wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voeding en Vertering voor Klas 2

Total questions: 22

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn de 6 groepen voedingsstoffen?

a)

Vitamines, mineralen, vezels, suikers, en eiwitten.

b)

Eiwitten, koolhydraten, vetten, vitamines, mineralen en water.

c)

Suikers, vezels, antioxidanten, enzymen, en aminozuren.

d)

Koolhydraten, vezels, suikers, eiwitten, en vetzuren.

2.

Noem de functies van koolhydraten.

a)

Brandstof, Bouwstof en Reservestof

b)

Bouwstof en Beschermende stof

c)

Brandstof en Reservestof

d)

Beschermende stof, Brandstof en Reservestof

3.

Wat is de rol van eiwitten in ons lichaam?

a)

Eiwitten zijn alleen belangrijk voor de spijsvertering.

b)

Eiwitten zijn alleen een bron van energie voor het lichaam.

c)

Eiwitten zijn verantwoordelijk voor de zuurstoftransport in het bloed.

d)

Eiwitten zijn bouwstenen van het lichaam, essentieel voor groei, herstel en diverse biologische functies.

4.

Welke voedingsstoffen zijn zowel een beschermende stof als een bouwstof?

a)

Ewitten

b)

Vetten

c)

Mineralen

d)

Koolhydraten

5.

Welk orgaan zie je niet op deze afbeelding?

a)

Alvleesklier

b)

Twaalfvingerige darm

c)

Maag

d)

Galblaas

6.

Wat is de functie van de mond in de spijsvertering?

a)

De mond helpt alleen bij het kauwen van voedsel (mechanische vertering).

b)

De mond is verantwoordelijk voor het verteren van vetten.

c)

De mond produceert enzymen voor de opname van vitamines.

d)

De functie van de mond in de spijsvertering is het mechanisch en chemisch voorbereiden van voedsel voor verdere vertering.

7.

Welke rol speelt de maag in de vertering?

a)

De maag transporteert voedsel naar de darmen.

b)

De maag breekt eiwitten af en mengt het met maagsappen voor verdere vertering.

c)

De maag produceert enzymen voor de vertering van koolhydraten

d)

De maag slaat alleen voedsel op voor later gebruik.

8.

Wat gebeurt er in de dunne darm?

a)

De dunne darm is verantwoordelijk voor de vertering en opname van voedingsstoffen.

b)

De dunne darm produceert hormonen voor de spijsvertering.

c)

De dunne darm slaat overtollige voedingsstoffen op.

d)

De dunne darm is verantwoordelijk voor de afbraak van vetten.

9.

Welke voedingsstoffen moeten eerst verteerd worden voordat ze opgenomen kunnen worden in het bloed?

a)

Koolhydraten, Mineralen en Water

b)

Vetten, Eiwitten en Koolhydraten

c)

Vetten, Vitaminen en Eiwitten

d)

Koolhydraten, Vetten en Water

10.

Wat zijn enzymen en wat doen ze?

a)

Enzymen zijn mineralen die de temperatuur van reacties verhogen.

b)

Enzymen zijn vetten die energie opslaan in cellen.

c)

Enzymen zijn eiwitten die chemische reacties versnellen door de activeringsenergie te verlagen.

d)

Enzymen zijn suikers die de pH-waarde van oplossingen verhogen.

11.

Hoe helpt speeksel bij de vertering?

a)

Speeksel helpt bij de vertering door enzymen te leveren die zetmeel afbreken en door de voedselbrij te bevochtigen.

b)

Speeksel versnelt de vertering door het voedsel te verteren met zuurstof en warmte.

c)

Speeksel helpt bij de vertering door de oppervlakte te vergroten

d)

Speeksel bevordert de vertering door het voedsel iets te verhitten

12.

Hoe heet het verkleinen van vetdruppels door gal?

(a)  

13.

Wat gebeurt er met onverteerbare stoffen?

a)

Onverteerbare stoffen worden uitgescheiden via de ontlasting.

b)

Onverteerbare stoffen worden opgenomen in de bloedbaan.

c)

Onverteerbare stoffen worden opgeslagen in de lever.

d)

Onverteerbare stoffen worden omgezet in energie.

14.

Hoe beïnvloeden vezels de spijsvertering?

a)

Vezels verminderen de spijsvertering door de maag te verzwakken.

b)

Vezels hebben geen invloed op de spijsvertering en zijn overbodig.

c)

Vezels vertragen de stoelgang en veroorzaken constipatie.

d)

Vezels verbeteren de spijsvertering door de stoelgang te reguleren en de darmgezondheid te ondersteunen.

15.

Wat zijn de gevolgen van een ongezond dieet?

a)

Toename van spiermassa en verbeterde huidgezondheid.

b)

Gezondheidsproblemen zoals obesitas, hartziekten, diabetes en voedingsdeficiënties.

c)

Verbeterde spijsvertering en verhoogde energie.

d)

Verlies van gewicht en betere slaapkwaliteit.

16.

een voedingsmiddel is

a)

eiwitten

b)

vetten

c)

brood

d)

vet

17.

Alvleessap wordt geproduceerd in de alvleesklier. Welke voedingsstoffen worden er door alvleessap afgebroken?

a)

Eiwitten

b)

Vetten

c)

Mineralen

d)

Koolhydraten

e)

Water

18.

Hoe heet de kringspier tussen de maag en de 12vingerige darm?

a)

Anus

b)

Maagkring

c)

Maagdeur

d)

Maagportier

19.

Wat gebeurd er in de maag?

a)

Voedsel wordt opgeslagen

b)

Bacteriën worden gedood en eiwitten afgebroken

c)

Vetten worden afgebroken

d)

Maak het eten zuur.

20.

Wat zie je op de afbeelding?

a)

De dikke darm

b)

De blinde darm

c)

Darmplooien

d)

Darmvlokken

21.

Wat gebeurd er in de dikke darm?

a)

Voedingsstoffen worden opgenomen.

b)

Verteringssappen worden toegevoegd

c)

Water wordt onttrokken uit de onverteerbare voedselbrij

d)

Bacteriën worden onschadelijk gemaakt

22.

In de afbeelding is het verband tussen de temperatuur en de activiteit van een bepaald enzym in een diagram weergegeven.

Bij welke temperaturen is dit enzym tijdelijk onwerkzaam?

a)

Alleen bij temperaturen onder de 10 graden

b)

Alleen bij temperaturen onder de 35 graden

c)

Alleen bij temperaturen boven de 50 graden

d)

zowel bij temperaturen onder de 10 graden als bij temperaturen boven de 50 graden.