wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Maatschappijleer 4M

Total questions: 41

Worksheet time: 41mins

Name
Class
Date
1.

Nederland is een democratische (a)  

2.

Vertel in eigen woorden wat een democratische rechtsstaat is.

4 lines
3.

Waar of niet waar:

Elke dictatuur is een autoritaire staat maar niet elke autoritaire staat is een dictatuur.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Het verbieden van bepaalde boeken of informatie zijn voorbeelden van (a)  

5.

Noem twee grondrechten die we in Nederland hebben.

4 lines
6.

Noem twee grondrechten die we in Nederland hebben.

4 lines
7.

Leg uit hoe deze grondrechten met elkaar kunnen botsen:

Journalistieke vrijheid & recht op privacy

4 lines
8.

Welk grondrecht vind jij voor jezelf belangrijk?

4 lines
9.

Iedereen moet kunnen zeggen wat hij/zei vindt, zelfs als dit kwetsend is tegenover anderen

a)

Eens

b)

Niet mee eens

10.

Het onder druk zetten van een land door daar geen spullen meer te kopen noemen we een (a)   , dit doen we omdat we het niet eens zijn met de het bestuur van dat land.

11.

Welke drie machten zitten er in de trias politica?

4 lines
12.

Bij welke macht hoort de 2e kamer?

a)

Wetgevende macht

b)

Uitvoerende macht

c)

Rechterlijke macht

13.

Bij welke macht hoort de 1e kamer?

a)

Wetgevende macht

b)

Uitvoerende macht

c)

Rechterlijke macht

14.

Bij welke macht hoort de politie?

a)

Wetgevende macht

b)

Uitvoerende macht

c)

Rechterlijke macht

15.

Wie horen er bij de rechterlijke macht?

4 lines
16.

Iedere handeling van de overheid moet gebaseerd zijn op een wet. De overheid moet zich dus aan de wet houden.

Het begrip dat hierbij hoort is (a)  

17.

Je bent een crimineel als je een overtreding maakt.

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

Noem een voorbeeld van een misdrijf

4 lines
19.

Noem een voorbeeld van een overtreding

4 lines
20.

Overdag 160 rijden op de snelweg is een...

(a)  

21.

Waar of niet waar:

Een verdachte is altijd crimineel

a)

Waar

b)

Niet waar

22.

Een officieel, schriftelijk verslag dat wordt opgesteld door een opsporingsambtenaar, zoals een politieagent.

Dit is een...

(a)  

23.

Noem een voorbeeld van tijdsgebonden criminaliteit.

4 lines
24.

Noem een voorbeeld van plaatsgebonden criminaliteit.

4 lines
25.

Wat betekent repressie?

4 lines
26.

Het proberen te voorkomen van een strafbaar feit (door bv. camera's of voorlichtingen) noemen we ook wel..

(a)  

27.

Waar staat de afkorting TBS voor?

4 lines
28.

Wanneer kan iemand ontoerekeningsvatbaar verklaard worden?

4 lines
29.

Een volksstemming over een belangrijk onderwerp noemen we een...

(a)  

30.

Nederland is een indirecte democratie, wat houdt dat in?

4 lines
31.

Door jezelf verkiesbaar te stellen maak je gebruik van je (a)   kiesrecht.

32.

Hoe noemen we de belangrijkste persoon van een partij?

a)

Koning

b)

Minister

c)

Baas

d)

Lijsttrekker

33.

Is dit links, rechts of midden?

De overheid moet opkomen voor kwetsbare mensen.

a)

Links

b)

Rechts

c)

Midden

34.

Noem een standpunt voor een rechtse partij.

4 lines
35.

Afspraken waarbij alle partijen een beetje toegeven noemen we...

(a)  

36.

Welke drie stromingen zijn er in de politiek?

a)

Links, rechts & midden

b)

Progressief, conservatief en actief

c)

Christen-democratie, Liberalisme en Sociaal-democratie

d)

Democratie, dictatuur en communisme

37.

Vrijheid is de belangrijkste waarde bij...

a)

Liberalisme

b)

Sociaal-democratie

c)

Christen-democratie

38.

Wat is een belangrijke waarde voor de sociaal-democratische stroming?

4 lines
39.

Partij van de dieren en 50PLUS zijn voorbeelden van... partijen

(a)  

40.

Wie heeft de minste macht van deze mensen?

a)

Minister president

b)

Koning

c)

Staatsseccretaris

d)

2e kamer voorzitter

41.

Noem twee dingen die de koning doet.

4 lines