wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

T1OV3 Oefeningen bbp, bnp, nationaal inkomen

Total questions: 5

Worksheet time: 3mins

Name
Class
Date
1.

De winst van een Belgische chocolademaker die een fabriek heeft in Canada, telt mee in:

a)

Het Belgische bbp

b)

Het Belgische bnp

c)

Het Belgisch nationaal inkomen

d)

Zowel bnp als nationaal inkomen

2.

Een Franse autofabriek produceert in Gent. De productie telt mee in:

a)

Het Belgische bbp

b)

Het Belgische bnp

c)

Het Belgische nationaal inkomen

d)

Zowel bnp als nationaal inkomen

3.

Wat is het verschil tussen het bbp en het bnp van een land?

a)

Het bbp kijkt naar wie produceert, het bnp naar waar geproduceerd wordt.

b)

Het bbp kijkt naar waar geproduceerd wordt, het bnp naar wie produceert.

c)

Er is geen verschil.

d)

Het bnp is altijd groter dan het bbp.

4.

Welke correctie moet je uitvoeren om van het bnp naar het nationaal inkomen te gaan?

a)

Afschrijvingen en belastingen aftrekken, subsidies optellen.

b)

Buitenlandse inkomens optellen en aftrekken.

c)

Alleen subsidies optellen.

d)

Alleen belastingen aftrekken.

5.

Welke van onderstaande voorbeelden hoort bij het nationaal inkomen van België?

a)

De winst die een Duitse multinational maakt in België en terugstort naar Duitsland.

b)

Het loon van een Belgische werknemer die in Nederland werkt.

c)

De totale productie binnen België, ongeacht wie de eigenaar is.

d)

De waarde van alle exportproducten.