wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz Begrippen Week 1-2

Total questions: 13

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent zelfredzaamheid?

a)

Hulp krijgen van anderen

b)

Zelf kunnen redden in het dagelijks leven

c)

Alleen wonen

d)

Geen familie hebben

2.

Welke van de volgende zijn veiligheidsaspecten voor ouderen?

a)

Medicatie op tijd innemen

b)

Veilig wonen (geen drempels)

c)

Brandalarm

d)

Noodknop

e)

Goede verlichting

3.

Wat is het verschil tussen mantelzorg en formele zorg?

a)

Mantelzorg: familie/vrienden/buren (onbetaald); formele zorg: professionals (betaald)

b)

Mantelzorg: professionals (betaald); formele zorg: familie/vrienden/buren (onbetaald)

c)

Mantelzorg en formele zorg zijn altijd betaald

d)

Mantelzorg en formele zorg betekenen hetzelfde

4.

Wat betekent eigen regie?

a)

De dokter beslist alles

b)

Familie kiest voor je

c)

Zelf beslissen over je leven en zorg

d)

Altijd nee zeggen tegen hulp

5.

Welke vraag is een open vraag?

a)

Eet je gezond?

b)

Ben je moe?

c)

Wat at je gisteren?

d)

Heb je je huiswerk af?

6.

Waarom zou iemand een activity tracker willen?

4 lines
7.

Waarom zijn sommige ouderen bang voor technologie?

a)

Te ingewikkeld

b)

Bang om iets kapot te maken

c)

Niet gewend

d)

Geen vertrouwen

e)

Te duur

8.

Casus: Mevrouw Pietersen (75) woont alleen en valt vaak 's nachts. Haar dochter wil een noodknop, maar mevrouw Pietersen zegt: "Dat ding wil ik niet, ik red me wel." Welk begrip past het best bij deze situatie?

a)

Zelfredzaamheid

b)

Veiligheid

c)

Eigen regie

d)

Mantelzorg

9.

Casus: Mevrouw Pietersen (75) woont alleen en valt vaak 's nachts. Haar dochter wil een noodknop, maar mevrouw Pietersen zegt: "Dat ding wil ik niet, ik red me wel." Wat zou je tegen mevrouw Pietersen zeggen?

a)

Respecteren dat zij beslist

b)

Uitleggen waarom het handig is

c)

Samen kijken naar alternatieven

d)

Niet forceren

10.

Kies twee voorbeelden van veiligheidsaspecten in de zorg. Kruis twee juiste antwoorden aan. (2 punten)

a)

Handhygiëne toepassen

b)

Valpreventie regelen (bijv. antislip en goede verlichting)

c)

Medicijnen delen zonder etiket

d)

Brandveiligheidsregels volgen

11.

Wat doet een medicijndispenser? (1 punt)

a)

Geeft medicijnen op de juiste tijd en in de juiste dosering

b)

Meet de bloeddruk automatisch

c)

Desinfecteert handen

d)

Bewaart voedsel koel

12.

Privacy-vraag: Wie mag jouw medicijngegevens zien? Kruis aan wat juist is. (2 punten)

a)

Alleen jezelf

b)

Ook je familie (met toestemming)

c)

Ook je dokter

d)

Ook je buurman

13.

Waarom is handhygiëne belangrijk in de zorg? (1 punt)

a)

Om infecties te voorkomen

b)

Om sneller te werken

c)

Om geld te besparen

d)

Om patiënten te laten slapen