wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4HV omzet, winst en kosten 2

Total questions: 14

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Koppel aan elkaar

a)

Omzet (TO) =

1.

P x Q

b)

TK =

2.

TVK + TCK

c)

TW =

3.

TO - TK

d)

GW =

4.

GO - GTK

e)

Breakevenpunt

5.

TO = TK

2.

TO = 500q.
Wat is de prijs?

(a)  

3.

Een ijssalon verkoopt vandaag 250 ijsjes. De prijs van een bolletje ijs is € 1,50.
Bereken de omzet.

(a)  

4.

Wat is de afzet?

a)

De totale opbrengst. Het geld wat de klanten betalen

b)

Afzet is een ander worod voor winst

c)

Het aantal verkochte producten (q)

d)

Afzet is een ander woord voor omzet

5.

Organiseer deze opties in de juiste categorieën:

Categorize the following

Huur

loonkosten van personeel met een vast contract

Grondstoffen van producten die je verkoopt

loonkosten van uitzendkrachten

benzinekosten

wegenbelasting

Constante kosten
Variabele kosten
6.

TO = 40q
TK = 30q + 400
De verkoopprijs is hier

a)

40

b)

30

c)

400

d)

10

7.

TO = 40q
TK = 30q + 400
Er worden 200 producten verkocht.
De variabele kosten per stuk zijn hier:

a)

40

b)

30

c)

400

d)

10

8.

TO = 40q
TK = 30q + 400
Er worden 200 producten verkocht.
De totale constante kosten zijn hier

a)

40

b)

30

c)

400

d)

10

9.

TO = 40q
TK = 30q + 400
Er worden 200 producten verkocht.
De gemiddelde constante kosten zijn hier

a)

2

b)

200

c)

400

d)

30

10.

TO = 40q
TK = 30q + 400
Er worden 200 producten verkocht.
De totale winst is...

a)

10

b)

1600

c)

400

d)

2000

11.

TO = 40q
TK = 30q + 400
Er worden 200 producten verkocht.
Bereken de totale kosten

a)

6400

b)

1600

c)

400

d)

2000

12.

TO = 40q
TK = 30q + 400
Er worden 200 producten verkocht.
Bij wel aantal verkochte producten is er sprake van breakeven (geen winst en geen verlies)

a)

40

b)

Er wordt altijd winst gemaakt

c)

400

d)

80

13.

Er worden 200 producten verkocht. De totale opbrengst is €4.000
Wat is de verkoopprijs?

(a)  

14.

De totale opbrengst is €7.500, de verkoopprijs is €30.
Wat is de afzet (het aantal verkochte producten)?

(a)