Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

LE 18 - Kinderen met gedrags - en leerproblemen

Total questions: 12

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Frank heeft autisme. Wat zijn de gevolgen voor de buurtsportcoach van het feit dat Frank problemen heeft met executieve functies (EF)? Kies alle juiste antwoorden.

a)

dat de buurtsportcoach kan verwachten dat Frank de spelregels niet snapt

b)

dat de buurtsportcoach kan verwachten dat Frank moeilijk ordening aan kan brengen in de tijd

c)

dat de buurtsportcoach precies moet vertellen wat Frank klaar moet zetten of op moet ruimen

d)

dat de buurtsportcoach rekening moet houden met het feit dat Frank moeilijk tegen zijn verlies kan

2.

Tijdens het voetballen wordt Frits per ongeluk geraakt door Herman. Door zijn zeer beperkte frustratietolerantie en het feit dat hij snel driftig en agressief wordt, schopt hij Herman hard tegen zijn benen. Van welke aandoening is waarschijnlijk sprake bij Frits?

a)

ADHD

b)

NLD

c)

ODD

d)

PDD-NOS

3.

Welke stelling of stellingen over kinderen met NLD is/zijn juist?

Stelling I: Kinderen met NLD hebben vaak problemen met ruimtelijke oriëntatie.

Stelling II: Van praatje, plaatje, daadje is voor kinderen met NLD het plaatje het meest belangrijk.

a)

Alleen stelling I is juist.

b)

Alleen stelling II is juist.

c)

Stelling I en II zijn beide juist.

d)

Stelling I en II zijn beide onjuist.

4.

Welke stoornissen vielen voorheen onder de Autisme-paraplu? Let op! Twee antwoorden zijn juist.

a)

de stoornis van Asperger

b)

PDD-NOS

c)

sociale communicatieve stoornis

d)

taalstoornis

5.

Welke kenmerk(en) behoren tot de hoofdcategorie van ODD? Meerdere antwoorden mogelijk

a)

brutaal, ruziezoekend, uitdagend gedrag

b)

Hyperactief

c)

maakt ruzie met gezagsfiguren, volwassenen

d)

Wraakzucht

6.

Het valt de buurtsportcoach op dat Maaike last heeft van coördinatieproblemen en een wat lage spierspanning. Van welke aandoening is waarschijnlijk sprake bij Maaike?

a)

ADHD

b)

DCD

c)

Downsyndroom

d)

NLD

7.

Welke twee kenmerken zijn het meest kenmerkend voor een hoogsensitief kind volgens de psycholoog Aron? Meerdere antwoorden invullen.

a)

de neiging om veel op te merken

b)

diep nadenken alvorens te handelen

c)

eindeloos willen weten waarom

d)

niet van verrassingen houden

8.

Mensen met autisme hebben moeite om het geleerde in situatie A toe te passen in situatie B.

Hoe wordt dit genoemd?

a)

moeilte met betekenisvol leren

b)

moeilte met executieve functies

c)

moeilte met flexibiliteit

d)

moeilte met transfer

9.

Voor hoeveel procent is ADHD toe te schrijven aan erfelijkheid?

a)

Ongeveer 40%

b)

Ongeveer 60%

c)

Ongeveer 20%

d)

Ongeveer 80%

10.

Welke kenmerken horen er bij ADHD?

a)

Aandacht tekort

b)

Hyperactiviteit

c)

Impulsiviteit

d)

Alle 3 antwoorden zijn goed

11.

Welk kenmerk van ADHD ontbreekt bij kinderen en jeugdigen met ADD?

a)

Aandachtsproblemen

b)

Concentratieproblemen

c)

Hyperactiviteit

d)

Impulsiviteit

12.

Wat hoort er bij de Geef-Me-De-Vijf-Methode?

a)

Wie - Wat - Waar - Waarom - Wanneer

b)

Wat - Hoe - Waar - Wanneer - Wie

c)

Waarom - Waarvoor - Hoelang - Waarheen

d)

Specifiek - Meetbaar - Acceptabel - Realistisch - Tijdsgebonden