wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

D2+DV

Total questions: 115

Worksheet time: 58mins

Name
Class
Date
1.

een werkplaats

(a)  

2.

een bibliotheek

(a)  

3.

het bureau van de directrice/directeur

(a)  

4.

een refter, een eetzaal

(a)  

5.

een tekenlokaal

(a)  

6.

een gang

(a)  

7.

een speelplaats

(a)  

8.

een keuken

(a)  

9.

de inkomhal

(a)  

10.

een ziekenboeg

(a)  

11.

een lokaal

(a)  

12.

een toegangspoort

(a)  

13.

een refter

(a)  

14.

een klaslokaal

(a)  

15.

een turnzaal

(a)  

16.

een lerarenkamer

(a)  

17.

het toilet

(a)  

18.

in de refter/eetzaal eten

(a)  

19.

in de refter/eetzaal eten

(a)  

20.

Engels

(a)  

21.

een lijmstift

(a)  

22.

een cursusblok

(a)  

23.

een kladschrift

(a)  

24.

een rekentoestel

(a)  

25.

een notitieboek

(a)  

26.

een boekentas

(a)  

27.

een schaar

(a)  

28.

een ringmap

(a)  

29.

een passer

(a)  

30.

een corrigeerlint

(a)  

31.

tekenen

(a)  

32.

artistieke opvoeding

(a)  

33.

muzikale opvoeding/ muziek

(a)  

34.

lichamelijke opvoeding/ LO

(a)  

35.

techniek

(a)  

36.

een geodriehoek

(a)  

37.

een vervoersmap

(a)  

38.

mens en samenleving

(a)  

39.

Frans

(a)  

40.

aardrijkskunde

(a)  

41.

geschiedenis

(a)  

42.

een schoolagenda

(a)  

43.

wiskunde

(a)  

44.

Nederlands

(a)  

45.

een etui, een hoes

(a)  

46.

een lat

(a)  

47.

godsdienst

(a)  

48.

een rugzak

(a)  

49.

een markeerstift

(a)  

50.

(natuur)wetenschappen

(a)  

51.

een puntenslijper

(a)  

52.

een pennenzak

(a)  

53.

heel veel houden van

(a)  

54.

houden van

(a)  

55.

haten

(a)  

56.

eerst, daarna, vervolgens, tenslotte

(a)  

57.

van … tot

(a)  

58.

in de namiddag

(a)  

59.

‘s morgens

(a)  

60.

‘s avonds

(a)  

61.

half

(a)  

62.

kwart na

(a)  

63.

kwart voor

(a)  

64.

gaan

(a)  

65.

babbelen

(a)  

66.

bespreken, discussiëren

(a)  

67.

doen, maken

(a)  

68.

kunnen, mogen

(a)  

69.

komen

(a)  

70.

willen

(a)  

71.

naar het toilet gaan

(a)  

72.

tikkertje spelen

(a)  

73.

schaken

(a)  

74.

op je gsm spelen

(a)  

75.

een boek lezen

(a)  

76.

een koek eten

(a)  

77.

(een toets) herhalen

(a)  

78.

je vrienden opzoeken

(a)  

79.

rondhangen in de toiletten

(a)  

80.

een schrift

(a)  

81.

een blad

(a)  

82.

een boek

(a)  

83.

een pen

(a)  

84.

een potlood

(a)  

85.

een gom

(a)  

86.

een huistaak

(a)  

87.

een oefening

(a)  

88.

een les

(a)  

89.

een fout

(a)  

90.

een week

(a)  

91.

maandag

(a)  

92.

dinsdag

(a)  

93.

woensdag

(a)  

94.

donderdag

(a)  

95.

vrijdag

(a)  

96.

zaterdag

(a)  

97.

zondag

(a)  

98.

een weekend

(a)  

99.

vandaag

(a)  

100.

een dag

(a)  

101.

een dag (duur)

(a)  

102.

de ochtend

(a)  

103.

middag (12u)

(a)  

104.

de namiddag

(a)  

105.

de avond

(a)  

106.

de nacht

(a)  

107.

middernacht

(a)  

108.

een uur

(a)  

109.

een minuut

(a)  

110.

een seconde

(a)  

111.

Het is middag.

(a)  

112.

Het is middernacht.

(a)  

113.

Hoe laat is het?

(a)  

114.

Hoe laat is het?

(a)  

115.

Om hoe laat?

(a)