wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Havo Voorbereiding Hoofdstuk Systeem Aarde

Total questions: 46

Worksheet time: 47mins

Name
Class
Date
1.

Elke landschapszone bestaat uit meerdere onderdelen in verschillende sferen. Wat is GEEN sfeer op aarde?

a)

biosfeer

b)

hydrosfeer

c)

lithosfeer

d)

thermosfeer

2.

Elk landschap bestaat uit meerdere geofactoren. Welke geofactor speelt GEEN rol op het landschap in de foto?

a)

lucht

b)

reliëf

c)

tijd

d)

vegetatie

3.

Welk type bodem vind je in een subtropische zone?

a)

bruine bosbodem

b)

latosol

c)

löss

d)

podzolbodem

4.

In welke landschapszone vind je het mangrovebos?

a)

aride zone

b)

boreale zone

c)

subtropische zone

d)

tropische zone

5.

Welke klimaatgrafiek past het beste bij de gematigde zone?

a)
b)
c)
d)
6.

Welke klimaatgrafiek past het beste bij de polaire zone?

a)
b)
c)
d)
7.

De bodem in de polaire zone kenmerkt zich door :

a)

gebrek aan horizonten

b)

kalkrijke humuslaag

c)

oerbank

d)

permafrost

8.

Wat is GEEN voorbeeld van landdegradatie?

a)

bodemerosie

b)

overbeweiding

c)

verwoestijning

d)

verzilting

9.

Door klimaatverandering kunnen klimaatzones opschuiven richting het:

a)

noorden

b)

oosten

c)

westen

d)

zuiden

10.

De uitstoot van Co2 leidt in eerste instantie tot:

a)

klimaatverandering

b)

natuurlijk broeikaseffect

c)

temperatuurstijging

d)

versterkt broeikaseffect

11.

Een orkaan die schade aanricht is een voorbeeld van een:

a)

milieuramp

b)

natuurramp

12.

Wat is de beste manier om verzilting tegen te gaan?

a)

aanleggen van een terrassenlandschap

b)

druppelirrigatie

c)

herbebossing/herbeplanting

d)

verkleinen veestapel

13.

In welke landschapszone zal verzilting vaak voorkomen?

a)

aride zone

b)

boreale zone

c)

gematigde zone

d)

tropische zone

14.

Welke transportkracht is verantwoordelijk voor de bodemerosie die te zien is op de foto?

a)

lucht

b)

ijs

c)

water

d)

wind

15.

Een slapende vulkaan is een vulkaan die

a)

nog wel een keer zou kunnen uitbarsten

b)

af en toe uitbarst

c)

nooit meer kan uitbarsten

16.

Als er gassen uit de vulkaan komen

a)

is het een dode vulkaan

b)

is het een slapende vulkaan

c)

is het een actieve vulkaan

17.
Uit welke delen is de aarde opgebouwd?
a)
Kern, Aardkorst, convectiestromingen
b)
Kern, magma, aardkorst
c)
kern, aardmantel, aardkorst
d)
Aardkorst, mantel, gebergten
18.

Wat is basalt?

a)

Een stollingsgesteente dat vaak voorkomt op de oceaanbodem

b)

Een sedimentgesteente dat ontstaat door verwering

c)

Een metamorf gesteente dat ontstaat door hitte en druk

d)

Een vulkanisch gesteente dat alleen op land voorkomt

19.

Welke kracht is sterker in de drijving van de platentektoniek?

a)

Convectiestromen in de mantel

b)

Slab-pull

Ridge-Push

20.

Hoe oud wordt de aarde geschat?

a)

4,6 miljoen jaar

b)

13,8 miljard jaar

c)

4,6 miljard jaar

d)

1 miljoen jaar

21.

Wat is een divergente plaatgrens?

a)

Een gebied waar twee platen naar elkaar toe bewegen

b)

Een gebied waar twee platen uit elkaar bewegen

c)

Een gebied waar aardbevingen voorkomen

d)

Een gebied met veel vulkanen

22.

Wat is het momentmagnitudeschaal?

a)

Een schaal die de sterkte van orkanen meet

b)

Een schaal die de kracht van aardbevingen meet op basis van energie

c)

Een schaal die de frequentie van vulkanische uitbarstingen meet

d)

Een schaal voor het meten van de afstand tussen aardplaten

23.

Wat zijn de kenmerken van een explosieve eruptie?

a)

Dunne, snelstromende lava en weinig gasvorming

b)

Dikke, taaie lava en veel gasvorming

c)

Uitbarstingen onder water

d)

Lava die stilletjes uit een spleet stroomt

24.

Welk type vulkaan is te zien op de afbeelding?

a)

Stratovulkaan

(explosieve vulkaan)

b)

Schildvulkaan (hotspotvulkaan)

25.

Wat is een hotspot in de geologie?

a)

Een plaats waar aardplaten elkaar raken

b)

Een plek in de mantel waar heet magma naar de oppervlakte stijgt, ver van plaatranden

c)

Een plek met veel vulkanen aan de randen van platen

d)

Een warme luchtmassa die stijgt

26.

Op welke plaat ligt Chili

a)

Zuid-Amerikaanse plaat

b)

Nazca plaat

c)

Antarctische plaat

d)

Grote-Oceanische plaat

27.

Welk type vulkaan is te zien op de afbeelding?

Let op twee antwoorden zijn goed.

a)

Stratovulkaan

b)

Schildvulkaan

c)

Explosieve vulkaan

d)

Hotspotvulkaan

28.

Bron 4 pagina 15, kies de juiste stelling

a)

Door de tektonische activiteit komen er in Japen enkel aardbevingen voor.

b)

Door de tektonische activiteit komen er in Japen enkel tsunami's voor.

c)

Door de tektonische activiteit komen er in Japen vulkaan uitbarstingen, tsunami's, aardbevingen en gebergtevorming voor.

29.

Bron 4 pagina 15, kies de juiste stelling

a)

Japan ligt in de buurt van 4 tektonische platen

b)

Japan ligt in de buurt van 2 tektonische platen

c)

Japan ligt in de buurt van 5 tektonische platen

d)

Japan ligt in de buurt van 3 tektonische platen

30.

Een tsunami is gevaarlijk in ... water

a)

Diep

b)

Ondiep

31.

Op welke plek in de kaart komen aardbevingen vaker voor?

a)

Plek A

b)

Plek B

c)

Plek C

32.

In welk landschap kom je de eerste bomen tegen als je vanaf de noordpool naar het zuiden gaat?

a)

Toendra

b)

Taiga

c)

Gemengdbos

d)

Tropisch regenwoud

33.

Waar staat het rode lijn voor in een klimaatgrafiek?

a)

Gemiddelde neerslag

b)

Gemiddelde temperatuur

c)

Gemiddelde inwoners

d)

Geen van de antwoorden is juist.

34.

Welk landschap zien we op de afbeelding?

a)

Taiga

b)

Savanne

c)

Toendra

d)

Tropisch regenwoud

35.

De poolcirkel bevindt zich op....?

a)

Hoge breedte

b)

Lage breedte

36.
De plek waar de zon recht instraalt en een klein oppervlak verwarmt is de......
a)
Hoge breedte
b)
Lage breedte
37.

Welk landschap past het best bij deze klimaatgrafiek?

a)

Woestijn

b)

Steppe

c)

Tropisch regenwoud

38.

Als er veel koeien op een klein gebied staan gaat het over

a)

Extensieve veeteelt

b)

Intensieve veeteelt

39.
Wat is stijgingsregen ?
a)
regen die stijgt
b)
 regen die door opstijgende warme lucht ontstaat
c)
wolken die langs een berg komen en moeten stijgen
40.

Wat is het verschil tussen BS en BW klimaat

a)

BS staat voor steppe en BW voor tropisch

b)

BS staat voor veel regen en BW voor woestijn

c)

BS staat voor steppe en BW voor woestijn

d)

Er is geen verschil

41.

Welk klimaat is dit?

a)

Df

b)

Af

c)

Cf

d)

Dw

42.

Welk klimaat is dit?

a)

Af

b)

Df

c)

Cs

d)

Cw

43.

Teken in een stratovulkaan

44.

Kleur de kraterpijp blauw

Kleur de pyroclastische stroom groen

45.

In welk gedeelte van de orkaan is het windstil?

a)

In de binnenste rand

b)

In het oog

c)

In de buitenste rand

46.

Wanneer ontstaan de meeste orkanen

a)

Begin van de lente

b)

Begin van de zomer

c)

Eind van de zomer

d)

Eind van de herfst