wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2M03-Hoeken, evenwijdigen en een snijlijn (IS)

Total questions: 35

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

Welke naam geven we aan deze 2 hoeken?

a)

verwisselende buitenhoeken

b)

binnenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

c)

verwisselende binnenhoeken

d)

buitenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

e)

overeenkomstige hoeken

2.

Als 2 evenwijdige rechten gesneden worden door een derde rechte, dan zijn 2 verwisselende binnenhoeken altijd...

a)

even groot

b)

supplementair

c)

complementair

d)

geen van deze antwoorden

3.

Als 2 evenwijdige rechten gesneden worden door een derde rechte, dan zijn 2 verwisselende binnenhoeken altijd...

a)

even groot

b)

supplementair

c)

complementair

d)

geen van deze antwoorden

4.

Als 2 evenwijdige rechten gesneden worden door een derde rechte, dan zijn de 2 buitenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn altijd...

a)

even groot

b)

supplementair

c)

complementair

d)

geen van deze antwoorden

5.

Ê2 en Ô1 zijn

a)

verwisselende binnenhoeken

b)

verwisselende buitenhoeken

c)

overeenkomstige hoeken

d)

binnenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

e)

buitenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

6.

Ê3 en Ô1 zijn

a)

verwisselende binnenhoeken

b)

verwisselende buitenhoeken

c)

overeenkomstige hoeken

d)

binnenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

e)

buitenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

7.

Ê1 en Ô4 zijn

a)

verwisselende binnenhoeken

b)

verwisselende buitenhoeken

c)

overeenkomstige hoeken

d)

binnenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

e)

buitenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

8.

Ê1 en Ê3 zijn

a)

verwisselende binnenhoeken

b)

verwisselende buitenhoeken

c)

overeenkomstige hoeken

d)

nevenhoeken

e)

overstaande hoeken

9.

Wat zijn complementaire hoeken?

a)

Hoeken waarvan de som 180° is.

b)

Hoeken waarvan de som 90° is.

c)

Twee hoeken waarvan de som 90° is.

d)

Twee hoeken waarvan de som 180° is.

10.

Wat zijn overstaande hoeken?

a)

Hoeken die overstaand zijn.

b)

Twee hoeken met hetzelfde hoekpunt en waarvan de benen in elkaars verlengde liggen.

c)

Twee hoeken waarvan de benen in elkaars verlengde liggen.

d)

Hoeken die niet supplementair zijn.

11.

Wat zijn nevenhoeken?

a)

Hoeken die supplementair zijn.

b)

Twee hoeken die aan elkaar liggen.

c)

Twee hoeken die aanliggend én supplementair zijn.

d)

Twee hoeken die aanliggend zijn.

12.

Op welke figuur zie je aanliggende hoeken?

a)

b)

c)

13.

De hoeken in een driehoek zijn samen .... graden

a)

180 graden

b)

200 graden

c)

360 graden

14.

Bereken de grootte van hoek A

a)

40 graden

b)

50 graden

c)

140 graden

d)

220 graden

15.

Bereken de grootte van hoek A2.

a)

60 graden

b)

120 graden

c)

180 graden

d)

300 graden

16.

In ΔABC: AC=BC\Delta ABC:\ \left|AC\right|=\left|BC\right| , hoe groot is hoek C?

(a)  

17.

De hoeken langs een gestrekte lijn zijn samen ... graden

(a)  

18.

Hoe groot is hoek F?

(a)  

19.

A3 en E2 zijn ....

a)

overstaande hoeken

b)

overeenkomstige hoeken

c)

binnenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

d)

buitenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

20.

A1 en E2 zijn ...

a)

overeenkomstige hoeken

b)

verwisselende binnenhoeken

c)

verwisselende buitenhoeken

d)

nevenhoeken

21.

A4 en E4 zijn

a)

overeenkomstige hoeken

b)

binnenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

c)

verwisselende binnenhoeken

d)

buitenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

22.

hoek B2 en hoek  B3 zijn ...hoek\ B_2\ en\ hoek\ \ B_3\ zijn\ ...  

a)

overstaande hoeken

b)

verwisselende binnenhoeken

c)

nevenhoeken

d)

aanliggende hoeken

23.

hoek A3 en hoek B4 zijn...hoek\ A_3\ en\ hoek\ B_4\ zijn...  

a)

binnenhoeken aan dezelfde kant van de snijlijn

b)

verwisselende binnenhoeken

c)

overstaande hoeken

d)

overeenkomstige hoeken

24.

Het complement van een hoek van 55° is een hoek van ....°

a)

45°

b)

35°

c)

135°

d)

125°

25.

Complementaire hoeken zijn altijd aanliggend.

a)

juist

b)

fout

26.

Nevenhoeken zijn altijd supplementair

a)

juist

b)

fout

27.

Bereken de derde hoek van ΔAEO als Â=100° en Ê =26°

a)

54°

b)

64°

c)

74°

d)

84°

28.

Op welke figuur zie je overstaande hoeken?

a)

b)

c)

29.

Op welke figuur zie je nevenhoeken ?

a)

b)

c)

30.

Hoe groot is hoek Â2 ?

(a)  

31.

Hoe groot is hoek 6?

(a)  

32.

Bereken de hoek met het ? erin.

(a)  

33.

Hoe groot is hoek ^C2?

(a)  

34.

DE // AB

Bereken de grootte van hoek C

(a)  

35.

DE // AB

Bereken de grootte van hoek E3

(a)