wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

[Meesterschap] 2.3 Het politieke domein de vroege middeleeuwen

Total questions: 39

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Wat waren de oorzaken voor de splitsing van het Romeinse Rijk? (Er zijn meerdere redenen)

a)

De economische crisis en de hoge belastingen in het Romeinse Rijk.

b)

De opkomst van het christendom en de strijd tussen katholieken en orthodoxen.

c)

De opkomst van de islam en de verovering van delen van het Romeinse Rijk.

d)

Het rijk was te groot om nog langer als één geheel vanuit Rome bestuurd te worden, en Germaanse stammen slaagden erin zich als landbouwers in het Romeinse Rijk te vestigen of trokken plunderend door het rijk.

2.

Wat is het belangrijkste concept achter een tijdlijn?

a)

Het weergeven van gebeurtenissen in chronologische volgorde

b)

Het leggen van verbanden tussen verschillende gebeurtenissen

c)

Het onderscheiden van verschillende historische periodes

d)

Het visualiseren van de duur van een bepaalde periode

3.

Waarom viel het Romeinse Rijk uiteen in een westelijk en oostelijk deel?

a)

Door de economische crisis in het Romeinse Rijk.

b)

Het rijk was te groot om nog langer als één geheel vanuit Rome bestuurd te worden. In 395 splitste keizer Theodosius het Romeinse Rijk in een westelijk en een oostelijk deel.

c)

Door de opkomst van het christendom in het Romeinse Rijk.

d)

Door de invallen van de Germaanse stammen.

4.

In welke periode bevond het Merovingische Rijk zich?

a)

Het Merovingische Rijk bestond van de 6e tot de 9e eeuw.

b)

Het Merovingische Rijk bestond van de 3e tot de 6e eeuw.

c)

Het Merovingische Rijk bestond van de 4e tot de 7e eeuw.

d)

Het Merovingische Rijk bestond van de 5e tot de 8e eeuw.

5.

Welke Germaanse stammen waren belangrijk voor de opbouw van het Frankische Rijk?

a)

De Salische Franken

b)

De Saksen

c)

De Angelen

d)

De Visigoten

6.

Hoe bracht Clovis eenheid in het Frankische rijk?

a)

Hij veroverde de naburige Germaanse rijken en werd de onbetwiste leider van de Franken.

b)

Hij stichtte nieuwe steden en verstevigde de grenzen.

c)

Hij voerde een beleid van religieuze tolerantie.

d)

Hij deelde het rijk op onder al zijn zonen, waardoor het eenheid behield.

7.

Hoe beïnvloedde het christendom de ontwikkeling van het Frankische Rijk?

a)

Het christendom werd verboden en vervolgd in het Frankische Rijk

b)

Het Latijn werd de bestuurstaal en de kerk kreeg veel land en macht

c)

Het christendom leidde tot een heilige oorlog tegen de Romeinen

d)

Het christendom had geen invloed op het Frankische Rijk

8.

Wie was de onbetwiste leider van de Franken in het Merovingische Rijk?

a)

Dagobert was de onbetwiste leider van de Franken.

b)

Childerik was de onbetwiste leider van de Franken.

c)

Pepijn was de onbetwiste leider van de Franken.

d)

Clovis was de onbetwiste leider van de Franken.

9.

Hoe profiteerden zowel de Merovingers als het christendom van hun verbond?

a)

Het verbond tussen de Merovingers en het christendom was voordelig voor beide partijen. De Merovingers kregen legitimiteit en steun van de kerk, terwijl de kerk land en invloed kreeg.

b)

Het verbond tussen de Merovingers en het christendom was vooral voordelig voor de Merovingers, die hun macht konden uitbreiden.

c)

Het verbond tussen de Merovingers en het christendom was vooral voordelig voor de kerk, die haar positie in het rijk kon versterken.

d)

Het verbond tussen de Merovingers en het christendom had geen voordelen voor beide partijen, maar leidde tot conflicten.

10.

Hoe werd de erfopvolging geregeld in de Frankische koninkrijken?

a)

De erfopvolging werd bepaald door een raad van edelen

b)

De koning kon zijn opvolger vrij kiezen

c)

Het rijk werd verdeeld onder alle zonen van de koning

d)

Alleen de oudste zoon erfde het gehele rijk

11.

Hoe breidde Clovis het Frankische Rijk uit?

a)

Clovis breidde het rijk uit door middel van diplomatieke huwelijken.

b)

Clovis breidde het rijk uit door middel van religieuze veroveringen.

c)

Clovis breidde het rijk uit door middel van economische overeenkomsten.

d)

Clovis veroverde de naburige Germaanse rijken, waardoor het rijk zich uitstrekte van over de Rijn tot aan de Pyreneeën.

12.

Wat was het probleem met de erfopvolging in het Merovingische Rijk?

a)

De erfopvolging was gebaseerd op toeval en willekeur, waardoor het rijk instabiel werd.

b)

Het koningschap ging over naar alle zonen van de koning, waardoor het rijk in stukken werd opgedeeld

c)

Alleen de oudste zoon mocht koning worden, wat leidde tot conflicten tussen de broers.

d)

Er was geen duidelijke erfopvolging, waardoor er voortdurend strijd was tussen de koningen.

13.

Wat waren de 'foederati' in het Romeinse Rijk?

a)

Christelijke missionarissen die het Romeinse Rijk bekeerden

b)

Provincies die autonomie hadden binnen het Romeinse Rijk

c)

Romeinse burgers die zich buiten het Rijk vestigden

d)

Germaanse stammen die als bondgenoten dienden in het Romeinse leger

14.

Hoe beïnvloedde het verbond tussen Clovis en het christendom de maatschappelijke context?

a)

De maatschappelijke positie van de Franken werd verzwakt.

b)

De Frankische cultuur werd volledig vervangen door de christelijke cultuur.

c)

De Frankische samenleving werd meer egalitair.

d)

Kerkelijke instellingen zoals bisschoppen en kloosters kregen aanzienlijke stukken land

15.

Wat was de 'Lex Salica'?

a)

Een wetboek van de Salische Franken met regels over recht en erfenissen

b)

Een kroniek over de veroveringen van Clovis

c)

Een religieuze tekst die kerkleer vastlegde

d)

Een Romeinse wet die handel regelde in Gallië

16.

Wat waren de belangrijkste taken van de zendgraven die Karel de Grote stuurde?

a)

Nieuwe gebieden veroveren en het rijk uitbreiden

b)

Belastingen innen en de bevolking onderdrukken

c)

Hen controleren, recht spreken en nieuwe wetten invoeren

d)

Handel stimuleren en economische ontwikkeling bevorderen

17.

Welke Karolingische heerser was de zoon van Karel de Grote?

a)

Pepijn de Korte

b)

Karel de Kale

c)

Lodewijk de Vrome

d)

Lotharius

18.

Wat was het doel van de zendgraven die Karel de Grote uitzond?

a)

Om de plaatselijke bestuurders te controleren, recht te spreken en nieuwe wetten in te voeren

b)

Om de kerstening van de bevolking te bevorderen

c)

Om de grenzen van het rijk te verdedigen

d)

Om de belastingen te innen en de economie te reguleren

19.

Wanneer namen de Karolingische hofmeiers de macht over in het Frankische rijk?

a)

In het midden van de 7de eeuw

b)

In 751

c)

In de 6de eeuw

d)

In de 8ste eeuw

20.

Wat was het gevolg van het Verdrag van Verdun?

a)

Het Karolingische Rijk werd verdeeld onder de drie kleinzonen van Karel de Grote.

b)

Het Karolingische Rijk bleef intact onder één heerser.

c)

Lodewijk de Vrome werd de enige heerser over het Karolingische Rijk.

d)

Karel de Grote werd tot keizer gekroond.

21.

Welke Karolingische hofmeier eiste de troon op, maar durfde de Merovingische koning niet zomaar af te zetten?

a)

Karel de Kale

b)

Lodewijk de Vrome

c)

Karel de Grote

d)

Pepijn de Korte

22.

Welke rol speelde de paus in de machtsovername van de Karolingische hofmeiers?

a)

De paus probeerde de Karolingers tegen te houden en de Merovingische dynastie te behouden

b)

De paus steunde Pepijn de Korte bij het afzetten van de laatste Merovingische koning en zalfde hem tot koning

c)

De paus bleef neutraal en erkende zowel de Merovingische als de Karolingische koningen

d)

De paus steunde de Karolingers niet, maar eiste in ruil voor zijn steun meer invloed in het Frankische rijk

23.

Wat was de belangrijkste oorzaak voor het uiteenvallen van het Karolingische rijk?

a)

De invallen van de Vikingen

b)

De opstand van de lokale machthebbers

c)

De toenemende macht van de kerk

d)

De onderlinge strijd tussen de erfgenamen van Karel de Grote

24.

Wat waren de marken in het Karolingische rijk?

a)

Grensgebieden

b)

Vazalstaten

c)

Kerkelijke gebieden

d)

Koninklijke domeinen

25.

Hoe kwam het Frankische koningschap in handen van de Karolingers?

a)

Pepijn de Korte liet zich door de paus zalven tot koning, nadat hij de laatste Merovingische koning had afgezet.

b)

Karel de Kale werd door de paus gekroond tot koning van het Frankische rijk.

c)

Lodewijk de Vrome erfde het Frankische rijk van zijn vader Karel de Grote.

d)

Karel de Grote veroverde het Frankische rijk met geweld.

26.

Wat deed Pepijn de Korte in ruil voor de pauselijke steun bij het afzetten van de Merovingische koning?

a)

Hij gaf de paus een deel van het Frankische rijk

b)

Hij gaf de paus een grote som geld

c)

Hij beloofde de paus te beschermen tegen zijn vijanden

d)

Hij stond de paus bij in zijn strijd tegen de Germaanse Longobarden

27.

Waarom durfde Pepijn de Korte, de Karolingische hofmeier, de Merovingische koning niet zomaar afzetten?

a)

Omdat de Merovingische koningen hun macht van God hadden gekregen

b)

Omdat hij eerst de steun van de paus wilde verzekeren

c)

Omdat hij eerst de steun van de adel wilde verzekeren

d)

Omdat hij bang was voor de reactie van het volk

28.

Wat was kenmerkend voor de regeringswijze van de Byzantijnse keizers?

a)

De Byzantijnse keizers regeerden als absolute monarchen met een sterke nadruk op centraal gezag.

b)

De Byzantijnse keizers wisselden regelmatig van regeerders via verkiezingen.

c)

De Byzantijnse keizers voerden een decentraliserende bestuursvorm met veel autonomie voor provincies.

d)

De Byzantijnse keizers deelden de macht met een senaat en andere vertegenwoordigende organen.

29.

Hoe werden de Byzantijnse keizers zichtbaar voor hun onderdanen?

a)

De Byzantijnse keizers lieten zich vertegenwoordigen door hoge ambtenaren en militaire leiders.

b)

De Byzantijnse keizers maakten gebruik van een uitgebreid hofceremonieel om hun macht en status te benadrukken.

c)

De Byzantijnse keizers reisden voortdurend door het rijk om overal persoonlijk aanwezig te zijn.

d)

De Byzantijnse keizers zonden schriftelijke bevelen zonder publieke optredens.

30.

Hoe beïnvloedde het Romeinse recht de ontwikkeling van het rechtssysteem in West-Europa?

a)

Het Romeinse recht werd de basis voor veel West-Europese rechtssystemen en had een diepgaande invloed op de rechtsontwikkeling in deze regio.

b)

Het Romeinse recht werd alleen gebruikt in de universiteiten, maar had geen praktische toepassing in West-Europ

c)

Het Romeinse recht werd volledig verworpen in West-Europa en had geen invloed op de rechtsontwikkeling.

d)

Het Romeinse recht werd alleen in enkele landen in West-Europa geïmplementeerd, zoals Italië en Frankrijk.

31.

Wat was een belangrijk doel van Justinianus I bij het heroveren van West-Romeinse gebieden?

a)

Het verkrijgen van meer economische middelen

b)

Het herstellen van het Romeinse Rijk in zijn geheel

c)

Het versterken van de christelijke invloed

d)

Het uitbreiden van het Byzantijnse Rijk

32.

Wat was de belangrijkste codificatie van het Romeinse recht die door het Byzantijnse Rijk werd bewaard en ontwikkeld?

a)

De Lex Salica

b)

De Lex Romana Visigothorum

c)

De Codex Theodosianus

d)

Het Corpus Iuris Civilis

33.

Welke Byzantijnse keizer wordt vaak gezien als een van de belangrijkste heersers van het Byzantijnse Rijk?

a)

Keizer Constantijn I

b)

Keizer Justinianus I

c)

Keizer Heraclius

d)

Keizer Leo III

34.

Welke belangrijke gebeurtenis vond plaats tijdens het bewind van Justinianus I?

a)

De Justiniaanse pest

b)

De bouw van de Hagia Sophia

c)

De codificatie van het Romeinse recht

d)

De verovering van Italië

35.

Hoe werd het Romeinse recht in het Byzantijnse rijk toegepast?

a)

Het Romeinse recht werd in het Byzantijnse rijk grotendeels afgeschaft en vervangen door een nieuw, op christelijke principes gebaseerd rechtssysteem.

b)

Het Romeinse recht werd in het Byzantijnse rijk alleen gebruikt voor de hoogste kringen van de samenleving, terwijl voor de gewone bevolking lokale gewoonterechten bleven gelden.

c)

Het Romeinse recht werd in het Byzantijnse rijk voortgezet en verder ontwikkeld, waardoor het een belangrijke basis vormde voor de wetgeving en rechtspraak.

d)

Het Romeinse recht werd in het Byzantijnse rijk alleen bestudeerd aan de universiteiten, maar had geen praktische toepassing in de rechtspraak.

36.

Wat was een belangrijke oorzaak voor de uiteindelijke ondergang van het Byzantijnse rijk?

a)

De interne machtsstrijd en opstanden binnen het rijk leidden tot instabiliteit en verzwakking.

b)

De economische achteruitgang en financiële problemen maakten het rijk kwetsbaar voor externe aanvallen.

c)

De geleidelijke verwestering en verlies van Byzantijnse tradities ondermijnden de legitimiteit van het keizerschap.

d)

De constante dreiging van vijandige buurvolken, zoals de Arabieren, Seltsjoeken en Ottomanen, die het rijk uiteindelijk wisten te veroveren.

37.

Wat was de belangrijkste reden dat het Romeinse recht onderwezen werd aan universiteiten in West-Europa?

a)

Universiteiten wilden studenten opleiden tot ambtenaren in de Byzantijnse bureaucratie.

b)

Universiteiten wilden studenten opleiden tot advocaten die het Romeinse recht konden toepassen in de rechtspraak.

c)

Universiteiten wilden studenten opleiden tot rechters die het Romeinse recht konden gebruiken in de rechtspraak.

d)

Het Romeinse recht werd gezien als een gezaghebbend en gestructureerd rechtssysteem dat gebruikt kon worden om de rechtsontwikkeling in West-Europa te verbeteren.

38.

Wat was de rol van Karel de Grote in de verspreiding van het christendom?

a)

Hij verbood het christendom in zijn rijk.

b)

Hij bevorderde de bouw van kerken en kloosters.

c)

Hij voerde oorlog tegen de christelijke koningen van Engeland.

d)

Hij stelde de islam als staatsreligie in.

39.

Wat was de belangrijkste reden voor de opkomst van de Karolingische dynastie?

a)

De steun van de paus aan de Karolingers.

b)

De sterke militaire strategie van Karel de Grote.

c)

De economische stabiliteit van het Frankische Rijk.

d)

De afname van de invloed van de Merovingers.