wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefenquiz 3.4: het inwendig oor

Total questions: 25

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Welke structuur vangt de trilling van de stijgbeugel op en begint daardoor te trillen?

a)

Het ovaal venster aan het slakkenhuis

b)

Het rond venster bij de trommelholte

c)

De halfcirkelvormige kanalen bovenaan

d)

Het dakmembraan in het slakkenhuis

2.

Wat is de functie van het rond venster tijdens geluidsgeleiding?

a)

Het dempt de vloeistoftrillingen naar buiten

b)

Het versterkt de trillingen naar de hersenen

c)

Het zet luchttrillingen om in impulsen

d)

Het opent naar de buis van Eustachius

3.

Welke onderdelen behoren tot het benig labyrint?

a)

Halfcirkelvormige kanalen en slakkenhuis

b)

Trommelvlies en gehoorgang

c)

Hamer en aambeeldbeentjes

d)

Buis van Eustachius en oorschelp

4.

In welke volgorde verloopt de overdracht van trilling bij een inkomend geluid?

a)

Stijgbeugel → ovaal venster → vloeistof → rond venster

b)

Ovaal venster → stijgbeugel → vloeistof → rond venster

c)

Rond venster → vloeistof → ovaal venster → stijgbeugel

d)

Vloeistof → rond venster → ovaal venster → stijgbeugel

5.

Waarom zie je het rond venster uitpuilen wanneer het ovaal venster trilt?

a)

Omdat de vloeistofdruk zich verplaatst door het slakkenhuis

b)

Omdat er lucht vanuit het middenoor wordt aangezogen

c)

Omdat de gehoorbeentjes tegen het rond venster slaan

d)

Omdat de halfcirkelkanalen extra vloeistof produceren

6.

Welk deel bevat de geluidsreceptoren die prikkels doorgeven naar de hersenen?

a)

Het slakkenhuis met zijn membranen

b)

De oorschelp met kraakbeen

c)

De gehoorgang met haartjes

d)

De buis van Eustachius

7.

Een leerling zegt: “De halfcirkelvormige kanalen sturen geluidsprikkels door naar de hersenen.” Wat is de beste reactie?

a)

Onjuist, ze behoren tot het evenwichtsorgaan

b)

Juist, ze bevatten alle haarcellen voor horen

c)

Onjuist, ze verbinden het middenoor met keel

d)

Juist, ze vormen de ingangen van de cochlea

8.

Welke vloeistof stroomt in het slakkenhuis en draagt de trillingen mee?

a)

Endolymfe in de kanalen

b)

Bloedplasma in haarvaten

c)

Lymfevocht in klieren

d)

Synovia in het kapsel

9.

Welke structuur in het slakkenhuis bevat de haarcellen die geluid omzetten in zenuwimpulsen?

a)

Basaalmembraan onder het dakmembraan

b)

Ovaal venster van het middenoor

c)

Gehoorzenuw buiten het slakkenhuis

d)

Trommelvlies in de gehoorgang

10.

Wat gebeurt er direct met de haarcellen wanneer het basaalmembraan verschuift ten opzichte van het dakmembraan?

a)

De haartjes buigen en openen ionkanalen

b)

De endolymfe bevriest tijdelijk stilstaand

c)

De gehoorzenuw valt volledig stil

d)

Het ovaal venster sluit mechanisch af

11.

Welke route beschrijft de signaalweg van geluid het best?

a)

Ovaal venster → basaalmembraan → haarcellen → zenuwvezels → gehoorzenuw

b)

Trommelvlies → gehoorzenuw → haarcellen → basaalmembraan

c)

Haarcellen → ovaal venster → basaalmembraan → gehoorzenuw

d)

Dakmembraan → endolymfe → trommelvlies → gehoorzenuw

12.

Waar trilt het basaalmembraan het meest bij hoge tonen?

a)

Dicht bij de basis van het slakkenhuis

b)

Precies in het midden van de spiraal

c)

Alleen aan de top van het slakkenhuis

d)

Gelijkmatig over de hele lengte

13.

Waarom neemt de hersenen verschillende toonhoogten waar?

a)

Omdat impulsplaats op basaalmembraan verschilt

b)

Omdat de gehoorzenuw van lengte verandert

c)

Omdat het dakmembraan van kleur verandert

d)

Omdat de endolymfe steeds sneller stroomt

14.

Wat bepaalt vooral het verschil tussen hard en zacht geluid in het oor?

a)

Het aantal geprikkelde haarcellen tegelijkertijd

b)

De temperatuur van de endolymfe op dat moment

c)

De snelheid van het trommelvlies herstel

d)

De dikte van het dakmembraan overal

15.

Een toon veroorzaakt maximale trilling dicht bij de top van het slakkenhuis. Welke uitspraak past daarbij het best?

a)

Het is een lage toon met langere golflengte

b)

Het is een hoge toon met korte golflengte

c)

Het is een middenfrequent toon zonder hoogte

d)

Het is achtergrondruis zonder specifieke toon

16.

Stel: een hard geluid prikkelt veel haarcellen. Wat is het meest waarschijnlijke gevolg in de gehoorzenuw?

a)

Meer zenuwvezels vuren en hogere impulsfrequentie

b)

Minder zenuwvezels vuren maar langere impulsen

c)

Alleen één vezel vuren met constante snelheid

d)

Geen verandering in vuren ondanks prikkeling

17.

Waarom leidt alleen het buigen van haartjes tot een zenuwimpuls en niet louter het trillen van endolymfe?

a)

Buigen opent mechanische kanalen in haarcellen

b)

Endolymfe trilling sluit alle ionkanalen direct

c)

Gehoorzenuw detecteert enkel chemische geuren

d)

Basaalmembraan produceert elektrische schokken

18.

Het geluid wordt door de ........................ geleid.

a)

gehoorgang

b)

trommelvlies

c)

slakkenhuis

d)

oorschelp

19.

Hoe heten de drie gehoorbeentjes?

(a)  

20.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Buis van Eustachius
b)
Gehoorgang
c)
Gehoorzenuw
21.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Slakkenhuis
b)
Gehoorbeentjes
c)
Evenwichtsorgaan
22.

De buis van Eustachius zorgt voor een verbinding tussen

a)

de oorschelp en het trommelvlies

b)

het middenoor en het inwendig oor

c)

het middenoor en de keelholte

d)

de oorschelp en de gehoorgang

23.

Wat is de juiste route die de trillingen afleggen om in de hersenen te komen?

a)

Gehoorgang-trommelvlies-gehoorbeentjes-slakkenhuis-oorzenuw

b)

Trommelvlies-gehoorgang-gehoorbeentjes-slakkenhuis-oorzenuw

c)

Gehoorgang-gehoorbeentjes-trommelvlies-slakkenhuis-oorzenuw

d)

Gehoorgang-trommelvlies-gehoorbeentjes-oorzenuw-slakkenhuis

24.

Welk onderdeel zorgt ervoor dat het trommelvlies soepel blijft?

a)

2

b)

5

c)

14

d)

13

25.

De zintuigcellen zetten de prikkel (trillingen) om in een?

(a)