wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

VOCABULAIRE : DÉJÀ VU D1-D2-D3

Total questions: 60

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Kies de juiste vertaling: s’appeler betekent…

a)

wonen

b)

heten

c)

lopen

2.

Welke Franse maand hoort bij januari?

a)

janvier

b)

février

c)

mars

3.

Wat is de Franse maand voor augustus?

a)

aout

b)

juin

c)

novembre

4.

Wat betekent habiter?

a)

wonen

b)

eten

c)

lezen

5.

Welke maand komt na mai?

a)

avril

b)

juin

c)

juillet

6.

Welke Franse maand betekent december?

a)

octobre

b)

décembre

c)

septembre

7.

Kies het juiste woord: een adres is in het Frans…

a)

une adresse

b)

un nom

c)

un pays

8.

Wat is de Franse vertaling voor een telefoonnummer?

a)

un numéro de téléphone

b)

un portable

c)

une place

9.

Welke Franse woorden betekenen ‘een kind’?

a)

un enfant / une enfant

b)

un bébé

c)

une mère

10.

Wat is ‘een vader’ in het Frans?

a)

un père

b)

une mère

c)

une tante

11.

Wat is ‘een zoon’ in het Frans?

a)

un fils

b)

un frère

c)

un oncle

12.

Wat is ‘een zus’ in het Frans?

a)

une sœur

b)

une mère

c)

une fille

13.

Kies de juiste sport: ‘het voetbal’ is…

a)

le foot / le football

b)

le basket

c)

le tennis

14.

Wat betekent gagner?

a)

winnen, verdienen

b)

wandelen

c)

chatten

15.

Wat is ‘een bal’ in het Frans?

a)

un ballon

b)

un film

c)

un match

16.

Welke activiteit betekent ‘wandelen’?

a)

se promener

b)

surfer (sur Internet)

c)

la gym / la gymnastique

17.

Wat is ‘een computer’ in het Frans?

a)

un ordinateur

b)

un portable

c)

un téléphone

18.

Wat betekent het Franse woord « un cahier »?

a)

een boek

b)

een schrift

c)

een blad

d)

een pen

19.

Kies de juiste vertaling: « une feuille ».

a)

een blad

b)

een gom

c)

een les

d)

een fout

20.

Wat is de Nederlandse betekenis van « un livre »?

a)

een boek

b)

een radio

c)

een reis

d)

een pen

21.

« un stylo » betekent...

a)

een potlood

b)

een pen

c)

een gom

d)

een schrift

22.

Welke vertaling past bij « un crayon »?

a)

een potlood

b)

een blad

c)

een oefening

d)

een weekend

23.

Kies de juiste vertaling voor « un devoir ».

a)

een oefening

b)

een huistaak

c)

een les

d)

een boek

24.

Wat is « un exercice »?

a)

een oefening

b)

een reis

c)

een week

d)

een radio

25.

Welke Nederlandse woorden horen bij « une leçon »?

a)

een les

b)

de muziek

c)

de nacht

d)

de ochtend

26.

Wat betekent « une faute »?

a)

een fout

b)

een sport

c)

een dag (duur)

d)

een televisie

27.

Kies de juiste vertaling: « une semaine ».

a)

een dag

b)

een week

c)

een weekend

d)

vandaag

28.

« mardi (m.) » is...

a)

dinsdag

b)

donderdag

c)

zaterdag

d)

maandag

29.

Wat betekent « mercredi (m.) »?

a)

woensdag

b)

vrijdag

c)

zondag

d)

donderdag

30.

Kies de juiste dag: « jeudi (m.) ».

a)

maandag

b)

donderdag

c)

zaterdag

d)

dinsdag

31.

Wat is de vertaling van « vendredi (m.) »?

a)

vrijdag

b)

zaterdag

c)

zondag

d)

dinsdag

32.

« samedi (m.) » betekent...

a)

zaterdag

b)

zondag

c)

woensdag

d)

vrijdag

33.

Wat betekent « dimanche (m.) »?

a)

maandag

b)

zondag

c)

donderdag

d)

dinsdag

34.

Welke vertaling hoort bij « un weekend »?

a)

een weekend

b)

een week

c)

een dag

d)

de namiddag

35.

Wat betekent « aujourd’hui »?

a)

gisteren

b)

morgen

c)

vandaag

d)

de avond

36.

Kies de juiste vertaling: « un jour ».

a)

een week

b)

een dag

c)

een reis

d)

de nacht

37.

Wat betekent « une journée »?

a)

een dag (duur)

b)

de ochtend

c)

de namiddag

d)

de avond

38.

Welke Nederlandse woorden passen bij « le matin »?

a)

de ochtend

b)

de avond

c)

de nacht

d)

de muziek

39.

Wat is de betekenis van « midi (m.) »?

a)

midnight (24u)

b)

middag (12u)

c)

ochtend (6u)

d)

avond (18u)

40.

Kies de juiste vertaling: « la nuit ».

a)

de middag

b)

de nacht

c)

de namiddag

d)

de ochtend

41.

Wat betekent « un sport »?

a)

een sport

b)

een reis

c)

een radio

d)

een televisie

42.

Wat is « une balle »?

a)

een televisie

b)

een balletje

c)

een schrift

d)

een weekend

43.

Wat betekent « une radio »?

a)

een radio

b)

een boek

c)

een fout

d)

een dag

44.

Wat betekent « la musique »?

a)

de muziek

b)

de ochtend

c)

de avond

d)

de nacht

45.

Welke Franse woord betekent "een wortel"?

a)

une tomate

b)

une carotte

c)

un champignon

d)

une salade

46.

Wat is de Franse vertaling van "het water"?

a)

le vin

b)

l’eau (f.)

c)

un coca

d)

la viande

47.

Wat betekent "un coca"?

a)

een cola

b)

een koffie

c)

een fruitsap

d)

een thee

48.

Kies het juiste woord voor "een salade".

a)

une salade

b)

une sauce

c)

une pizza

d)

un menu

49.

Welke Franse woord betekent "de ham / hesp"?

a)

le jambon

b)

la viande

c)

le fromage

d)

le beurre

50.

Wat is de Franse vertaling van "een tomaat"?

a)

une pomme

b)

une orange

c)

une tomate

d)

une poire

51.

Wat betekent "le vin"?

a)

de wijn

b)

het vlees

c)

het water

d)

de suiker

52.

Welke Franse uitdrukking zeg je bij het begin van de maaltijd, met betekenis "smakelijk"?

a)

à table

b)

Santé !

c)

bon appétit

d)

Il est midi.

53.

Wat is de Franse vertaling van "een stokbrood"?

a)

une baguette

b)

un pain

c)

une tartine

d)

le croissant

54.

Welke Franse woord betekent "de boter"?

a)

le sucre

b)

le beurre

c)

le lait

d)

le chocolat

55.

Wat betekent "un café"?

a)

een koffie

b)

een soep

c)

een saus

d)

een limonade

56.

Welke keuze hoort bij "een warme chocolademelk"?

a)

le chocolat

b)

un chocolat chaud

c)

un jus de fruit

d)

un thé

57.

Wat is de Franse vertaling van "het fruit"?

a)

le fruit

b)

le sucre

c)

la viande

d)

la charcuterie

58.

Welke Franse woord betekent "de melk"?

a)

le lait

b)

le vin

c)

le beurre

d)

le sucre

59.

Welke keuze past bij "een fruitsap"?

a)

un jus de fruit

b)

un coca

c)

une limonade

d)

l’eau (f.)

60.

Welke Franse woord betekent "eten"?

a)

boire

b)

manger

c)

Santé !

d)

à table