Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

h9 H3

Total questions: 15

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Een boer verkoopt zijn tarwe voor €0,45 aan de meelfabriek. De fabriek verkoopt dit weer voor €1 aan de bakker. De bakker verkoopt het brood voor 2,50 aan de klant. Wat is de toegevoegde waarde van de bakker?

(a)  

2.

Wanneer we het hebben over de gezondheid van de bevolking, spreken we over​ (a)  

Choose from the below words
welzijn
welvaart
3.

Welk begrip past het best bij de volgende situatie: Frank gaat volgende week meer verdienen en kan dan eindelijk zijn gewenste auto kopen.

a)

welvaart

b)

Welzijn

c)

korting

4.

Winst is de beloning van de productiefactor​ (a)  

Choose from the below words
ondernemerschap
Kapitaal
arbeid
natuur
5.

Loon is de beloning voor de productiefactor arbeid

a)

juist

b)

onjuist

6.

Pacht is de beloning voor

(a)  

7.

een land heeft een BBP van 25 miljard en 17 miljoen inwoners. Bereken het BBP per hoofd.

(a)  

8.

Welk land heeft een schevere inkomensverdeling?​ (a)  

Choose from the below words
Bangladesh
Nederland
9.

Onder primair inkomen verstaan we

a)

Nettoloon

b)

Brutoloon

c)

Belastingen

10.

Nederland heeft een​ (a)   belastingstelsel

Choose from the below words
progressief
proportioneel
degressief
11.

Onder secundaire inkomens verstaan we

a)

Brutoloon

b)

Belastingen

c)

Nettoloon

12.

Wanneer inkomensverschillen groter worden, spreken we van​ (a)  

Choose from the below words
Denivellering
nivellering
13.

Wanneer het aantal gezinnen onder de armoedegrens stijgen, zitten we landelijk in een​ (a)  

Choose from the below words
laag conjunctuur
hoogconjunctuur
14.

Een kenmerk van hoogconjunctuur is

a)

Veel armoede

b)

Hoge werkloosheid

c)

Hoog consumentenvertrouwen

15.

Bij een laagconjunctuur is er ​ (a)   werkloosheid. Het consumenten vertrouwen is​ (b)   . Bij hoogconjunctuur is er kans op ​ (c)   .

Choose from the below words
veel
weinig
laag
hoog
inflatie
deflatie