NEW
Font size
WorksheetsGES2: GES1- Structuurbegrippen: om over het verleden te praten
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
Gelijktijdig
Wanneer twee zaken zich op hetzelfde moment voordoen.
Wanneer iets in de toekomst zal gebeuren.
Wanneer twee zaken elkaar opvolgen.
Wanneer iets in het verleden heeft plaatsgevonden.
Jaar
Periode waarin een planeet rond haar ster draait. De aarde heeft 365 dagen, 6 uren, 9 minuten en 10 seconden nodig om rond de zon te draaien.
De tijd die nodig is voor de aarde om één volledige rotatie om haar as te maken.
De tijd die het kost voor de maan om één keer om de aarde te draaien.
Een maat voor de afstand tussen de aarde en de zon.
Periode
Afbakening in de tijd.
Een gebeurtenis die in het verleden heeft plaatsgevonden.
Een tijdsduur van een jaar.
Een specifieke datum in de geschiedenis.
regionaal
Op een kleinere schaal dan lokaal
Op een grotere schaal dan lokaal
Op dezelfde schaal als lokaal
Een internationale schaal
gesloten ruimte
Geïsoleerde regio of geïsoleerd continent, zonder of met minimaal contact met andere regio’s
Een open gebied met veel interactie tussen verschillende regio’s
Een ruimte die volledig toegankelijk is voor iedereen
Een gebied dat alleen onder water ligt
Continuïteit
Periode waarin iets voortduurt (niet verandert).
Een fase van verandering en ontwikkeling.
Een tijdelijke situatie die snel kan veranderen.
Een herhaling van gebeurtenissen in de tijd.
perspectief
Gezichtspunt
Hoek
Visie
Uitzicht
veralgemening
samenvatten van aparte gevallen onder één algemene noemer
het proces van het maken van specifieke conclusies
de studie van individuele gevallen zonder generalisatie
het negeren van uitzonderingen in een argument
doel
reden waarom iets gedaan, gezegd of geschreven wordt
een object dat een specifieke functie heeft
een persoon die een bepaalde taak uitvoert
een plaats waar iets gebeurt
gevolg
resultaat van feiten en/of gebeurtenissen
oorzaak van een situatie
een tijdelijke toestand
een onbelangrijke gebeurtenis
Eeuw
Periode van 100 jaar.
Periode van 50 jaar.
Periode van 10 jaar.
Periode van 200 jaar.
ruimte
Regio of continent
Een soort ruimtevaart
Een type architectuur
Een vorm van energie
interpretatie
proces van het zoeken van betekenis en verklaring
een methode voor het verzamelen van gegevens
een techniek voor het analyseren van cijfers
een manier om informatie te presenteren
stereotypering
beschrijving van een groep of individu op basis van een overdreven of onterechte veralgemening
een nauwkeurige en eerlijke beschrijving van een individu
een manier om mensen te categoriseren op basis van feiten
een techniek om persoonlijke meningen te delen
stad
Een klein dorp waar mensen wonen
Een grotere plaats waar mensen wonen
Een plek zonder inwoners
Een gebied met alleen natuur
geschiedenis
Wetenschap die probeert een beeld te vormen van het verleden door de studie van historische bronnen
Een tak van de wetenschap die zich richt op de toekomst
De studie van de natuur en haar verschijnselen
Een vorm van literatuur die fictieve verhalen vertelt
argumentatie
Een techniek om een verhaal te vertellen.
Een redenering waarbij je met behulp van een aantal argumenten iets aantoont.
Een manier om emoties over te brengen.
Een stijlfiguur in de poëzie.
beeldvorming
Het verleden is altijd correct weergegeven.
We moeten kritische vragen stellen aan historische bronnen.
Beeldvorming is alleen belangrijk voor wetenschappers.
Het verleden kan niet worden bestudeerd.
structurele oorzaak
oorzaak die op lange termijn verklaart waarom iets gebeurt. Het gevolg ervan is indirect.
een onmiddellijke oorzaak van een gebeurtenis.
een oorzaak die alleen in specifieke situaties voorkomt.
een oorzaak die geen invloed heeft op de uitkomst.
Millennium
Periode van 1 000 jaar.
Periode van 500 jaar.
Periode van 2 000 jaar.
Periode van 100 jaar.
