Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz - Het spijsverteringsstelsel (tot p.54)

Total questions: 15

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de belangrijkste rol van het spijsverteringsstelsel voor de cellen in je lichaam?

a)

Zuurstof aanvoeren

b)

Voedingsstoffen verkleinen tot opneembare stoffen

c)

Zweet en afvalstoffen afvoeren

d)

Zenuwimpulsen doorgeven

2.

Wat is het verschil tussen een voedingsmiddel en een voedingsstof?

a)

Een voedingsmiddel is wat je eet of drinkt; een voedingsstof is waaruit het bestaat

b)

Ze betekenen exact hetzelfde

c)

Voedingsstof is enkel dierlijk

d)

Voedingsmiddel is enkel plantaardig

3.

Welke drie soorten voedingsstoffen onderscheiden we volgens hun functie?

a)

Energieleveranciers, suikers, vetten

b)

Brandstoffen, bouwstoffen, beschermstoffen

c)

Eiwitten, mineralen, vezels

d)

Plantaardige, dierlijke en gemengde stoffen

4.

Wat is het verschil tussen mechanische en chemische verkleining van voedsel?

a)

Mechanisch = door beweging, chemisch = door verteringssappen

b)

Mechanisch = door speeksel, chemisch = door tanden

c)

Mechanisch = alleen in de maag, chemisch = alleen in de mond

d)

Er is geen verschil

5.

Welk verteringssap zorgt al in de mond voor een chemische verkleining?

a)

Maagsap

b)

Galsap

c)

Speeksel

d)

Darmsap

6.

Wat gebeurt er als voedsel in de luchtpijp terechtkomt in plaats van in de slokdarm?

a)

Je krijgt honger

b)

Er volgt geen reactie

c)

Het wordt direct verteerd

d)

Je verslikt je en moet hoesten

7.

Wat is peristaltiek?

a)

Het kneden van voedsel in de maag

b)

Het samentrekken van spieren in de darmwand om voedsel voort te duwen

c)

Het afscheiden van verteringssappen

d)

Het opnemen van voedingsstoffen in het bloed

8.

In de maag begint de afbraak van welke voedingsstof?

a)

Zetmeel

b)

Vet

c)

Eiwitten

d)

Suikers

9.

Waarom is galsap geen echt verteringssap?

a)

Omdat het enkel in de maag actief is

b)

Omdat het uit de nieren komt

c)

Omdat het geen stoffen afbreekt, maar vetten enkel verdeelt in kleinere druppeltjes

d)

Omdat het enkel water bevat

10.

Wat gebeurt er in de twaalfvingerige darm met het voedsel?

a)

Er wordt enkel vocht onttrokken

b)

Het voedsel wordt rechtstreeks in het bloed opgenomen

c)

De voedselbrij wordt omgezet in zetmeel

d)

Het voedsel wordt gemengd met galsap en alvleessap

11.

Welke voedingsstoffen ontstaan na volledige vertering van zetmeel, eiwitten en vetten?

a)

Glucose, aminozuren, vetzuren en glycerol

b)

Suikers, oliën en vezels

c)

Water, mineralen en vitamines

d)

Koolstof, zuurstof en stikstof

12.

Wat betekent ‘absorptie’ in de spijsvertering?

a)

Het samenknijpen van spieren om voedsel voort te duwen

b)

Het produceren van verteringssappen

c)

Het opnemen van kleine voedingsstoffen in het bloed via de darmwand

d)

Het afbreken van vetten tot glycerol

13.

Waar gebeurt de opname van voedingsstoffen in het bloed (absorptie)?

a)

In de maag

b)

In de twaalfvingerige darm

c)

In de dunne darm

d)

In de dikke darm

14.

Wat gebeurt er in de dikke darm met de overblijvende voedselbrij?

a)

Er worden nog eiwitten verteerd

b)

Er wordt overtollig water onttrokken en opgenomen in het bloed

c)

Er wordt gal aan toegevoegd

d)

De voedselbrij wordt opnieuw naar de dunne darm gestuurd

15.

Wat is het gevolg als er te weinig water wordt onttrokken in de dikke darm?

a)

Constipatie

b)

Diarree

c)

Misselijkheid

d)

Overgewicht