wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

NVKF dosimetrie dag

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het belangrijkste verschil tussen NCS5 en NCS18?

a)

NCS5 gaat over de mechanische testen van lineaire versnellers, terwijl NCS18 betrekking heeft op de dosimetrische testen.

b)

NCS18 is ook van toepassing op IMRT-velden, NCS5 niet.

c)

NCS5 beschrijft een kalibratie in water, NCS18 beschrijft ook het gebruik van een solid fantoom voor de kalibratieprocedure.

d)

In NCS18 wordt de kalibratieprocedure in water uitgevoerd, terwijl in NCS5 dit in lucht gebeurt.

2.

Hoe vaak moet je een secundaire standard laten kalibreren volgens NCS18?

a)

Er worden geen specifieke aanbevelingen gedaan over de frequentie van de kalibratieprocedure in NCS18.

b)

1 keer per 2 jaar.

c)

1 keer per jaar.

d)

Alleen bij de commissioning van een nieuwe lineaire versneller.

3.

Kq is een correctiefactor die wordt gebruikt in NCS18. Waarom wordt Kq gebruikt?

a)

Compensatie voor de elektronencontaminatie op Dmax.

b)

Kalibratie voor dose-rate-effecten.

c)

Correctie van de Q-collectie-efficiëntie.

d)

Conversie van de beam quality van de kalibratiebundel naar een andere beam quality.

4.

Wat is een typische waarde van Kq voor een 6MV bundel?

a)

0.5

b)

0.8

c)

0.99

d)

1.11

5.

Waar ligt het effectieve meetpunt van een CC13 volgens NCS18?

a)

In het centrum van de kamer.

b)

Op het oppervlak van de kamer.

c)

Proximaal van het centrum van de kamer.

d)

Het is afhankelijk van de energie.

6.

Wat is het typische effect van het gebruiken van 150V in plaats van 400V voor een Farmer-kamer?

a)

De gemeten lading blijft gelijk.

b)

De gemeten lading wordt kleiner.

c)

De gemeten lading wordt groter.

d)

Het effect is afhankelijk van de energie.

7.

Een Farmer-kamer wordt gebruikt voor de outputkalibratie van een 5x5 mm² veld. Wat zou het effect zijn voor een patiënt die met dat 5x5 mm² veld wordt bestraald?

a)

De patiënt krijgt te veel dosis.

b)

De patiënt krijgt te weinig dosis.

c)

De patiënt krijgt de juiste dosis.

d)

De patiënt krijgt de juiste dosis, mits de meting wordt gecorrigeerd met de Ks.

8.

Om mee te doen bij een EORTC trial, moet een extern dosimetrische audit gerealiseerd worden, hoe vaak?

a)

Allen een keer bij het begin van de eerste trial

b)

Aan het begin van elke trial

c)

Elke twee jaar voor elke trial apart

d)

Elke twee jaar voor alle trials samen

9.

Wat is een goed reden om een diode als detector te gebruiken?

a)

Het veld is te groot voor een ionisatie kamer

b)

Een diode is minder energie afhankelijk dan een ionisatie kamer

c)

Een kleine diode geeft meer signaal dan een kleine ionisatie kamer

d)

Een diode verloopt minder dan een ionisatie kamer

10.

Welk van de stellingen over filmdosimetrie is niet waar?

a)

Bij introductie van IMRT werd filmdosimetrie vaak gebruikt voor patiëntgebonden QA

b)

Het aanbevolen moment voor het uitlezen van EBT3 films is 24 uur na bestraling

c)

Een standard lineaire kalibratie wordt gebruikt voor de conversie van Optical Density naar Gy

d)

De film wordt gebruikt in een fantoom met voldoende buildup