wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

DOEL. 3.3: Vindingrijk

Total questions: 16

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Welke techniek hoort bij het aanpassen van je taalgebruik aan je publiek?

a)

Gebruik een open lichaamshouding.

b)

Stem je taalgebruik af op het publiek.

c)

Luister aandachtig.

d)

Herken feiten en meningen.

2.

Wat is een voorbeeld van een goede lichaamstaal tijdens een gesprek?

a)

Gebruik een open lichaamshouding.

b)

Brainstormen.

c)

Beoordeel de betrouwbaarheid.

d)

Lees de volledige tekst.

3.

Wat is een kenmerk van goede spreektechniek volgens de tekst?

a)

Spreken met een gevarieerde intonatie.

b)

Spreken met een snelle en onduidelijke articulatie.

c)

Spreken zonder pauzes.

d)

Spreken met een monotone stem.

4.

Welke laag in het sandwichmodel (p.7) toont het verband tussen alinea's?

a)

Titel en inleiding

b)

Midden

c)

Signaal- en bindwoorden

d)

Slot

5.

Welke signaalwoorden worden gebruikt om een oorzaak-gevolg verband aan te geven?

a)

Bijvoorbeeld, een eerste eigenschap, ook

b)

Daarom, dat leidt tot, omdat, want

c)

Eerst, later, ondertussen, ten slotte

d)

Waarmee, daarmee, met behulp van

6.

Welke signaalwoorden worden gebruikt om een opsomming aan te geven?

a)

Eerst, later, ondertussen, ten slotte

b)

Bijvoorbeeld, een eerste eigenschap, ook

c)

Daarom, dat leidt tot, omdat, want

d)

Waarmee, daarmee, met behulp van

7.

Wat maakt wonen in primitieve woningen minder comfortabel?

a)

Ze beschermen amper tegen weersomstandigheden en ongedierte.

b)

Ze zijn te groot en moeilijk te onderhouden.

c)

Ze hebben te veel moderne technologieën.

d)

Ze zijn te duur om te bouwen.

8.

Grace heeft een bijbaantje in de buurt. Ze maait vier keer het gras voor €15 per keer, wiedt onkruid voor €20, en wast twee keer een auto voor €25 per keer. Hoeveel euro heeft ze verdiend?

a)

€100

b)

€130

c)

€120

d)

€140

9.

Rohan had een trein die om 10.50 uur zou aankomen, maar de trein heeft 20 minuten vertraging. Hoe laat zal de trein aankomen?

a)

11.00 uur

b)

11.10 uur

c)

10.30 uur

d)

10.50 uur

10.

Oliver weegt 70 kg. Van de dokter moet hij 10% minder wegen voor een gezond gewicht. Hoeveel kilo moet hij vermageren? Hoeveel weegt hij dan?

a)

7 kg, 63 kg

b)

10 kg, 60 kg

c)

5 kg, 65 kg

d)

8 kg, 62 kg

11.

Wat is het grondtal van het zestigtallig stelsel?

a)

10

b)

12

c)

60

d)

100

12.

Welke beschaving gebruikte het twaalftallig stelsel voor het eerst?

a)

Romeinen

b)

Soemeriërs

c)

Babyloniërs

d)

Arabieren

13.

Nora heeft een speciale klok die de tijd in het twaalftallig stelsel aangeeft. Ze vraagt zich af hoeveel uren er in een dag zijn volgens deze klok.

a)

10

b)

12

c)

24

d)

60

14.

Als Lisa 80 kg weegt en ze wil 15% van haar gewicht verliezen, hoeveel kilo moet ze dan afvallen?

a)

10 kg

b)

12 kg

c)

15 kg

d)

18 kg

15.

Hoeveel minuten zijn er in een uur volgens het zestigtallig stelsel?

a)

30

b)

60

c)

90

d)

120

16.

Als Tom 90 kg weegt en hij wil 20% van zijn gewicht verliezen, hoeveel kilo moet hij dan afvallen?

a)

20 kg

b)

18 kg

c)

22 kg

d)

15 kg