WorksheetsHerhalingsoefeningen oktober (MAXI)
Total questions: 106
Worksheet time: 2hrs 32mins
Wat is het doel van communicatie?
Iemand doen lachen
Informatie, gevoelens of een boodschap overbrengen
Iemand stil laten blijven
Een tekst schrijven zonder fouten
In deze situatie:
De directeur stuurt een bericht via Smartschool naar alle leerlingen om te zeggen dat de sportdag verplaatst is.
Wie is de zender?
de directeur
de sportdag is verplaatst
alle leerlingen
Smartschoolbericht
de leerlingen informeren
In deze situatie:
De directeur stuurt een bericht via Smartschool naar alle leerlingen om te zeggen dat de sportdag verplaatst is.
Wat is de boodschap?
de directeur
de sportdag is verplaatst
alle leerlingen
Smartschoolbericht
de leerlingen informeren
In deze situatie:
De directeur stuurt een bericht via Smartschool naar alle leerlingen om te zeggen dat de sportdag verplaatst is.
Wat is het doel van de zender?
de directeur
de sportdag is verplaatst
alle leerlingen
Smartschoolbericht
de leerlingen informeren
In deze situatie:
De directeur stuurt een bericht via Smartschool naar alle leerlingen om te zeggen dat de sportdag verplaatst is.
Wie is de ontvanger?
de directeur
de sportdag is verplaatst
alle leerlingen
Smartschoolbericht
de leerlingen informeren
In deze situatie:
De directeur stuurt een bericht via Smartschool naar alle leerlingen om te zeggen dat de sportdag verplaatst is.
Welk kanaal gebruikt de zender?
de directeur
de sportdag is verplaatst
alle leerlingen
Smartschoolbericht
de leerlingen informeren
In deze situatie:
Tijdens de les stuurt Lotte via Smartschool een bericht naar meneer Poelmans.
Ze vraagt of ze haar taak nog mag indienen na school, omdat ze haar USB-stick thuis vergat.
Meneer Poelmans antwoordt dat dat in orde is.
Welk kanaal gebruikt de zender?
Lotte
Mag ik mijn taak later indienen?
meneer Poelmans
Smartschoolbericht
toestemming vragen om haar taak later in te dienen
In deze situatie:
Tijdens de les stuurt Lotte via Smartschool een bericht naar meneer Poelmans.
Ze vraagt of ze haar taak nog mag indienen na school, omdat ze haar USB-stick thuis vergat.
Meneer Poelmans antwoordt dat dat in orde is.
Wie is de zender?
Lotte
Mag ik mijn taak later indienen?
meneer Poelmans
Smartschoolbericht
toestemming vragen om haar taak later in te dienen
In deze situatie:
Tijdens de les stuurt Lotte via Smartschool een bericht naar meneer Poelmans.
Ze vraagt of ze haar taak nog mag indienen na school, omdat ze haar USB-stick thuis vergat.
Meneer Poelmans antwoordt dat dat in orde is.
Wie is de ontvanger?
Lotte
Mag ik mijn taak later indienen?
meneer Poelmans
Smartschoolbericht
toestemming vragen om haar taak later in te dienen
In deze situatie:
Tijdens de les stuurt Lotte via Smartschool een bericht naar meneer Poelmans.
Ze vraagt of ze haar taak nog mag indienen na school, omdat ze haar USB-stick thuis vergat.
Meneer Poelmans antwoordt dat dat in orde is.
Wat is het doel van de zender?
Lotte
Mag ik mijn taak later indienen?
meneer Poelmans
Smartschoolbericht
toestemming vragen om haar taak later in te dienen
In deze situatie:
Tijdens de les stuurt Lotte via Smartschool een bericht naar meneer Poelmans.
Ze vraagt of ze haar taak nog mag indienen na school, omdat ze haar USB-stick thuis vergat.
Meneer Poelmans antwoordt dat dat in orde is.
Wat is de boodschap van de zender?
Lotte
Mag ik mijn taak later indienen?
meneer Poelmans
Smartschoolbericht
toestemming vragen om haar taak later in te dienen
Wanneer is communicatie geslaagd?
Wanneer de ontvanger de boodschap begrijpt zoals de zender ze bedoelde
Wanneer de zender luid genoeg praat
Wanneer er een lange boodschap is
Wanneer niemand antwoordt
Wat is de zender?
Hij stuurt de boodschap.
Hij krijgt de boodschap.
Dit is het middel waarmee je communiceert.
Dit is de reactie van de ontvanger.
Waarom je communiceert
Wat is de ontvanger?
Hij stuurt de boodschap.
Hij krijgt de boodschap.
Dit is het middel waarmee je communiceert.
Dit is de reactie van de ontvanger.
Waarom je communiceert
Wat is het kanaal?
Hij stuurt de boodschap.
Hij krijgt de boodschap.
Dit is het middel waarmee je communiceert.
Dit is de reactie van de ontvanger.
Waarom je communiceert
Wat is het effect?
Hij stuurt de boodschap.
Hij krijgt de boodschap.
Dit is het middel waarmee je communiceert.
Dit is de reactie van de ontvanger.
Waarom je communiceert
Wat is het doel?
Hij stuurt de boodschap.
Hij krijgt de boodschap.
Dit is het middel waarmee je communiceert.
Dit is de reactie van de ontvanger.
Waarom je communiceert
Wat is het hoofddoel van deze tekst?
de lezer informeren
de lezer beïnvloeden
de lezer een mening geven
de lezer instructies geven
de lezer een verhaal vertellen
Wat is het hoofddoel van deze tekst?
de lezer informeren
de lezer beïnvloeden
de lezer een mening geven
de lezer instructies geven
de lezer een verhaal vertellen
Wat is het hoofddoel van deze tekst?
de lezer informeren
de lezer beïnvloeden
de lezer een mening geven
de lezer instructies geven
de lezer een verhaal vertellen
Wat is het hoofddoel van deze tekst?
de lezer informeren
de lezer beïnvloeden
de lezer een mening geven
de lezer instructies geven
de lezer een verhaal vertellen
Wat is het hoofddoel van deze tekst?
de lezer informeren
de lezer beïnvloeden
de lezer een mening geven
de lezer instructies geven
de lezer een verhaal vertellen
Wat is het hoofddoel van deze tekst?
de lezer informeren
de lezer beïnvloeden
de lezer een mening geven
de lezer instructies geven
de lezer een verhaal vertellen
Wat is het hoofddoel van deze tekst?
de lezer informeren
de lezer beïnvloeden
de lezer een mening geven
de lezer instructies geven
de lezer een verhaal vertellen
Wat is het hoofddoel van deze tekst?
de lezer informeren
de lezer beïnvloeden
de lezer een mening geven
de lezer instructies geven
de lezer een verhaal vertellen
Wat is het hoofddoel van deze tekst?
de lezer informeren
de lezer beïnvloeden
de lezer een mening geven
de lezer instructies geven
de lezer een verhaal vertellen
Wat is het hoofddoel van deze tekst?
de lezer informeren
de lezer beïnvloeden
de lezer een mening geven
de lezer instructies geven
de lezer een verhaal vertellen
Wat is het hoofddoel van deze tekst?
de lezer informeren
de lezer beïnvloeden
de lezer een mening geven
de lezer instructies geven
de lezer een verhaal vertellen
Wat is het hoofddoel van deze tekst?
de lezer informeren
de lezer beïnvloeden
de lezer een mening geven
de lezer instructies geven
de lezer een verhaal vertellen
Schrijf de persoonsvorm op:
In het park speelt een klein meisje met haar hond.
(a)
Schrijf de persoonsvorm op:
Lars haalt zijn boekentas uit de kast.
(a)
Schrijf de persoonsvorm op:
In de verte blaffen drie honden luid.
(a)
Schrijf de persoonsvorm op:
De leerlingen van 1A maken een werkstuk over LEGO.
(a)
Schrijf de persoonsvorm op:
Morgen komt de directeur de klas bezoeken.
(a)
Schrijf de persoonsvorm op:
Op het bureau van de leerkracht ligt een stapel toetsen.
(a)
Schrijf de persoonsvorm op:
Mijn beste vriend belt me elke avond.
(a)
Schrijf de persoonsvorm op:
De jongen met de rode pet heeft zijn lunch vergeten.
(a)
Schrijf de persoonsvorm op:
Op Smartschool verschijnt een nieuw bericht van de leerkracht.
(a)
Schrijf de persoonsvorm op:
Vandaag geven de leerlingen hun presentatie over Rome.
(a)
Schrijf de persoonsvorm op:
De grote bruine hond van de buren blaft de hele nacht.
(a)
Schrijf de persoonsvorm op:
In de sportzaal trainen de meisjes voor het schooltoernooi.
(a)
Schrijf de persoonsvorm op:
Juf Sarah legt de oefening rustig uit.
(a)
Schrijf de persoonsvorm op:
In de klas van 1B werken de leerlingen heel stil.
(a)
Schrijf de persoonsvorm op:
Het boek over dinosaurussen ligt op mijn nachtkastje.
(a)
Schrijf de persoonsvorm op:
Tijdens de middagpauze spelen de jongens op de speelplaats.
(a)
Schrijf het volledige onderwerp over:
In het park speelt een klein meisje met haar hond.
(a)
Schrijf het volledige onderwerp over:
Lars haalt zijn boekentas uit de kast.
(a)
Schrijf het volledige onderwerp over:
In de verte blaffen drie honden luid.
(a)
Schrijf het volledige onderwerp over:
De leerlingen van 1A maken een werkstuk over LEGO.
(a)
Schrijf het volledige onderwerp over:
Morgen komt de directeur de klas bezoeken.
(a)
Schrijf het volledige onderwerp over:
Op het bureau van de leerkracht ligt een stapel toetsen.
(a)
Schrijf het volledige onderwerp over:
Mijn beste vriend belt me elke avond.
(a)
Schrijf het volledige onderwerp over:
Achter het schoolgebouw staat een oude boom.
(a)
Schrijf het volledige onderwerp over:
De jongen met de rode pet heeft zijn lunch vergeten.
(a)
Schrijf het volledige onderwerp over:
Op Smartschool verschijnt een nieuw bericht van de leerkracht.
(a)
Schrijf het volledige onderwerp over:
Vandaag geven de leerlingen hun presentatie over Rome.
(a)
Schrijf het volledige onderwerp over:
De grote bruine hond van de buren blaft de hele nacht.
(a)
Schrijf het volledige onderwerp over:
In de sportzaal trainen de meisjes voor het schooltoernooi.
(a)
Schrijf het volledige onderwerp over:
Juf Sarah legt de oefening rustig uit.
(a)
Schrijf het volledige onderwerp over:
In de klas van 1B werken de leerlingen heel stil.
(a)
Wat doe je bij oriënterend lezen?
Je leest elk woord van de tekst.
Je probeert moeilijke woorden op te zoeken.
Je kijkt snel naar de tekst om te weten waarover ze gaat.
Je leert de tekst uit het hoofd.
Wat is het doel van oriënterend lezen?
De tekst woord voor woord begrijpen.
Snel ontdekken waar de tekst over gaat.
De tekst vertalen.
De tekst samenvatten.
Welke onderdelen helpen je bij oriënterend lezen?
De titel, de afbeeldingen en de tussentitels.
De spellingfouten in de tekst.
De lengte van de woorden.
De naam van de schrijver alleen.
Wat vertelt de titel meestal over een tekst?
Hoe oud de schrijver is.
Hoe lang de tekst duurt.
Het onderwerp van de tekst.
De bedoeling van de lezer.
Wat kun je vaak afleiden uit de inleiding van een tekst?
De inhoud en het doel van de tekst.
Alleen het aantal woorden.
De afsluiter van de tekst.
De naam van de fotograaf.
Wat betekent ‘opmaak’ van een tekst?
De spelling en grammatica van de tekst.
De manier waarop de tekst eruitziet (titels, kleuren, afbeeldingen …).
De emoties van de schrijver.
De grootte van de tekst in centimeters.
Waarom is oriënterend lezen belangrijk?
Omdat je dan sneller kunt beginnen schrijven.
Omdat je dan al begrijpt wat de tekst zal vertellen.
Omdat je dan de tekst niet hoeft te lezen.
Omdat je zo de titel kunt overslaan.
Vervoeg de persoonsvorm in de onvoltooid tegenwoordige tijd:
Ik (fietsen) elke dag naar school.
(a)
Vervoeg de persoonsvorm in de onvoltooid tegenwoordige tijd:
Mijn vrienden (luisteren) graag naar muziek.
(a)
Vervoeg de persoonsvorm in de onvoltooid tegenwoordige tijd:
De toets (worden) uitgedeeld door de leerkracht.
(a)
Vervoeg de persoonsvorm in de onvoltooid tegenwoordige tijd:
In de namiddag (hebben) wij LO.
(a)
Vervoeg de persoonsvorm in de onvoltooid tegenwoordige tijd:
Luid (blaffen) de hond als de postbode komt.
(a)
Vervoeg de persoonsvorm in de onvoltooid tegenwoordige tijd:
(Sluiten) je boekentas goed af!
(a)
Vervoeg de persoonsvorm in de onvoltooid tegenwoordige tijd:
Altijd (staan) mijn broer te laat op.
(a)
Vervoeg de persoonsvorm in de onvoltooid tegenwoordige tijd:
Vandaag (schijnen) de zon heel fel.
(a)
Vervoeg de persoonsvorm in de onvoltooid tegenwoordige tijd:
Elke vrijdag (eten) jullie frietjes.
(a)
Vervoeg de persoonsvorm in de onvoltooid tegenwoordige tijd:
In de tuin (fluiten) hij vrolijk.
(a)
Vervoeg de persoonsvorm in de onvoltooid tegenwoordige tijd:
Hoe laat (komen) jij aan?
(a)
Vervoeg de persoonsvorm in de onvoltooid tegenwoordige tijd:
(Worden) jij ook zo boos van het slechte weer?
(a)
Vervoeg de persoonsvorm in de onvoltooid tegenwoordige tijd:
(Weten) je het juiste antwoord?
(a)
Vervolledig de zin met een schooltaalwoord.
De leerkracht wil ons (a) over de nieuwe schoolregels.
Vervolledig de zin met een schooltaalwoord.
De leerling doet (a) dat hij zijn huiswerk wél gemaakt heeft.
Vervolledig de zin met een schooltaalwoord.
De computer slaat het bestand (a) op.
Vervolledig de zin met een schooltaalwoord.
We moeten drie leerlingen (a) voor de LEGO-wedstrijd.
Vervolledig de zin met een schooltaalwoord.
(a) om te winnen is: wie het origineelste bouwwerk maakt.
Vervolledig de zin met een schooltaalwoord.
Ik vond het artikel over de Romeinen echt (a) .
Vervolledig de zin met een schooltaalwoord.
Je moet kunnen (a) waarom je dat antwoord gekozen hebt.
Vervolledig de zin met een schooltaalwoord.
Door (a) van de vraag begreep niemand wat bedoeld werd.
Vervolledig de zin met een schooltaalwoord.
De directeur gaf een (a) antwoord tijdens de vergadering.
Vervolledig de zin met een schooltaalwoord.
We moeten de kapotte muis van de computer (a) door een nieuwe.
Vervolledig de zin met een schooltaalwoord.
Lees eerst (a) voordat je aan de oefening begint.
Vervolledig de zin met een schooltaalwoord.
Iedere leerling maakte een (a) kunstwerk met LEGO-steentjes.
Vervolledig de zin met een schooltaalwoord.
De jongens proberen altijd grappige excuses te (a) voor hun huiswerk.
Vervolledig de zin met een schooltaalwoord.
In (a) van Emma zou ik hetzelfde doen.
Vervolledig de zin met een schooltaalwoord.
Zorg dat je tekst (a) is, met een begin, midden en einde.
Wat betekent “de enquête”?
Een grappig verhaal
Een manier om iets te onderzoeken met een vragenlijst
Een proefwerk op school
Een verzameling van foto’s
Wat betekent “een leugentje om bestwil”?
Een grote leugen om jezelf te beschermen
Een grap die niemand begrijpt
Een kleine leugen om iemand niet te kwetsen
Een list om iemand te laten schrikken
Wat is “fastfood”?
Gezond eten dat je zelf klaarmaakt
Eten dat je snel bereidt en snel eet
Luxevoeding uit dure restaurants
Diepvriesgroenten
Wat betekent “de ruis” in een gesprek?
Een harde storm
Een storing in de communicatie
Een grappige opmerking
Een stilte tijdens het gesprek
Wat is “de instructie”?
Een uitleg of richtlijn over hoe je iets moet doen
Een boek over communicatie
Een zin met moeilijke woorden
Een gesprek met een vriend
Wat betekent “het pictogram”?
Een klein plaatje dat iets voorstelt
Een lijst met moeilijke woorden
Een paragraaf in een tekst
Een verzameling cijfers
Wat betekent “de humor”?
De eigenschap dat je kunt lachen en grappen maken
De vaardigheid om goed te luisteren
Het gevoel dat je boos wordt
Een ernstige manier van spreken
Wat betekent “de confrontatie”?
Een onaangename of vijandige botsing
Een rustige ontmoeting
Een samenwerking tussen twee groepen
Een vriendschappelijk gesprek
Wat betekent “produceren”?
Maken
Kopen
Verkopen
Tekenen
Wat betekent “de bewering”?
Iets wat je zegt maar niet kunt bewijzen
Een grappige zin
Een beschrijving van een persoon
Een geheim bericht
Wat betekent “de quote”?
Een citaat of uitspraak van iemand
Een mop
Een bericht op sociale media
Een gedicht
