WorksheetsBasisoptie E&O - Eerste semester
Total questions: 29
Worksheet time: 5mins
De aanbodcurve is een dalende rechte.
Waar
Niet waar
E-commerce is het aankopen en verkopen van goederen via het internet.
Waar
Niet waar
De secundaire sector zijn ondernemingen in de industrie, energie, water en bouw.
Waar
Niet waar
Ondernemingen en organisaties uit de non-profitsector horen tot de:
Primaire sector
Secundaire sector
Tertiaire sector
Quartaire sector
Een stakeholder is iemand die enkel rechtstreekse belangen heeft bij een onderneming en er invloed op uitoefent.
Waar
Niet waar
Geld verdienen is een voorbeeld van een persoonlijk motief om te ondernemen.
Waar
Niet waar
Een kappersbezoek is een voorbeeld van een korte keten.
Waar
Niet waar
Producten aanbieden aan één grote groep met vergelijkbare behoeften en problemen:
Nichemarkt
Gesegmenteerde markt
Gediversifieerde markt
Massamarkt
Zelf werktijden kunnen bepalen is een voorbeeld van een:
Maatschappelijk motief
Persoonlijk motief
Economisch motief
Iemand die voor zijn beroep medische behandelingen uitvoert, maar geen arts of tandarts is.
Paramedicus
Vrij beroep
Telecom
Stakeholders binnen de onderneming zoals werknemers zijn:
Interface stakeholders
Interne stakeholders
Externe stakeholders
Prijs, plaats, product en planeet zijn de 4P's van de marketingmix:
Waar
Niet waar
Producten aanbieden aan verschillende klantsegmenten met totaal verschillende behoeften en problemen:
Nichemarkt
Gesegmenteerde markt
Gediversifieerde markt
Massamarkt
Dit is een strategie die inspeelt op het gevoel van de klant bij een bepaalde prijs.
Charm pricing
Exact pricing
Ankereffect
Schaarste
Convenience staat voor consumentengemak in het C-model en verwijst naar de P van plaats in het P-model.
Waar
Niet waar
Wat is een voorbeeld van een variabele kost?
Het loon van een bediende
De huur van een machine
De aankopen van ingrediënten
Gevaar voor overconsumptie is een voordeel van e-commerce voor de consument.
Waar
Niet waar
Een handelsonderneming is een onderneming die goederen en diensten inkoopt en verkoopt.
Waar
Niet waar
De kosten van een goed of dienst = aantal stuks x verkoopprijs per stuk.
Waar
Niet waar
Als de kosten groter zijn dan de opbrengsten, maakt de onderneming verlies.
Waar
Niet waar
De huur van een magazijn is een voorbeeld van een variabele kost.
Waar
Niet waar
Het gaat om het plaatsen van producten in een bepaalde volgorde zodat de consument het duurste eerst ziet.
Charm pricing
Exact pricing
Ankereffect
Schaarste
Een consument is iemand die het product koopt.
Waar
Niet waar
Een consument hoort thuis in de bedrijfskolom.
Waar
Niet waar
De bedrijfskolom start bij de kleinhandelaar en eindigt meestal bij de producent.
Waar
Niet waar
Als ik mijn t-shirt aankoop in Duitsland, dan importeer ik de t-shirt uit het buitenland.
Waar
Niet waar
Als de prijs van Fanta daalt, zal de vraag naar Cola stijgen.
Waar
Niet waar
Het geheel van vraag naar een product noem je een markt.
Waar
Niet waar
Het kattencafé (van Andermans Zaken) dat we onder de loep hebben genomen, heeft de naam:
MUA Kattencafé
MIAUW Kattencafé
MAU Kattencafé
MAUW Kattencafé
