Worksheetsmotor componenten
Total questions: 20
Worksheet time: 7mins
Name
Class
Date
1.
Wat is de functie van de torsietrillingsdemper?
a)
Het dempt torsietrillingen vanuit de krukas die via de multiriem worden doorgegeven.
b)
Het verhoogt het motorvermogen.
c)
Het koelt de krukas.
d)
Het smeert de lagers van de krukas.
2.
Waar bevindt de torsietrillingsdemper zich meestal?
a)
Op de plaats van de krukaspoelie.
b)
Aan het vliegwiel.
c)
In de cilinderkop.
d)
Tussen de drijfstangen.
3.
Waaruit bestaat een torsietrillingsdemper?
a)
Een binnenring, een buitenring en een rubber dempingslaag.
b)
Twee metalen platen zonder demping.
c)
Alleen een stalen veer.
d)
Een vloeistofkamer met olie.
4.
Wat gebeurt er met de krukas tijdens de arbeidsslag?
a)
De krukas wordt getordeerd door de kracht van de zuiger.
b)
De krukas staat stil.
c)
De krukas beweegt op en neer.
d)
De krukas drukt de zuiger naar boven.
5.
Wat veroorzaakt torsietrillingen in de krukas?
a)
De wisselende krachten tijdens de arbeidsslagen.
b)
Onbalans in het vliegwiel.
c)
Slechte smering van de lagers.
d)
Te lichte zuigers.
6.
Wat is de functie van de drijfstang?
a)
De kracht van de zuiger overbrengen op de krukas.
b)
De kleppen openen en sluiten.
c)
De zuigerveren aandrukken.
d)
De brandstof inspuiten.
7.
Wat gebeurt er tijdens de arbeidsslag in een viertaktmotor?
a)
De uitlaatklep opent en verbrande gassen stromen weg.
b)
De zuiger beweegt omhoog om het mengsel samen te drukken.
c)
De inlaatklep opent en lucht stroomt de cilinder in.
d)
Het brandstof-luchtmengsel ontsteekt en duwt de zuiger naar beneden.
8.
Waaruit bestaat de onderzijde van de drijfstang?
a)
Een drijfstangvoet met lagerschalen en een drijfstanglagerkap.
b)
Een vaste verbinding zonder lagers.
c)
zuiger en krukas
d)
Alleen een borgveer.
9.
Wat zorgt ervoor dat de krukas trillingsarm draait?
a)
De contragewichten op de krukas.
b)
De koppakking.
c)
de lagerschalen
d)
De klepveren.
10.
Waar komt de olietoevoer voor de drijfstanglagertappen vandaan?
a)
Vanuit de hoofdlagertappen via interne kanalen.
b)
Rechtstreeks uit het carter zonder druk.
c)
Vanuit de cilinderkop.
d)
Vanuit de zuigerveren.
11.
Wat is de functie van het vliegwiel in de motor?
a)
Het zorgt voor een gelijkmatige draaisnelheid van de krukas.
b)
Het verhoogt het motorvermogen.
c)
Het vermindert het brandstofverbruik.
d)
Het koelt de motor.
12.
Wat bevindt zich tussen de cilinderkop en het onderblok?
a)
De koppakking.
b)
De drijfstang.
c)
De zuigerpen.
d)
De nokkenas.
13.
Waar zorgt de nokkenas voor?
a)
Het openen en sluiten van de kleppen.
b)
De smering van de krukas.
c)
Het aanzuigen van brandstof.
d)
Het balanceren van de motor.
14.
Wat is de functie van de zuigerveren?
a)
Ze sluiten de ruimte tussen zuiger en cilinder af.
b)
Ze brengen kracht over op de drijfstang.
c)
Ze koelen de zuiger.
d)
Ze houden de zuiger vast in de cilinder.
15.
Wat betekent desaxatie bij een zuiger?
a)
De zuigerpen zit niet exact in het midden van de zuiger.
b)
De zuiger is ovaal van vorm.
c)
De zuiger beweegt niet goed in de cilinder.
d)
De zuigerveren zijn verkeerd geplaatst.
16.
Wat is een eigenschap van gietijzer bij motorblokken?
a)
Het is sterk en slijtvast maar zwaar.
b)
Het is licht en goedkoop.
c)
Het geleidt warmte beter dan aluminium.
d)
Het is flexibel en buigzaam.
17.
Wat is een voordeel van een natte cilindervoering?
a)
De koeling is beter omdat koelvloeistof direct contact heeft met de voering.
b)
De montage is eenvoudiger.
c)
Er is geen kans op lekkage.
d)
De cilinder hoeft niet vervangen te worden.
18.
Wat gebeurt er tijdens de compressieslag?
a)
Het brandstof-luchtmengsel wordt samengedrukt.
b)
De uitlaatklep opent.
c)
De zuiger beweegt omlaag door verbranding.
d)
De bougie ontsteekt het mengsel.
19.
Wat doet het vliegwiel bij een motor met meer cilinders?
a)
Het mag kleiner zijn omdat er meer arbeidsslagen zijn.
b)
Het moet groter zijn om de balans te bewaren.
c)
Het draait niet meer mee.
d)
Het vervangt de krukas.
20.
Wat is de functie van de cilinderkop?
a)
Het afsluiten van de cilinders en het huisvesten van de kleppen.
b)
Het ondersteunen van de zuigerveren.
c)
Het aanzuigen van lucht via het carter.
d)
Het verbinden van de krukas met het vliegwiel.
100 %
