WorksheetsAfsluitende quiz M4 Water Na brug 2
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Wanneer er in een gebied langdurige droogte is, welke stap in de waterkringloop neemt dan af?
A. Verdamping
B. Condensatie
C. Afstroming
D. Verdamping en neerslag nemen beide toe
In welk geval speelt vooral de lange waterkringloop een rol?
A. Regen die direct in zee valt
B. Regen die in de Alpen valt en via rivieren in zee terechtkomt
C. Verdamping boven de zee die direct condenseert
D. Wolkenvorming boven de oceaan
Wat zou er gebeuren met de waterkringloop als de zon minder sterk schijnt?
A. Er verdampt juist meer water
B. Er ontstaat minder waterdamp en dus minder neerslag
C. Er komt meer verdamping boven land
D. Er ontstaan meer wolken
Waarom drijft zoetwater op zoutwater in de ondergrond van West-Nederland?
A. Omdat zoutwater kouder is
B. Omdat zoutwater lichter is
C. Omdat zoetwater lichter is
D. Omdat zoutwater zich sneller verplaatst
A. Omdat zoutwater kouder is
B. Omdat zoutwater lichter is
t
C. Omdat zoetwater lichter is
D. Omdat zoutwater zich sneller verplaats
Waarom hebben boeren last van brakwater in warme zomers?
A. Omdat het water te koud wordt voor de gewassen
B. Omdat het grondwater te snel wegzakt
C. Omdat het brakke water omhoogkomt door verdamping en irrigatie
D. Omdat het zoutwater verdampt en achterblijft op het land
De Rijn is een gemengde rivier. Wat betekent dat?
A. De rivier bestaat uit zout en zoet water
B. De rivier stroomt deels ondergronds
C. De rivier krijgt water van regen én smeltende gletsjers
D. De rivier stroomt door meerdere landen
Wanneer heeft een gletsjerrivier de hoogste waterstand?
A. In de winter
B. Tijdens de regentijd
C. In het voorjaar wanneer de sneeuw smelt
D. In de zomer als het droog is
Wat gebeurt er meestal met de rivier in de middenloop?
A. De rivier stroomt sneller
B. De rivier wordt breder en rustiger
C. De rivier begint te bevriezen
D. Er verdampt veel water
Wat betekent een negatieve waterbalans voor een gebied?
A. Er is evenveel water binnenkomst als vertrek
B. Er verdwijnt meer water dan er bijkomt
C. Er komt meer water binnen dan eruit gaat
D. Er is sprake van overstromingen
Waarom kan een rivier in de bovenloop diepe dalen uitschuren?
A. Omdat het water daar warmer is
B. Omdat de rivier daar breder is
C. Omdat het water er snel stroomt door hoogteverschil
D. Omdat het sediment daar ophoopt
