wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz Zelfstandig Regulerend Leren

Total questions: 10

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Waarom is motivatie belangrijk binnen zelfregulerend leren, zelfs als een leerling alle strategieën kent?

1.

Waarom is motivatie belangrijk binnen zelfregulerend leren, zelfs als een leerling alle strategieën kent?

4 lines
2.

Zelfregulerend leren betekent dat een leerling actief __________, __________, __________ en __________ zijn eigen leerproces beheert.

(a)  

3.

Wat betekent zelfregulerend leren (ZRL) volgens professor Hilde Van Keer?

a)

A. Het leren van feitenkennis door herhaling

b)

B. Het vermogen om je eigen leerproces actief te sturen en bij te sturen

c)

C. Het volgen van instructies van de leraar zonder hulp nodig te hebben

d)

D. Het leren plannen van vrije tijd

4.

De drie dimensies van zelfregulerend leren zijn onafhankelijk van elkaar.

a)

FOUT

b)

JUIST

5.

Wat hoort bij de cognitieve dimensie van ZRL?

a)

A. Het plannen van de volgorde waarin je taken aanpakt

b)

B. Het onderscheiden van hoofd- en bijzaken in een tekst

c)

C. Het motiveren van jezelf om vol te houden

d)

D. Het nadenken over je aanpak

6.

Welke leerling toont vooral metacognitieve vaardigheden?

a)

A. Lina maakt een overzicht van wat ze nog moet leren

b)

B. Milan oefent zijn leerstof door deze uit het hoofd te leren

c)

C. Noor kiest een leuke oefening om haar motivatie te verhogen

d)

D. Finn kijkt een instructievideo om de leerstof beter te begrijpen

7.

Welke gedragingen passen bij de motivationele dimensie?
Meerdere antwoorden mogelijk.

a)

A. Doorzetten bij moeilijke taken

b)

B. Zichzelf aanmoedigen om verder te werken

c)

C. Samenvatten van leerstof

d)

D. Plannen van de volgorde van taken

8.

Een krachtige leeromgeving stimuleert zelfregulatie door leerlingen __________, __________, __________ en __________ te geven tijdens het leerproces.

(a)  

9.

Een krachtige leeromgeving laat leerlingen kiezen hoe ze hun taak aanpakken.

a)

Juist

b)

FOUT

10.

Denk aan een moment waarop je zelf iets nieuws moest leren. Hoe heb jij toen je leren gepland, opgevolgd en geëvalueerd?

(a)