Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz L1+L2 MAVE

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn marketing en marketingstrategie?

a)

Het proces van het verkopen van producten

b)

Het proces van het promoten en verkopen van producten met een plan

c)

Het proces van het ontwerpen van producten

d)

Het proces van het distribueren van producten

2.

Hoe ziet een customer journey eruit?

a)

De stappen die een klant doorloopt van interesse tot aankoop

b)

De stappen die een bedrijf doorloopt om een product te maken

c)

De stappen die een bedrijf doorloopt om een product te promoten

d)

De stappen die een klant doorloopt om een product te retourneren

3.

Welke van onderstaande kenmerken behoort niet tot functionele klantbeleving?

a)

Klantenservice.

b)

Bereikbaarheid van de winkel

c)

Inrichting is aangepast aan het doelpubliek

d)

Het product werkt zoals het hoort

4.

Welke fase in de customer journey komt na de fase "Aankoop"?

a)

Bewustwording

b)

Overweging

c)

Service

d)

Ambassadeur

5.

Wat is het doel van customer journey mapping?

a)

Het maken van een lijst met producten.

b)

Het bepalen van touchpoints en het verbeteren van elke fase.

c)

Het ontwerpen van een nieuwe website.

d)

Het trainen van medewerkers.

6.

Wat zorgt voor een goede klantbeleving?

a)

Alleen de functionele aspecten.

b)

Alleen de emotionele aspecten.

c)

Zowel de functionele als de emotionele aspecten.

d)

Geen van beide aspecten.

7.

Wat betekent de term "9+-klantbeleving" in de context van klanttevredenheid?

a)

Een klantbeoordeling van 9 of hoger.

b)

Een klant die meer dan 9 producten koopt.

c)

Een klant die 9 keer per jaar terugkomt.

d)

Een klant die een negatieve ervaring heeft.

8.

Wat is een "buyer persona" volgens de tekst?

a)

Een fictieve persoon met kenmerken van een specifieke doelgroep.

b)

Een klant die altijd korting krijgt.

c)

Een medewerker die klanten helpt.

d)

Een persoon die producten test.

9.

Welke is geen touchpoint?

a)

Een duurzaam product

b)

E-mail met korting en handige tips.

c)

Een winkelbezoek.

d)

Een telefoongesprek.

10.

Waarom stuurt Blabloom e-mails met korting en handige tips naar klanten?

a)

Om klanten te bedanken voor hun aankoop.

b)

Om klanten te helpen bij het maken van een keuze.

c)

Om klanten te behouden en eventuele twijfels weg te nemen.

d)

Om nieuwe producten te promoten.

11.

Welke factor draagt bij aan de totale opbrengsten van marketing?

a)

Het aantal werknemers in een bedrijf.

b)

Hoe meer mensen je dankzij je marketing kunt bereiken, hoe meer opbrengsten je genereert.

c)

De kosten van productie.

d)

Het aantal producten dat wordt verkocht.

12.

Wat betekent transparantie in duurzame marketing?

a)

Het verbergen van informatie over inspanningen en prestaties.

b)

Het communiceren van open en eerlijke informatie over doelen op het gebied van duurzaamheid.

c)

Het promoten van producten zonder rekening te houden met milieuvriendelijkheid.

d)

Het verminderen van educatieve initiatieven.

13.

Welke van onderstaande instrumenten behoort niet tot 'product' van de vier P's?

a)

Kwaliteit

b)

Verpakking

c)

Garantie

d)

Kortingen

14.

Welke concurrentiestrategie hanteert Aldi?

a)

Kostenleiderschap

b)

Differentiatie

c)

Differentiatiefocus

d)

Kostenfocus

15.

Welke concurrentiestrategie hanteert Prada?

a)

Kostenleiderschap

b)

Differentiatie

c)

Differentiatiefocus

d)

Kostenfocus

16.

Welke concurrentiestrategie hanteert Apple?

a)

Kostenleiderschap

b)

Differentiatie

c)

Differentiatiefocus

d)

Kostenfocus

17.

Starbucks opent een nieuwe vestiging in Hasselt-centrum omdat ze hier nog geen vestiging hebben en toch potentieel zien in deze stad. Dit is een voorbeeld van...

a)

Etnische segmentatie

b)

Segmentatie naar geslacht

c)

Demografische segmentatie

d)

Geografische segmentatie

18.

Een producent van trapliften zal gebruik maken van ... segmentatie.

a)

Etnische segmentatie

b)

Segmentatie naar geslacht

c)

Demografische segmentatie

d)

Geografische segmentatie

19.

Bij het verkopen van speelgoed voor kinderen zijn de ouders de...

a)

Target market

b)

Target audience

20.

Strategie waarbij je marketing zo gaat inzetten dat het product in het hoofd van de klant een bepaalde plaats inneemt ten opzichte van de concurrent

a)

Targeting

b)

Positionering

c)

Differentiatie

d)

USP