit

b)

Rechthoek

c)

Trapezium

d)

Parallellogram

28.

Hoeveel graden is een gestrekte hoek

(a)  

29.

Welke eigenschappen hebben de diagonalen in de vlieger?

a)

Het zijn symmetrieassen

b)

Ze zijn even lang

c)

ze kruizen elkaar in het midden

d)

Ze staan loodrecht op elkaar

30.

Welke vierhoeken zie je hier? Meerdere antwoorden mogelijk...

a)

Ruit

b)

Vierkant

c)

Parallellogram

d)

Vlieger

e)

rechthoek

31.

Hoe veel symmetrieassen heeft deze figuur

a)

0

b)

1

c)

2

32.

Hoe heet dit figuur?

a)

driehoek

b)

vierhoek

c)

vijfhoek

d)

zeshoek

33.

en dit figuur?

a)

vijfhoek

b)

zeshoek

c)

zevenhoek

d)

achthoek

34.

en dit figuur?

a)

zevenhoek

b)

achthoek

c)

negenhoek

d)

tienhoek

35.

Hoe heet dit figuur?

a)

driehoek

b)

vierhoek

c)

vijfhoek

d)

zeshoek

36.

hoe heet deze? (meer antwoorden mogelijk)

a)

vierhoek

b)

vierkant

c)

rechthoek

d)

parallellogram

37.

Hoeveel graden is hoek C?

a)

90 graden

b)

30 graden

c)

180 graden

d)

40 graden

38.

Bereken de hoek met het vraagteken.

a)

117°

b)

69°

c)

63°

d)

243°

39.

Bereken de hoek met het vraagteken.

a)

68°

b)

158°

c)

248°

d)

112°

40.

Hoe groot is hoek D?

a)

hoek D = 36o

b)

hoek D = 60o

c)

hoek D = 45o

d)

hoek D = 360 - 84 - 60 = 216o

41.

Hoe groot is hoek B?

a)

hoek B = 100o

b)

hoek B = 900

c)

hoek B = 80o

d)

hoek B = 70o

42.
Hoeveel graden is hoek B?
a)
30 graden
b)
70 graden
c)
90 graden
d)
dat kun je niet weten
43.

Hoeveel graden is hoek C?

a)

40 graden

b)

70 graden

c)

30 graden

d)

dat kun je niet weten