wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2 h - unit 1 & 2

Total questions: 100

Worksheet time: 2hrs 40mins

Name
Class
Date
1.

attractie

(a)  

2.

aangetrokken worden door

(a)  

3.

inwoner, burger

(a)  

4.

bestaan uit

(a)  

5.

vertrekken

(a)  

6.

korting

(a)  

7.

opwinding

(a)  

8.

haven

(a)  

9.

verkennen

(a)  

10.

gaan naar

(a)  

11.

indrukwekkend

(a)  

12.

eiland

(a)  

13.

spoorweg

(a)  

14.

wolkenkrabber

(a)  

15.

steil

(a)  

16.

handelen

(a)  

17.

stedelijk

(a)  

18.

bekend

(a)  

19.

bevestigen

(a)  

20.

infobalie

(a)  

21.

vanzelfsprekend

(a)  

22.

in paniek raken

(a)  

23.

paspoort

(a)  

24.

voorstad, buitenwijk

(a)  

25.

ongelooflijk

(a)  

26.

regelen

(a)  

27.

aankomst

(a)  

28.

baai

(a)  

29.

vertraging

(a)  

30.

vervelend

(a)  

31.

verkrijgbaar

(a)  

32.

collega

(a)  

33.

handig

(a)  

34.

platteland

(a)  

35.

lichaamsbeweging

(a)  

36.

heuvel

(a)  

37.

vredig

(a)  

38.

hoofdingang

(a)  

39.

vervuiling

(a)  

40.

wachtrij

(a)  

41.

verkeer

(a)  

42.

komen opdagen

(a)  

43.

aanstaande

(a)  

44.

roltrap

(a)  

45.

gebied

(a)  

46.

filiaal

(a)  

47.

onafhankelijk

(a)  

48.

vermoeiend

(a)  

49.

oriëntatiepunt

(a)  

50.

dichtbij

(a)  

51.

wegwijzer

(a)  

52.

metro

(a)  

53.

rondzwerven

(a)  

54.

schuur

(a)  

55.

deken

(a)  

56.

doorgaan

(a)  

57.

hoek

(a)  

58.

orkaan

(a)  

59.

noodsituatie

(a)  

60.

ooggetuige

(a)  

61.

verwonden

(a)  

62.

voorbereiden

(a)  

63.

hevig, zwaar

(a)  

64.

zaklantaarn

(a)  

65.

fluitje

(a)  

66.

accommodatie

(a)  

67.

jaarlijks

(a)  

68.

behalve

(a)  

69.

nadeel

(a)  

70.

sloot

(a)  

71.

uitrusting

(a)  

72.

voorzien

(a)  

73.

aangenaam

(a)  

74.

zich werpen, duiken

(a)  

75.

rondspetteren

(a)  

76.

zich veroorloven

(a)  

77.

luchtziekte

(a)  

78.

uitzending

(a)  

79.

verzamelaar

(a)  

80.

vreemd

(a)  

81.

aandenken

(a)  

82.

postzegel

(a)  

83.

blik

(a)  

84.

buitengewoon

(a)  

85.

zich afvragen

(a)  

86.

lastigvallen

(a)  

87.

klagen

(a)  

88.

klantenservice

(a)  

89.

balie

(a)  

90.

smaak

(a)  

91.

smaak

(a)  

92.

kikker

(a)  

93.

gezond

(a)  

94.

logisch zijn

(a)  

95.

in de aanbieding

(a)  

96.

spinazie

(a)  

97.

rechtstreeks

(a)  

98.

roeren

(a)  

99.

azijn

(a)  

100.

vers

(a)