NEW
Font size
WorksheetsVWO 4 Krachten & Beweging
Total questions: 18
Worksheet time: 9hrs 0mins
Een auto doet 1,2 uur over een afstand van 180 km. Hoe groot is de snelheid van de auto in m/s als je ervan uit gaat dat de auto met constante snelheid rijdt?
50 m/s
42 m/s
36 m/s
45 m/s
De snelheid van een auto neemt in 2,4 s toe van 35 tot 105 km/h. Bereken de versnelling van de auto.
3 s
500 s
340 s
12 s
Een fietser rijdt vanuit stilstand weg met een constante versnelling van 7,0 m/s2. Bereken de snelheid die de fietser bereikt na 0,30 s.
7,6 km/h
4 kim/h
9 km/h
2 km/h
Een fietser rijdt met een snelheid van 4,5 m/s en begint op t=0 te versnellen met een constante versnelling van 0,60 m/s2. Bereken hoe lang het duurt voor de fietser 160 meter heeft afgelegd.
17 s
20 s
30 s
45 s
Een auto rijdt met een snelheid van 95 km/h op de snelweg als hij plotseling moet remmen. Bereken de remweg van de auto als deze remt met -2,3 m/s2.
3500 m
1300 m
2000 m
1500 m
Een bal valt vanaf een hoogte van 26 m recht naar beneden. Bereken hoe lang het duurt voor de bal de grond raakt. Ga er hierbij vanuit dat de beginssnelheid van de bal 0 is en dat de bal naar beneden versnelt met een constante versnelling van 9,81 m/s2.
3,2 s
2,3 s
5,0 s
5,6 s
Hierboven staat een x,t-diagram van een vallend voorwerp. Op de x-as komt een hokje overeen met 20 s. Op de y-as komt een hokje overeen met 20 m. Bepaal met de raaklijn de eindsnelheid van het voorwerp.
2,9 m
2,9 s
2,9 m/s
4 m/s
Welk van onderstaande bewering is waar?
Met een raaklijn bepaal je …
v uit een v,t-grafiek
vgem uit een v,t-grafiek
v uit een x,t-grafiek
vgem uit een x,t-grafiek
Hieronder staan 3 uitspraken over verschillende krachtsoorten. Welke van deze uitspraken zijn waar?
In de ruimte werken geen krachten.
Alle veren hebben dezelfde veerconstante..
Op aarde werkt op een kilogram een zwaartekracht van 9,81 N
Tijdens een touwtrekwedstrijd houden de twee teams elkaar in evenwicht. De krachten waarmee getrokken wordt zijn
Persoon 1: 280 N
Persoon 2: 361 N
Persoon 3: 362 N
Hoe groot is de kracht waarmee persoon 4 trekt?
1500 N
279 N
726 N
678 N
Op een voorwerp werken twee krachten volgens bovenstaande tekening:
F1: 44 N
F2: 136 N
Hoe groot is de resulterende kracht?
100 N
140 N
290 N
200 N
Op een voorwerp werken drie krachten volgens bovenstaande tekening. Voor de krachten geldt
F1: 47 N naar linksboven (45°)
F2: 134 N naar rechts
F3: 47 N naar rechtsbeneden (45°)
Hoe groot is de resulterende kracht?
67 N
134 N
456 N
865 N
Om een slee in beweging te krijgen is een horizontale kracht nodig van 130 N. Aan de slee wordt getrokken onder een hoek α van 37°. Bepaal de grootte van de trekkracht die nodig is om de slee in beweging te krijgen.
230 N
200 N
160 N
100 N
Een kist van 58,0 kg staat op een wrijvingsloze helling met een hellingshoek α van 32,0°. Bereken de grootte van de kracht die nodig is om te voorkomen dat de kist naar beneden glijdt.
350 N
302 N
167 N
200 N
Een kist met een massa van 75 kg begint in beweging te komen vanaf een trekkracht van 260 N. Bereken hoeveel kracht er nodig is om de kist in beweging te krijgen als er een extra gewicht van 36 kg op de kist wordt gezet.
380 N
500 N
290 N
300 N
Een ronde bal met een diameter van 8,5 cm valt vanaf grote hoogte naar beneden. Door de luchtwrijvingskracht neemt de snelheid op een gegeven moment niet meer toe en blijft constant op 65 ms-1. Bereken hoe groot de luchtwrijvingskracht bij deze snelheid is.
6,7 N
7,3 N
12 N
20 N
Een fietser rijdt met windstil weer met een constante snelheid van 24 km/h op een vlakke weg en moet hiervoor een voorwaartse kracht van 65 N uitoefenen. Op een gegeven moment steekt er een tegenwind op met een windsnelheid van 6,5 ms-1. Bereken de voorwaartse kracht waarmee de fietser moet trappen om op dezelfde snelheid te blijven rijden. Je mag er hierbij vanuit gaan dat de enige wrijvingskracht die de fietser ondervindt luchtwrijving is.
350 N
500 N
250 N
300 N
Een trein met een massa van 30 ton rijdt vanuit stilstand weg uit het station en versnelt eenparig in 50 s naar een snelheid van 65 km/u. Tijdens het versnellen werkt er op de trein een constante wrijvingskracht van 2,4 kN. Bereken de voorwaartse kracht die de treinmotor moet leveren.
16 kN
15 kN
14 kN
13 kN
