WorksheetsVoornaamwoorden mix
Total questions: 30
Worksheet time: 2hrs 30mins
Is dat boek van ___ , Lisa?
Kun je ___ helpen met deze oefening?
Hij wast ___ elke ochtend met koud water.
___ fiets staat daar in de regen.
___ bloemen hier zijn voor de leraar.
Waar heb je ___ gezien? (de kinderen)
___ keer zal het anders zijn! Geloof ___ nu maar!
We hebben ___ vergist van halte.
Mag ik ___ pen even lenen?
___ is de student over wie ik je vertelde.
Waarom kijk je zo naar ___ ?
___ huis daar aan de hoek is pas verkocht.
Ik kan ___ niet herinneren hoe laat de les begint.
Ik heb mijn fiets in de garage gezet. Waar staat de ___? Ik heb ___ achter de hoek geparkeerd.
Hou je van pizza? Ja, ik hou ___
De kinderen hebben ___ jas in de kast gehangen.
___ is iets waar ik niet van hou.
Hebben jullie ___ al ingeschreven voor de cursus?
Dit is mijn tas, dus ___ is ___ tas, denk ik.
Ze heeft ___ gesneden met het mes.
___ man daar lijkt op mijn buurman.
Neem zeker ___ boek mee. Ja, geen probleem, ik zal ___ denken!
___ is de reden waarom ik verhuis.
We hebben ___ beloofd om vroeger thuis te zijn. (onze dochter)
Hij neemt altijd ___ laptop mee naar de les.
Wil je ___ boek ruilen voor dat andere?
Zij kijken graag naar ___ omdat hij grappig is.
___ meisje dat naast je zit, komt uit Portugal.
Ik heb ___ voorgenomen om meer te studeren.
Waar zijn mijn sleutels? Ik kan ___ nergens vinden!
