Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Leerdoelen & Wat is een prototype?

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Welke formulering beschrijft het doel van een prototype het best?

a)

Een eindproduct voor directe marktintroductie

b)

Een vereenvoudigde versie om ideeën te testen

c)

Een visuele stijlrichtlijn zonder functionaliteit

d)

Een volledig uitgewerkte technische documentatie

2.

Wat is een kernkenmerk van prototypes volgens de leerstof?

a)

Alleen bedoeld voor verkoopvalidatie

b)

Vaststaande complexiteit en detail

c)

Gericht op leren en ontdekken

d)

Altijd fysiek en volledig functioneel

3.

Kies het beste voorbeeld van een digitaal prototype.

a)

Klikbare mock‑up in Figma

b)

3D‑geprint model van een productontwerp

c)

Papieren app‑schets met getekende knoppen

d)

Karton maquette van een ruimte

4.

Wat is een primaire reden om te prototypen in een ontwerpproces?

a)

Marketingcampagnes sneller lanceren

b)

Ideeën valideren vroegtijdig en goedkoop

c)

Productiecapaciteit direct opschalen

d)

Concurrenten juridisch kunnen uitdagen

5.

Welke observatie-inzicht levert het kijken naar echte gebruikers expliciet op?

a)

Waar ze vastlopen tijdens taken

b)

Hoeveel budget ze uitgeven

c)

Welke kleur ze persoonlijk prefereren

d)

Met welke merken ze adverteren

6.

Een team vertrouwt op onderbuikgevoel bij beslissingen. Wat is de juiste vervolgstap volgens goede prototyping-praktijken?

a)

Aannames testen met echte mensen

b)

Alleen interne demo’s uitvoeren

c)

Roadmap aanpassen zonder tests

d)

Direct bouwen en lanceren

7.

Welke uitspraak vat het risicovoordeel van prototyping het best samen?

a)

Vroeg fouten zien verlaagt latere kosten

b)

Meer functies toevoegen vergroot succes

c)

Langere sprints verminderen onzekerheid

d)

Hogere resolutie mockups voorkomen bugs

8.

Welke uitspraak beschrijft het economische voordeel van vroeg prototypen het best?

a)

Vroege wijzigingen verhogen kosten maar versnellen lancering

b)

Late wijzigingen besparen tijd omdat het product al getest is

c)

Late wijzigingen zijn goedkoper door meer informatie beschikbaar

d)

Vroege wijzigingen kosten minuten en besparen weken

9.

Wat is de juiste volgorde bij het ontwikkelen van een nieuw product?

a)

Eerst eindproduct bouwen, daarna prototypes testen

b)

Meerdere prototypes, daarna één MVP naar klanten

c)

Direct een MVP bouwen zonder te prototypen

d)

Eerst MVP lanceren, daarna prototypes itereren

10.

Welke combinatie vat de kenmerken van een MVP het nauwkeurigst samen?

a)

Minimum kernfunctie, werkt echt, bedoeld om te gebruiken

b)

Volledige functieset, schetsmatig, niet voor gebruikers

c)

Minimum extra functies, conceptueel, bedoeld voor pitch

d)

Beperkte demo, half afgebouwd, intern experiment

11.

Een team heeft twaalf schetsen en drie klikbare mock-ups getest en wil nu iets naar echte gebruikers sturen. Wat is de meest verantwoorde stap?

a)

Bouw een MVP met alleen de kernfunctionaliteit

b)

Publiceer het volledige eindproduct met alle features

c)

Herhaal nog één prototype en stel lancering uit

d)

Stop de ontwikkeling tot er volledige specificaties zijn

12.

Welke eigenschap hoort primair bij digitale producten in prototyping?

a)

Focus op UI/UX en pixels

b)

Test van gewicht en balans

c)

Materiaalkeuze en duurzaamheid

d)

Direct voelbare gebruikservaring

13.

Wat is een kernvoordeel van fysieke prototypes tijdens gebruikerstests?

a)

Direct voelbare interactie

b)

Makkelijk op afstand delen

c)

Lagere productiekosten

d)

Snelle A/B iteraties

14.

Je ontwikkelt een mobiele app en wilt varianten van de onboarding vergelijken zonder hardware te wijzigen. Welke prototypemethode kies je?

a)

Digitaal A/B testen

b)

Materiaalonderzoek

c)

Wearable behuizing maken

d)

IoT-sensoren kalibreren

15.

Welke combinatie klopt voor ‘Physical Computing’ binnen fysieke producten?

a)

Sensoren en actuatoren

b)

Remote A/B varianten

c)

Schermen en UI-pixels

d)

Webapplicaties en apps

16.

Welke factor bepaalt primair waar op het lichaam een wearable geplaatst moet worden voor optimale functionaliteit?

a)

Interactie via licht en geluid

b)

Hygiëne en allergierisico

c)

Context van het lichaam en positie

d)

Testen op tafel voor comfort

17.

Je ontwikkelt een sportband voor atleten. Welk materiaal is het meest geschikt gezien de eisen van zweetbestendigheid en constante beweging?

a)

Geanodiseerd aluminium band

b)

Siliconen of neopreen band

c)

Katoenen geweven armband

d)

Stijf polycarbonaat schaal

18.

Een prototype voelt comfortabel op tafel, maar snijdt in de huid tijdens beweging. Wat is de beste testaanpak om dit te voorkomen?

a)

Dragen op de uiteindelijke lichaamspositie

b)

Virtuele simulatie zonder drager

c)

Korte aanraking met de handpalm

d)

Testen op een vlakke harde ondergrond

19.

Wat beschrijft 'fidelity' in prototyping het best?

a)

Hoe duur de materialen voor prototypes zijn

b)

Hoe dicht het prototype bij het eindproduct ligt

c)

Hoe snel je iteraties kunt uitvoeren in sprints

d)

Hoeveel gebruikers in de testgroep deelnemen

20.

Welke optie hoort het meest bij een low‑fidelity prototype in vroege fases?

a)

Functionele 3D‑geprinte modellen

b)

Volledig gestylede interfaces met kleur

c)

Papieren schetsen en eenvoudige wireframes

d)

Interactieve web‑prototypes met animaties

21.

Welke situatie vraagt het meest om high‑fidelity prototypes?

a)

Vroege validatie van kernconcepten

b)

Snelle verkenning van meerdere ideeën

c)

Brainstormsessies en eerste verkenningen

d)

Definitieve tests en stakeholderpresentaties

22.

Stel: na het testen blijkt dat gebruikers de navigatie onduidelijk vinden. Wat is de meest passende vervolgstap volgens de cyclus in het diagram?

a)

Teruggaan naar idee vormen en doelgroep

b)

Verbeteren op basis van testresultaten

c)

Stoppen omdat de test negatief was

d)

Verder bouwen zonder aanpassingen

e)

Schetsen overslaan en direct testen

23.

Welke focus past het beste bij het cursus-thema ‘Better Future’ binnen Advanced Prototyping?

a)

Snelle iteratie gericht op efficiëntie boven betekenis

b)

Esthetiek en marktpositionering als primaire uitgangspunten

c)

Concepten die positieve impact op mens en maatschappij nastreven

d)

Technologie en vormgeving zonder maatschappelijke dimensie

24.

Wat is het primaire doel van user testing met een prototype?

a)

Vinden van pijnpunten en verwarring bij gebruik

b)

Verzamelen van demografische gegevens van deelnemers

c)

Bewijzen dat alle functies technisch werken

d)

Meten van laadtijden en foutpercentages

25.

Welke vraag past bij ‘Goede Vragen’ tijdens een test?

a)

Is de taak succesvol afgerond door jou?

b)

Zou je dit aanbevelen aan vrienden?

c)

Waarom heb je net op die knop geklikt?

d)

Vind je dit product leuk ja of nee?

26.

Welke feedback verwacht je het meest bij een low-fidelity prototype?

a)

Commentaar op kleur en typografie details

b)

Reacties op animaties en micro-interacties

c)

Oordeel over visuele afwerking en polish

d)

Feedback over structuur en informatie architectuur

27.

Wat is een risico van testen met high-fidelity prototypes?

a)

Gebruikers focussen op basisidee en concept

b)

Gebruikers denken dat product al af is

c)

Gebruikers leveren meer ruwe, brede feedback

d)

Gebruikers negeren visuele uitvoering volledig

28.

Welke vraag is het meest open en niet-sturend tijdens een test?

a)

Zou je dit product gebruiken?

b)

Vond je het product mooi?

c)

Vond je functie A leuk?

d)

Wat is je indruk van dit product?

29.

Je wilt vaststellen of gebruikers een nieuwe functie kunnen vinden. Wat is de meest passende formulering als testdoel?

a)

Vastleggen hoeveel tijd het ontwerp kostte

b)

Beoordelen of de nieuwe functie visueel aantrekkelijk is

c)

Controleren of alle knoppen exact dezelfde kleur hebben

d)

Bepalen of gebruikers de nieuwe functie kunnen ontdekken

30.

Welke taak beschrijft het testen van een aanname het best?

a)

Laat de gebruiker de interface kleuren beoordelen

b)

Meet hoeveel ontwikkelaars aan het project werkten

c)

Laat de gebruiker de extra functies in het menu vinden

d)

Vraag de gebruiker om een blogpost te schrijven