Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Macht en staatsstructuur in België

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

België is een …

a)
  • A. Een unitaire staat

b)

B. Een federale staat

c)
  • C. Een monarchie zonder parlement

d)
  • D. Een dictatuur

2.

Wat betekent “federale staat”?

a)
  • A. Eén centrale overheid voor alles

b)
  • B. Een staat met verschillende deelstaten die bevoegdheden delen

c)
  • C. Een land zonder parlement

d)
  • D. Een vereniging van steden

3.

Hoeveel gewesten heeft België?

a)

2

b)

3

c)

4

d)

5

4.

Hoeveel gemeenschappen heeft België?

a)

2

b)

3

c)

4

d)

5

5.

Wie behoort op federaal niveau tot de wetgevende macht?

a)

A. Het federaal parlement

b)
  • B. De federale regering

c)
  • C. De rechters

d)
  • D. De Senaat alleen

6.

De uitvoerende macht op federaal niveau is …

a)
  • A. Het parlement

b)

B. De provincieraad

c)

C. Het Europees Parlement

d)

D. De federale regering

7.
  1. De rechterlijke macht op federaal niveau bestaat uit …

a)

A. De rechtbanken en hoven

b)
  • B. De regering

c)
  • C. Het parlement

d)
  • D. De provincieraad

8.
  1. De gemeenschappen zijn bevoegd voor …

a)
  • A. Buitenlandse zaken

b)

B. Cultuur, onderwijs en taal

c)
  • C. Defensie

d)
  • D. Economie

9.
  1. De gewesten zijn bevoegd voor …

a)

A. Leefmilieu, werk en economie

b)
  • B. Gezondheid en onderwijs

c)
  • C. Financiën en leger

d)
  • D. Justitie

10.
  1. Wat is bijzonder aan Vlaanderen?

a)
  • A. Vlaanderen heeft geen parlement

b)

B. Vlaanderen heeft één parlement en één regering voor gewest én gemeenschap

c)
  • D. Vlaanderen hoort niet bij België

11.
  1. Op gemeentelijk niveau maakt de gemeenteraad de …

a)
  • A. Wetten

b)

B. Gemeenteraadsbesluiten

c)
  • C. Decreten

d)
  • D. Verordeningen

12.
  1. Wie bestuurt de gemeente (uitvoerende macht)?

a)
  • A. De gemeenteraad

b)
  • B. De gouverneur

c)

C. Het college van burgemeester en schepenen

d)
  • D. De rechtbank

13.
  1. Welke instelling hoort bij de Europese wetgevende macht?

a)

A. Europees Parlement

b)
  • B. Europese Commissie

c)
  • C. Europees Hof van Justitie

d)
  • D. Raad van Europa

14.
  1. Wat doet het Europees Hof van Justitie?

a)
  • A. Wetten maken

b)

B. De Europese wetgeving interpreteren en toepassen

c)
  • C. Ministers benoemen

d)
  • D. Belastingen innen