Font size
WorksheetsOefentoets Havo 2 -Lezen- Gramm. WS+ Spelling
Total questions: 37
Worksheet time: 19mins
Welke twee tekstvormen hebben een activerend tekstdoel?
advertentie
instructie
.flyer
verslag
'Je leest de tekst helemaal, omdat je hem wilt begrijpen'
Verkennend lezen
Nauwkeurig lezen
Zoekend lezen
Studerend lezen
Je bekijkt de tekst om een eerste indruk te krijgen. Deze strategie noem je...
Verkennend lezen
Nauwkeurig lezen
Zoekend lezen
Studerend lezen
Bij verkennend lezen, lees je de tekst:
Helemaal
Voor de helft
Niet
Welk van deze signaalwoorden geeft GEEN opsommend tekstverband aan?
daarna
ook
bovendien
daarnaast
Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord daarna?
opsommend
uitleggend
tijdsvolgorde
redengevend
Welk van deze signaalwoorden geeft GEEN tegenstellend tekstverband aan?
maar
daarentegen
echter
terwijl
Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord terwijl?
tijdsvolgorde
tegenstellend
concluderend
uitleggend
Welk van deze signaalwoorden geeft GEEN concluderend tekstverband aan?
kortom
dus
want
dan ook
Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord want?
tegenstellend
opsommend
redengevend
vergelijkend
Welk van deze signaalwoorden geeft GEEN tekstverband van tijdsvolgorde aan?
terwijl
vanwege
toen
zodra
Tekstdoel=?
Informeren
Activeren
Amuseren
Overtuigen
De schrijver geeft zijn persoonlijke mening over een actueel onderwerp
Informeren
Overtuigen
Overhalen
Amuseren
Wat is het tekstdoel?
De schrijver wil je amuseren (amuseren)
De schrijver wil informatie geven (informeren)
De schrijver wil je iets leren of uitleggen (instrueren)
De schrijver wil zijn mening geven (overtuigen)
Tekstdoel=?
Informeren
Activeren
Amuseren
Overtuigen
Benoem de woordsoorten:
Woordsoorten zijn lastig.
'lastig' is
ZN
BN
WW
LW
zelfstandig werkwoord of hulpwerkwoord?
Ik zwem graag baantjes.
Zwem =
zelfstandig werkwoord
hulpwerkwoord
koppelwerkwoord
Zelfstandig werkwoord of hulpwerkwoord?
Ik word bekeken
word = .....
zelfstandig werkwoord
hulpwerkwoord
koppelwerkwoord
Bas wordt later piloot.
wordt: hww, zww of kww?
hulpwerkwoord
zelfstandig werkwoord
koppelwerkwoord
Welke woorden zijn pers. vnw?
Ik ken Jan wel, maar mijn ouders hebben hem nog nooit gezien.
ik, Jan, ouders, hem
Ik, hem
mijn, hem
Ik
Hoeveel pers. vnw. vind je in de zin:
Ga je met ons mee naar mijn huis?
1
2
3
4
Zijn dat onze glazen of die van jullie?
'onze' =
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
Dat is niet mijn probleem.
dat=
aanwijzend voornaamwoord
lidwoord
vragend voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
Wat zijn de aanwijzende en vragende voornaamwoorden in onderstaande zin?
Deze jongen vroeg mij wat ik met die fiets had gedaan.
aanw.vnw: deze, die, met
vrg.vnw: wat
aanw.vnw.: deze, die
vrg.vnw: wat
aanw.vnw: deze, die
vrg.vwn:-
aanw.vnw: wat
vrg.vnw: -
1. Ik zal je de boodschappen morgen brengen (toekomst, belofte)
2. Ik zal het nooit meer doen (toekomst, belofte)
3. Zullen we naar de bioscoop gaan? (voorstel)
4. Wij zullen Emma van het station halen (benadrukken)
Deze zinnen staan in de ?
voltooid tegenwoordig toekomende tijd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (o.t.t.t.)
Voltooid verleden toekomende tijd (v.v.t.t.)
Onvoltooid verleden toekomende tijd (o.v.t.t.)
Emma zou vandaag optreden, maar ze kon niet.
Jullie zouden te trein nemen, maar kwamen met de fiets.
Deze zinnen staan in de ?
Onvoltooid verleden toekomende tijd (o.v.t.t.)
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (o.t.t.t.)
Voltooid verleden toekomende tijd (v.v.t.t)
Volgende week zullen we de toets gemaakt hebben.
Volgend jaar zullen we op vakantie zijn geweest.
Deze zinnen staan in de ?
Voltooid verleden toekomende tijd ( v.v.t.t.)
Onvoltooid verleden toekomende tijd (o.v.t.t.)
voltooid tegenwoordige toekomende tijd ( v.t.t.t)
Na de dubbele punt volgt ?
een opsomming
een citaat
een vraag
een uitroep
Een citaat is
een letterlijke overname van een tekst, uitspraak of afbeelding uit een andere bron, vaak tussen aanhalingstekens geplaatst
iemands gedachten
een uitleg
een voorbeeld
Na een dubbele punt volgt ALTIJD een hoofdletter
Dit is juist
Dit is niet juist
Als de zin na een dubbele punt een citaat is of met een naam begint volgt een hoofdletter.
Dit is juist
Dit is niet juist
de hoofdgedachte van een informatieve tekst bevat altijd een mening
Dit is juist
Dit is niet juist
De hoofdgedachte van een betogende tekst bestaat altijd uit een mening.
Dit is juist
Dit is niet juist
De hoofdgedachte van een betogende tekst bestaat altijd uit een mening, gevolgd door een ?
feit
citaat
onderwerp
argument
Het belangrijkste wat de schrijver over het onderwerp zegt is?
Zijn/haar mening
Een argument
De hoofdgedachte
De hoofdgedachte staat vaak in ?
Geef 2 antwoorden
de inleiding
de slotalinea
de kern
het onderwerp
Om de hoofdgedachte te vinden kun je informatie combineren uit de inleiding en het slot.
Dit is juist
Dit is niet juist
