Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kunst in de Middeleeuwen

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Welk kenmerk hoort bij gotische architectuur?

a)

Rondbogen

b)

Spitsbogen

c)

Dikke muren

d)

Kleine ramen

2.

Waarom wilde abt Suger meer licht in de kerk brengen?

a)

Om het gebouw groter te laten lijken

b)

Om de architect te eren

c)

Om de spirituele beleving te versterken

d)

Om geld te besparen

3.

Wat is een economische functie van een kathedraal?

a)

Markten organiseren

b)

Kerkbanken verhuren

c)

Feesten organiseren

d)

Pelgrims aantrekken die geld uitgeven

4.

Wat maakt de Notre-Dame gotisch?

a)

Houten torens

b)

Grote glas-in-loodramen

c)

Spitsbogen

d)

Ronde ramen

5.

Welk element ondersteunt de hoge muren?

a)

Boogfrietzen

b)

Zuilengangen

c)

Luchtbogen

d)

Koorbanken

6.

Waarom zijn er gargoyles te zien op de Notre Dame in Parijs?

a)

Waterspel

b)

Regenwater opslaan

c)

Kwaad buiten houden

d)

Toeristen trekken

7.

Waarom beeldde de Kerk de hel af?

a)

Voor kunstwedstrijden

b)

Waarschuwing voor zonden

c)

Voor vermaak

d)

Voor kinderen

8.

Welk effect hebben de helvoorstellingen op de burgers tijdens de Middeleeuwen?

a)

Mensen denken minder na over het leven na de dood

b)

Bang om zondig gedrag te vertonen

c)

Meer mensen gaan BBQ'en

d)

Minder kerkbezoek

9.

Hoe beïnvloedde het volgende schilderij het gedrag van de gelovigen?

a)

Mensen gingen meer zondigen

b)

Mensen worden aangemoedigd om op Kruistoc te gaan

c)

Mensen gaan vaker biechten of kopen aflaten

d)

Mensen komen vaker bij elkaar om te feesten

10.

Waarom was dans volgens de kerk 'gevaarlijk'?

a)

Het is te afleidend van het gewone leven

b)

Leid tot verleiding

c)

Mensen voelen zich sneller buiten gesloten

d)

Dans was alleen voor het hof

11.

In hoeverre kan de Dans op de afbeelding worden gezien als een religieuze dans.

a)

In deze dans zie je dat draken de hel bewaken

b)

In de dans zie je dat duivels de aarde overnemen

c)

Deze dans gaat over de strijd tussen hemel en hel

d)

Het is een hofdans: dit is een ander woord voor religieuze dans

12.

Welk religieus moment zie je op de afbeelding:

a)

Jezus en apostelen die debatteren

b)

Abraham is bereidt zijn zoon op te offeren

c)

Het laatste Avondmaal

d)

Een passiespel

13.

Wat is een kenmerk van Romaanse Schilderkunst

a)

Lijnperspectief

b)

Gevoelsperspectief

c)

Gestileerde figuren

d)

Atmosferisch Perspectief

14.

Wat is een kenmerk van Romaanse Schilderkunst

a)

Lijnperspectief

b)

Gevoelsperspectief

c)

Gestileerde figuren

d)

Atmosferisch Perspectief

15.

Wat is een kenmerk van gotische kunst op de afbeelding?

a)

Emotieloos

b)

Jezus als oude man

c)

Meer expressie

d)

Donkere kleuren

16.

Wat is het onderwerp van Passiespelen?

a)

Jezus die wonderen verricht

b)

Het lijden, sterven en opstanding van Jezus

c)

Het ontstaan van de kerk

d)

De schepping van de aarde

17.

Wat was het belangrijkste voordeel van Guido van Arezzo’s notenschrift?

a)

Dat iedereen kon dansen

b)

Dat muziek sneller werd

c)

Dat muziek nauwkeurig kon worden opgeschreven

d)

at zingen verboden werd

18.

Wat is een kenmerk van laat Middeleeuwse muziek

a)

De muziek is erg langzaam

b)

Bij de zang hoor je steeds maar één persoon

c)

De zang is meerstemmig

d)

Het wordt gezongen in de volkstaal

19.

Wat is een kenmerk van vroeg Middeleeuwse muziek

a)

De muziek is erg langzaam

b)

Bij de zang hoor je steeds maar één persoon

c)

De zang is meerstemmig

d)

Het wordt gezongen in de volkstaal

20.

Welke uitspraak over muziek in de Middeleeuwen klopt?

a)

Muziek werd altijd in de volkstaal gezongen

b)

Meerstemmigheid ontstond rond 1150

c)

Muziek werd altijd aan elkaar doorverteld

d)

Notenschrift bestond al sinds de oudheid, maar nu kregen het betere tekens

21.

Waarom konden melodieën zich dankzij Guido van Arezzo verder verspreiden?

a)

Er waren meer kerken

b)

Mensen gingen meer reizen

c)

Muziek kon nu precies worden genoteerd en doorgegeven

d)

Er gingen meer mensen naar de kerk

22.

Waarom zijn de miniaturen op de afbeelding goed te begrijpen voor het publiek?

a)

Ze zijn bedoeld om grappig te zijn

b)

De figuren zijn simpel, duidelijk (gestileerd)

c)

De achtergrond laat veel natuur zien en is herkenbaar

d)

Er worden veel symbolen gebruikt

23.

Waarom waren glas-in-loodramen belangrijk in gotische kerken?

a)

Ze hielden kou beter tegen

b)

Ze vertelden Bijbelse verhalen aan mensen die niet konden lezen

c)

Ze waren goedkoper dan schilderijen

d)

Ze versterkten de muren

24.

Wat is een belangrijk verschil tussen romaanse en gotische bouwstijl?

a)

Romaans gebruikt veel glas-in-lood, gotisch niet

b)

Gotisch heeft ronde bogen, romaans spitsbogen

c)

Romaans oogt zwaar en gesloten, gotisch licht en omhoogstrevend

d)

Romaanse gebouwen zijn altijd hoger dan de gotische gebouwen

25.

Tijdens de Middeleeuwen waren er verschillende opdrachtgevers die kunst lieten maken. Welke was de belangrijkst?

a)

Rijke Burgers

b)

De Kerk

c)

Het Volk

d)

De Burgemeester

26.

Hoe werkten kunstenaars, ambachtslieden en opdrachtgevers samen in de beeldende kunst van de late middeleeuwen?

a)

Kunstenaars werkten volledig zelfstandig zonder invloed van opdrachtgevers

b)

Ambachtslieden bepaalden het thema en de religieuze betekenis van kunstwerken

c)

Kunstenaars en ambachtslieden werkten samen, onder leiding van opdrachtgevers zoals de kerk, edelen of rijke burgers

d)

Alleen de opdrachtgever voerde de kunst uit zonder vakmanschap

27.

Welke functie vervulde het theater in de vroege middeleeuwen?

a)

Theater ontstond uit religieuze redenen en diende zowel educatieve als vermakelijke functies

b)

Theater bestond alleen uit verhalende boeken en niet uit uitvoeringen. De theaterstukken waren verbeeldingen van de boeken

c)

Theater was uitsluitend voor de adel en had vooral een gemeenschapsfunctie

d)

Theater had geen religieuze of educatieve betekenis en was puur entertainment

28.

Wat zijn 3 juiste kenmerken van de gotische stijl in de kunst? 

a)

Verticaliteit, massieve muren, en weinig plasticiteit.

b)

Lichtheid, dikke muren, en massieve gebouwen.

c)

Horizontaliteit, gesloten vormen, en spitse bogen.

d)

Spitse bogen, lichtheid, en natuurlijke anatomie.

29.

Welk kenmerk hoort bij de romaanse bouwstijl?

a)

Grote glas-in-loodramen

b)

Slanke, hoge torens

c)

Dikke muren en kleine ramen

d)

Veel gebruik van spitsbogen

30.

Wat was het belangrijkste doel van religieuze kunst in de middeleeuwen?

a)

Om rijkdom en macht van de adel te tonen

b)

Om Bijbelse verhalen begrijpelijk te maken voor de gelovigen

c)

Om nieuwe kunsttechnieken uit te proberen

d)

Om mensen te vermaken tijdens feesten