wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kader H12

Total questions: 30

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het vermogen van een apparaat dat werkt op 230 V en een stroomsterkte van 2 A gebruikt?

a)

115 W

b)

460 W

c)

230 W

d)

1150 W

2.

Een haardroger werkt op 230 V en verbruikt 6 A. Bereken het vermogen.

a)

1380 W

b)

230 W

c)

36 W

d)

1240 W

3.

Wat is de eenheid van vermogen?

a)

Joule

b)

Watt

c)

Ampère

d)

Volt

4.

Een lamp heeft een vermogen van 60 W. Hoeveel stroom verbruikt de lamp bij een spanning van 230 V?

a)

0,26 A

b)

1,5 A

c)

0,13 A

d)

2,6 A

5.

Een apparaat verbruikt 1000 W bij 10 A. Wat is de spanning?

a)

10 V

b)

100 V

c)

110 V

d)

1000 V

6.

Hoeveel energie verbruikt een apparaat van 1000 W in 2 uur?

a)

2 kWh

b)

0,5 kWh

c)

2000 kWh

d)

500 W

7.

Een batterij levert 2 A gedurende 3 uur. Wat is de capaciteit?

a)

6 Ah

b)

1,5 Ah

c)

5 Ah

d)

0,67 Ah

8.

Bereken de capaciteit in Ah van een accu die 4 A levert gedurende 5 uur.

a)

20 Ah

b)

9 Ah

c)

15 Ah

d)

10 Ah

9.

Wat is de eenheid van capaciteit?

a)

kWh

b)

mAh

c)

Watt

d)

Ohm

10.

Een telefoonbatterij van 3000 mAh levert 1 A. Hoe lang kan de batterij de telefoon van stroom voorzien?

a)

3 uur

b)

1 uur

c)

6 uur

d)

0,5 uur

11.

Een lampje werkt 10 uur op een batterij van 2000 mAh. Hoeveel stroom trekt het lampje?

a)

2 A

b)

0,2 A

c)

0,02 A

d)

0,002 A

12.

Een elektrisch fornuis heeft een rendement van 90%. Wat gebeurt met de overige 10%?

a)

Wordt opgeslagen

b)

Gaat verloren als warmte

c)

Wordt omgezet in licht

d)

Wordt niet gebruikt

13.

Wat betekent een rendement van 100%?

a)

Er is geen energieverlies

b)

Het apparaat levert meer energie dan het verbruikt

c)

Het rendement is oneindig

d)

De spanning is 0

14.

Een apparaat heeft een rendement van 40% en levert 120 J nuttige energie. Hoeveel energie heeft het verbruikt?

a)

300 J

b)

200 J

c)

480 J

d)

150 J

15.

Dit is een ...

a)

gesloten stroomkring

b)

schakelaar

c)

open stroomkring

16.

Wat is de eenheid van "Elektrisch vermogen"?

a)

Volt

b)

Watt

c)

Joule

d)

Ampère

17.

Wat is de eenheid van stroomsterkte?

a)

Watt

b)

Volt

c)

Ampère

d)

Ohm

18.

Een lamp heeft een spanning van 12V en de stroomsterkte is 0,2A. Bereken het vermogen van de lamp.

a)

2,4 W

b)

1,2 W

c)

6 W

d)

24 W

19.

Wat is een isolator?

a)

stoffen waar een elektrische stroom gemakkelijk doorheen kan lopen

b)

Stoffen waar een elektrische stroom niet of heel slecht doorheen kan lopen

c)

Geen van beiden

20.

Wat is een geleider?

a)

Stoffen waar een elektrische stroom makkelijk doorheen kan lopen

b)

stoffen waar een elektrische stroom niet of heel slecht doorheen kan lopen

c)

Geen van beiden

21.

10mA = ... A

a)

0,010A

b)

0,1A

c)

10000A

d)

1000A

22.

Wat is dit voor een symbool?

a)

stroommeter

b)

spanningsmeter

c)

lampje

d)

motor

23.

Wat is dit voor een symbool?

a)

spanningsmeter

b)

stroommeter

c)

lampje

d)

motor

24.

Wat is dit voor een schakeling?

a)

Serie schakeling

b)

parallelschakeling

c)

gecombineerde schakeling

25.

Hoeveel is de netspanning in Nederland?

a)

12V

b)

100V

c)

200V

d)

230V

26.
In een parallelschakeling is de stroomsterkte overal hetzelfde.
a)
Waar 
b)
Niet waar
27.
Wat voor schakeling wordt in de afbeelding weergegeven?
a)
Een serieschakeling
b)
Een parallelschakeling
28.

Ik draai 1 lampje uit deze schakeling. Wat gebeurt er met de andere 6 lampen?

a)

Alle lampjes gaan uit

b)

De andere 6 lampjes gaan allemaal iets harder branden

c)

Er gebeurt helemaal niets

d)

Alleen de lampjes die voor de lamp staan die eruit is gedraaid, werken nog.

29.

Welke eenheid hoort bij energieverbruik?

a)

Ampère

b)

Volt

c)

Watt

d)

kiloWattuur

30.

Bereken het vermogen van een apparaat dat werkt op 12 V en een stroom van 1,5 A.

a)

18 W

b)

8 W

c)

24 W

d)

12 W