wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Inleiding (Introduction)

Total questions: 73

Worksheet time: 37mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het primaire doel van de SCIOS-certificatieregeling voor stookinstallaties?

a)

Borgen van proces- en werkuitvoeringskwaliteit

b)

Invoeren van uniforme merkvoorschriften

c)

Stimuleren van vrijwillige inspecties zonder eisen

d)

Verlagen van energieprijzen voor bedrijven

e)

Beperken van installaties tot één type brandstof

2.

Welke werkzaamheden moeten volgens het Activiteitenbesluit door een gecertificeerd bedrijf worden uitgevoerd?

a)

Inspecties en onderhoud aan stookinstallaties

b)

Planning van bouwprojectfinanciering

c)

Software-updates van kantoorapparatuur

d)

Transport van brandstoffen tussen locaties

e)

Registratie van personeelsroosters

3.

Een technicus wil voldoen aan Scope 1 en 2. Welke aanpak is het meest passend?

a)

Alleen interne training zonder toetsing

b)

Uitbesteden aan niet-gecertificeerde leveranciers

c)

Overslaan van onderhoud en alleen keuringen

d)

Ad-hoc inspecties zonder documentatie

e)

Individuele certificering voor periodiek onderhoud

4.

Welke componenten zie je typisch in de gasstraat vóór een atmosferische hoofdbrander in het bovenste diagram?

a)

Drukregelaar, expansievat, rookgasventiel

b)

Filter, twee afsluiters, drukschakelaar

c)

Trekkregelaar, rookgasventiel, condenspomp

d)

Warmtewisselaar, condenspomp, rookgasventiel

5.

Wat onderscheidt directe ontsteking van indirecte ontsteking bij atmosferische branders in de getoonde schema’s?

a)

Direct: met drukregelaar, indirect: met expansievat

b)

Direct: alleen ventilator, indirect: zonder ventilator

c)

Direct: onderdruk, indirect: overdruk

d)

Direct: hoofdbrander rechtstreeks, indirect: via aansteekbrander

6.

Welke leveringsdruk en belastingsbereik wordt genoemd voor de voorbeeldgasstraat bij atmosferische installaties?

a)

15 hPa en 200–900 kW

b)

50 hPa en 100–300 kW

c)

25 hPa en 130–660 kW

d)

35 hPa en 80–450 kW

7.

Welke capaciteitsregelingen worden expliciet genoemd voor ventilatorvoorzetbranders?

a)

Aan-uit, hoog/laag, modulerend

b)

Traploos toerental, vaste trek, bypass

c)

Onderdrukregeling, overdrukregeling, bypass

d)

Constante druk, variabele trek, puls

8.

Wat is een kenmerk van een overdruk stooktoestel volgens de beschrijving?

a)

Altijd zonder ventilator inzet

b)

Hoge rookgaszijdige weerstand in kanalen

c)

Lage rookgaszijdige weerstand in kanalen

d)

Geen invloed van kanaalweerstand

9.

Waarom moet de ventilator in een voorzetbrander voldoende capaciteit hebben?

a)

Voor condensafvoer en rookgaskoeling

b)

Voor koeling van de branderkop en gasfilter

c)

Voor goede verbranding en het overwinnen van toestelweerstanden

d)

Voor drukopbouw in het expansievat

10.

Waar kan de luchtregelklep bij een ventilatorvoorzetbrander volgens de schema’s zijn geplaatst?

a)

Alleen in de rookgasafvoer achter de wisselaar

b)

Alleen na de branderkop in het kanaal

c)

Aan perszijde of zuigzijde van de ventilator

d)

Altijd vóór het gasfilter in de gasstraat

11.

In de onderste grafiek met de ventilatorvoorzetbrander, welke variabele wordt visueel gerelateerd aan klepstanden en branderwerking?

a)

Lucht- en gasdebieten met regelcurven

b)

Watertemperaturen in het cv-circuit

c)

Rookgascondensatiegraad

d)

Elektrische stroom van ontsteking

12.

Bekijk het tweede diagram met onderdrukketel. Welke trend zie je in de rode druklijn langs de gasstraat naarmate je richting brander gaat?

a)

Afname van druk door weerstanden

b)

Periodieke drukstoten zonder trend

c)

Gelijkblijvende druk over alle componenten

d)

Stijgende druk naar de brander toe

13.

In de gasstraat met directe ontsteking van de hoofdbrander (bovenste schema op pagina 62), wat is kenmerkend voor de ontstekingsmethode?

a)

Er is alleen luchtaanvoer en geen gas bij start

b)

De ontsteking gebeurt rechtstreeks in de hoofdbrandersproeiers

c)

Een omloopleiding voedt de hoofdbrandersproeiers eerst

d)

De hoofdbrander krijgt vlam via aparte aansteekbrander

14.

In de gasstraat met aansteek-omloopleiding (middelste schema op pagina 62), wat is het doel van de omloopleiding tijdens starten?

a)

De bypass voert alleen lucht aan zonder gas

b)

De bypass verhoogt de ventilatorsnelheid bij starten

c)

Een bypass levert kleine gasstroom voor veilige ontsteking

d)

De bypass sluit de hoofdgasregelaar volledig af

15.

Bij de gasstraat met indirecte ontsteking via aansteekbrander (onderste schema op pagina 62), welke volgorde is het meest waarschijnlijk voor de veiligheidskleppen?

a)

Alle kleppen openen gelijktijdig

b)

Aansteekbrander ontsteekt, daarna hoofdkleppen

c)

Aansteekbrander blijft gesloten tijdens start

d)

Hoofdkleppen openen vóór aansteekbrander

16.

Vergelijk overdruk- en onderdrukketel. Welke uitspraak over de gemeten luchtdruk op de branderkop is juist bij een overdrukketel?

a)

Luchtdruk op branderkop is gelijk, ongeacht keteltype

b)

Luchtdruk op branderkop is lager door extra weerstand

c)

Luchtdruk is irrelevant voor branderbelasting

d)

Luchtdruk op branderkop is hoger door kanaalweerstanden

17.

Welke hoofdreden voor de ontwikkeling van premixbranders wordt genoemd?

a)

Kleinere ventilatoren kunnen toepassen

b)

Een hogere vlamtemperatuur bereiken

c)

Betere verbranding en lagere NOx-uitstoot

d)

Makkelijkere montage en lagere kosten

18.

Wat gebeurt er in de venturibuis van een premixbrander met ventilator?

a)

Het mengsel wordt door water gekoeld

b)

Rookgassen worden naar buiten geperst

c)

Verbrandingslucht wordt onder onderdruk aangezogen

d)

Gas wordt onder overdruk ingespoten

19.

Waar vindt de vlamvorming plaats bij de beschreven premixbrander?

a)

In de mengkamer vóór de ventilator

b)

In de venturi aan de zuigzijde

c)

In de rookgasafvoer achter de wisselaar

d)

Op het watergekoelde branderoppervlak

20.

In het bovenste schema (pagina-index 1) wordt gas toegevoegd aan welke zijde van de ventilator?

a)

Aan beide zijden gelijktijdig

b)

Direct in de brander zonder ventilator

c)

Aan de perszijde na de ventilator

d)

Aan de zuigzijde vóór de ventilator

21.

Welke component zorgt in beide getoonde schema's voor het beheersen van de gasdruk naar het mengpunt?

a)

De luchtrestrictie in het luchtkanaal

b)

De waterkoeling van het branderoppervlak

c)

De gasregelklep met drukregelaar

d)

De rookgasventilator achter de brander

22.

Je moet een premixsysteem moduleren over hetellast. Wat is de meest juiste aanpak voor het regelen van het gas-luchtmengsel?

a)

Alleen gasklep openen bij stijgende last

b)

Rookgasafvoer afsluiten voor hogere druk

c)

Ventilatorsnelheid moduleren en gasdruk meeregelend

d)

Luchtrestrictie volledig verwijderen bij vollast

23.

In het onderste schema (pagina-index 1) wordt het gas op welke plek toegevoegd?

a)

Direct in de warmtewisselaar

b)

Aan de perszijde na de ventilator

c)

Aan de zuigzijde vóór de ventilator

d)

In de rookgasafvoerleiding

24.

Welke functie heeft de tweede warmtewisselaar in een atmosferisch VISA Scope 1 toestel met rookgastransportventilator?

a)

Condensatie van rookgassen in gevinnde pijpen

b)

Regeling van gasdruk bij vollast en deellast

c)

Ionisatiecontrole van vlam aan beide zijden

d)

Lekdichtheidscontrole van het hoofdgasslot

25.

Wat is het doel van de twee drukverschilschakelaars op het rookgastransportpad?

a)

Bewaken van vollast en deellast ventilatiestroom

b)

Switchen tussen LD1 en HDL beveiligingen

c)

Regelen van gasdruk in DR1 bij overbelasting

d)

Sturen van hoofdbrander naar hoog rendement

26.

Welke uitspraak over LD1 lage gasdrukbeveiliging is juist?

a)

Vergrendelt bij te lage druk in vollast en deellast

b)

Schakelt alleen bij overbelasting van het toestel

c)

Wordt uitsluitend gebruikt tijdens ontsteking

d)

Meet luchtdruk via rookgasventilator LD2Δp

27.

Wat onderscheidt HD van HDL gasdrukbeveiligingen?

a)

HD stuurt ventilator, HDL regelt vlambeeld

b)

HD is voor lekkage, HDL voor ionisatie

c)

HD werkt bij vollast, HDL bij deellast

d)

HD meet luchtdebiet, HDL meet rookgas

28.

Wat is de functie van de VDK lekdichtheidscontrole?

a)

Start rookgasventilator naar hoog toerental

b)

Regelt drukverschil over DR1 bij vollast

c)

Bewakt vlam via tweede ionisatietrap

d)

Pomp gasdruk tussen hoofdgasslot en kleppen

29.

Wat bewaken LD2Δp hoog/laag luchtdrukbeveiligingen in deze installatie?

a)

Temperatuurstijging in warmtewisselaars

b)

Ionisatie van pilotvlam aan ontsteker

c)

Debiet van verbrandingslucht via drukverschil

d)

Gasdruk in regelaar DR1 tijdens vollast

30.

Welke stap volgt na succesvolle lekdichtheidscontrole door VDK bij t1 in het startdiagram?

a)

Hoofdgaskleppen direct openen

b)

Installatie wordt vergrendeld

c)

Rookgasventilator naar hoog toerental

d)

Aanstekergas wordt vrijgegeven

31.

Wanneer worden de aanstekergaskleppen ingeschakeld volgens het starttijdendiagram?

a)

Bij t4 na bekrachtiging van ontsteking

b)

Bij t0 meteen bij startsignaal

c)

Bij t2 tegelijk met ventilatie laagstand

d)

Bij t7 na vrijgave hoofdgas

32.

Wat gebeurt bij t5 in het startdiagram van het Visa A toestel?

a)

Ontsteking wordt afgeschakeld bij voldoende vlam

b)

Ventilator schakelt terug naar hoog toerental

c)

VDK pompt door tot druk wordt bereikt

d)

Hoofdbranders worden direct vrijgegeven

33.

Welke criterium hoort bij het afstellen van HD en HDL beveiligingen?

a)

Stabiele verbranding met GI<2

b)

Maximale rookgascondensatiegraad

c)

Minimale ionisatiestroomwaarde

d)

Geluidsemissie onder 35 dB

34.

Wat is de primaire functie van de ventilator in een premix-toestel tijdens de startcyclus?

a)

Verbrandingslucht aanzuigen en drukverschil opbouwen

b)

Rookgas naar atmosfeer afvoeren via de rookgasleiding

c)

Warmtewisselaar op temperatuur brengen voor ontsteking

d)

Gasdruk verhogen vóór de gasinspuiter

35.

Welke component koppelt het gemeten luchtdrukverschil terug naar het BMS?

a)

Mechanische drukschakelaar in de gasstraat

b)

Thermokoppel op de branderplaat

c)

Elektronische luchtdruksensor gekoppeld aan BMS

d)

Optische vlamdetector in de verdeelkamer

36.

Wat gebeurt bij t3 in de starttijdencyclus van het premix-toestel?

a)

Bewaking beëindigt ventilatietijd en sluit toestel

b)

Ontsteking wordt bekrachtigd naar het ontsteketoerental

c)

Ventilator schakelt naar lage snelheid voor menging

d)

Hoofdgaskleppen worden ingeschakeld voor gasflow

37.

Welke actie volgt nadat bij t4 de hoofdgaskleppen zijn ingeschakeld?

a)

Gasdrukregelaar verlaagt druk naar verdeelkamers

b)

Ventilator schakelt uit om stilstandsverlies te beperken

c)

Rookgasventilator start om rookgassen af te voeren

d)

Vlambeveiliging controleert of de branderbedekking juist ontsteekt

38.

Wat is de veiligheidsrelevante bewaking die installatie vergrendelt bij onvoldoende luchttransport?

a)

Mechanische afsluiting door dubbele gasklep VA1/VA2

b)

Elektronische bewaking van luchtdrukverschil via BMS

c)

Handmatige reset van het hoofdsaslot door monteur

d)

Thermische uitschakeling van warmtewisselaar

39.

Welke tijd komt overeen met ‘aanvang ontsteking’ volgens de tijdwaarnemingen?

a)

t5 ≈ 85,5 s

b)

t1 ≈ 4,0 s

c)

t3 ≈ 64,5 s

d)

t7 ≈ 91,5 s

40.

Wat beschrijft de 1e veiligheidsijd (t5–t6) in de cyclus?

a)

Interval waarin vlamdetectie voldoende vlamsignaal moet zien

b)

Fase waarin ventilator van hoog naar laag schakelt

c)

Periode waarin rookgasventilator toerental begrenst

d)

Tijd waarin gasdrukregelaar DR op setpoint stabiliseert

41.

Welke uitspraak over mengbochten en verdeelkamers is correct?

a)

Brandercompartimenten missen eigen mengbocht en gasinspuiter

b)

Lucht wordt na warmtewisselaar teruggevoerd naar mengbocht

c)

Verdeelkamer bevat geen remplaat om stuurbek te creëren

d)

Gas wordt haaks op de luchtstroom ingespoten voor goede menging

42.

Wat is de grenswaarde voor de totale sluitttijd volgens het schema?

a)

≥30 s bij HV/S-F bewaking

b)

1 s maximaal bij HV/S-F

c)

3 s maximaal bij HV/S-F

d)

5 s minimaal bij HV/S-F

43.

Welke volgorde hoort bij t2, t3 en t4 in de startcycli?

a)

Ontsteking uit, totale sluiting, 2e pen overlooptijd actief

b)

Hoofdgaskleppen uit, ventilator stopt, BMS vrijgave regeling

c)

Ventilator laag, vlambeveiliging actief, rookgasventilator start

d)

Ventilator hoog, ontsteking bekrachtigd, hoofdgaskleppen aan

44.

Wat is het primaire doel van een ventilatorbrander in een VISA-B Scope 2 installatie?

a)

Verbrandingslucht aanvoeren met een ventilator

b)

Elektrische ontsteking leveren voor de brander

c)

Gasdruk verhogen met een compressor

d)

Rookgasafvoer regelen met een klep

45.

Welke component bewaakt de luchttransportindicatie vóór branderstart in deze installaties?

a)

LD2 luchtdrukbewaking

b)

HD1 hogedrukbewaking

c)

VA1 veiligheidsafsluiter

d)

ES3 eindschakelaar gas

46.

Wat is de functie van ES3 bij het ventileren van het toestel?

a)

Gaslek detecteren tussen afsluiters

b)

Eindstand luchtklep controleren op openstand

c)

Brandstof-luchtverhouding automatisch regelen

d)

Ontstekingstemperatuur bewaken continu

47.

Welke twee componenten vormen samen het systeem voor lekdichtheidscontrole van het gasslot?

a)

ES1 en ES3 eindschakelaars

b)

LD1 en HD1 drukregelaars

c)

VA1 en VA2 veiligheidsafsluiters

d)

HR1 en HR2 regelkleppen

48.

Wat doet een VPS (Valve Proving System) in deze context?

a)

Meet verbrandingslucht temperatuur

b)

Bewaakt rookgas CO-concentratie

c)

Regelt toerental van de ventilator

d)

Controleert interne lekkage van het gasslot

49.

Wat wordt gecontroleerd in fase 1 van de 2-fasen VPS-test?

a)

Drukopbouw bij kort openen van VA2

b)

Gasdruk tijdens volast bedrijf

c)

Continuïteit van ontstekingsvlam

d)

Openstand van luchtklep HR2

50.

Welke reactie volgt als tijdens de startcyclus geen luchttransport plaatsvindt?

a)

ES1 wordt handmatig overbrugd door BMS

b)

Installatie vergrendelt en start niet

c)

Gasdrukregelaar verhoogt uitgangsdruk

d)

Ventilator schakelt naar hogere snelheid

51.

Wat is het doel van LD1 volgens de voorschriften?

a)

Bewaken lage gasdruk in alle bedrijfstanden

b)

Verifiëren openstand van luchtklep

c)

Testen lekdichtheid van VA1

d)

Regelen mengverhouding gas en lucht

52.

Welke voorwaarde geldt als criterium bij drukbewakingen voor stabiele verbranding volgens GI-criterium?

a)

GI tussen 15 en 20

b)

GI exact gelijk aan 5

c)

GI kleiner dan 10

d)

GI groter dan 25

53.

Wat gebeurt in fase 2 van de VPS 2-fasen test?

a)

ES3 wordt gekoppeld aan HR1

b)

HDst schakelt vrijgave regeling in

c)

LD2 wordt gereset naar ruststand

d)

VA1 wordt kortstondig geopend en gecontroleerd op lekkage

54.

Wat is de primaire functie van de luchtdrukbeveiliging LD2 tijdens het starten van een ventilatorbrander?

a)

Vlamstabiliteit na t6 bewaken

b)

CAN‑Bus verbinding monitoren

c)

Gaslekkage in gasstraat detecteren

d)

Drukopbouw door ventilator controleren

55.

Welke component controleert de startpositie van de gasregelklep vóór ontsteking?

a)

Eindschakelaar ES1

b)

Veiligheidsafsluiter VA1

c)

Eindschakelaar ES3

d)

Luchtdrukbeveiliging LD2

56.

Wat is het doel van de voorontsteking bij t4–t5 in het starttijden diagram?

a)

Krachtige vonk aanwezig bij vrijgave

b)

Hoofdgastroom direct starten

c)

VPS onmiddellijk uitschakelen

d)

Luchtklep sluiten tot nulpositie

57.

Welke combinatie moet functioneel zijn om de bewaakte ventilatieperiode te starten tussen t1 en t2?

a)

LD2 en ES3 samen

b)

ES1 en VA2 samen

c)

HR1 en HR2 samen

d)

VA1 en VA2 samen

58.

Wat gebeurt er als de gevraagde klepstanden via CAN‑Bus niet worden bereikt in een CE‑gemarkeerde ventilatorbrander?

a)

BMS vergrendelt de installatie

b)

Ontsteking wordt toch vrijgegeven

c)

Vlam wordt handmatig gestabiliseerd

d)

Gasdruk wordt automatisch verhoogd

59.

Welke beschrijving past bij HR2 in verhouding tot HR1 tijdens ventileren?

a)

Bewakt CAN‑Bus telegrammen

b)

Meet vlamspanning van elektrodes

c)

Regelt luchtdebiet relatief tot gas

d)

Start hoofdgastroom bij t5

60.

Welke stap vindt plaats bij t5 volgens het diagram?

a)

Bekrachtigen VA1 en VA2

b)

Uitschakelen LD2 beveiliging

c)

Startpositie ES1 opnieuw testen

d)

Hoofdsbrander in vollast zetten

61.

Wat typeert een moderne CE‑gemarkeerde ventilatorbrander met CAN‑Bus aansturing?

a)

Mechanische koppeling zonder elektronica

b)

Handmatige klepstandinstelling overal

c)

Elektronische gas/lucht‑verhouding

d)

Geen communicatie met servomotoren

62.

Wat is het primaire doel van de lage gasdrukbeveiliging LD1/LD?

a)

Bewaken op te lage gasdruk in alle bedrijfsstanden

b)

Verhogen van gasdruk bij vollast en deellast

c)

Regelen van vlamstabiliteit tijdens ontsteekfase

d)

Compenseren van drukschommelingen in het rookgas

63.

Welke voorwaarde hoort bij een correcte afstelling van LD1/LD volgens de criteria?

a)

CO-luchtvrij kleiner dan één procent

b)

Drukverschil groter dan tachtig procent

c)

Lambda exact één bij hoofdbrander

d)

Maximale ventilatorstand tijdens lektest

64.

Wanneer moet bij CE-gekeurde branders met thermisch vermogen groter dan 1200 kW de lekdichtheidscontrole (VPS) worden uitgevoerd?

a)

Tijdens de startcyclus na t4

b)

Na het beëindigen van de hoofdbrand

c)

Voor het inbrengen van ontsteekenergie

d)

Na het bereiken van vlamstabiliteit

65.

Wat controleert de luchtdrukschakelaar LD2Δp functioneel tijdens de start?

a)

Of de HR-klep in open positie staat

b)

Of de gasregelklep in eindpositie blijft

c)

Of de CAN-sensor vlam detecteert

d)

Of de ventilator drukverschil opbouwt

66.

Welke instelling hoort bij LD2Δp volgens voorschrift van de fabrikant?

a)

Afstellen op tachtig procent van de laagst gemeten bedrijfsdruk

b)

Afstellen op nul procent om overshoot te voorkomen

c)

Afstellen op honderd procent van de hoogst gemeten ventilatordruk

d)

Afstellen op vijftig procent van het nominale gasdrukverschil

67.

Welke actie volgt op t5 volgens het starttijden-diagram?

a)

De ventilatieperiode vangt opnieuw aan

b)

Beide veiligheidsafsluiters VA1 en VA2 bekrachtigen

c)

De luchtdrukbeveiliging wordt uitgeschakeld

d)

De gasregelklep sluit naar rustpositie

68.

Wat is de consequentie als de vlam onvoldoende aanwezig is bij t6?

a)

De brander wordt vergrendeld en startcyclus afgebroken

b)

De LD2Δp wordt tijdelijk buiten bedrijf gezet

c)

De hoofdbrander blijft in bedrijf op laaglast

d)

De VPS wordt opnieuw uitgevoerd tijdens ventileren

69.

Wat is een primaire eis aan een rookgasafvoersysteem in een stookruimte?

a)

Vermindert trek om condensatie te voorkomen

b)

Recirculeert rookgassen voor warmtehergebruik

c)

Voert verbrandingsproducten direct naar buiten af

d)

Verhoogt de verbrandingstemperatuur van het toestel

70.

Welke materiaalkeuze past bij afvoerleidingen voor gasvormige brandstoffen met relatief lage rookgastemperaturen?

a)

Kunststof zonder fabrikantbeperking

b)

Keramiek altijd de beste keuze

c)

Aluminium onder voorwaarden toepasbaar

d)

Onbehandeld gietijzer standaard geschikt

71.

Wanneer mag een bestaand rookgaskanaal met een flexibele leiding worden gebruikt voor een condenserend toestel?

a)

Als het kanaal alleen van beton is opgebouwd

b)

Als het kanaal condensatie volledig voorkomt

c)

Als het kanaal trek verhoogt bij hoge last

d)

Als een flexibele leiding nodig is voor aansluiting

72.

Wat is een belangrijk risico bij een combinatie van RVS en aluminium in rookgasafvoeren bij condenserende toestellen?

a)

Verhoogde trek door galvanische koppeling

b)

Gaten in aluminium delen door opoffering

c)

Aluminium oxideert niet bij vochtige rookgassen

d)

RVS verliest sterkte bij lage temperaturen

73.

Welke keurmerken moeten op het gebruikte materiaal voor rookgasafvoersystemen kunnen staan?

a)

KIWA Water en EPC label

b)

TÜV en VCA keurmerk

c)

CE en ISO 9001 certificaat

d)

Gastec-Qa en KOMO keurmerk