wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordenlijst Quizs

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

decimaal

a)

tiendelig (decimale breuk); cijfer achter de komma

b)

tweede getal in een breuk

c)

een geheel getal

d)

een getal zonder decimalen

2.

echter

a)

maar; evenwel; niettemin

b)

toch; echter; daarentegen

c)

bovendien; daarnaast; verder

d)

want; omdat; hoewel

3.

feitelijk

a)

volgens de feiten; eigenlijk

b)

onjuist; niet waar

c)

verkeerd; foutief

d)

hypothetisch; niet feitelijk

4.

omheen

a)

rondom; aan alle kanten

b)

rechtstreeks; in een rechte lijn

c)

ver weg; op afstand

d)

binnenin; in het midden

5.

dampkring

a)

luchtlaag om de aarde

b)

laag van de oceaan

c)

laag van de atmosfeer

d)

laag van de aarde

6.

kosmisch

a)

betreffende het heelal

b)

gerelateerd aan de aarde

c)

van invloed op de mens

d)

behorende tot de natuur

7.

astronomisch

a)

sterrenkundig; bijzonder groot

b)

klein; onbelangrijk

c)

gemiddeld; normaal

d)

onbekend; mysterieus

8.

satelliet

a)

toestel dat door mensen in een baan rond de aarde is gebracht en dat informatie stuurt naar de aarde of naar een andere satelliet; kunstmaan

b)

een natuurlijk hemellichaam dat om de aarde draait

c)

een apparaat dat alleen op aarde functioneert

d)

een type vliegtuig dat in de ruimte kan vliegen

9.

element

a)

bestanddeel; stof die niet uit andere stoffen samengesteld is

b)

een mengsel van verschillende stoffen

c)

een soort chemische reactie

d)

een proces van stofwisseling

10.

duisternis

a)

afwezigheid van licht

b)

een soort van schaduw

c)

een donkere kamer

d)

een nacht zonder sterren

11.

knal

a)

een zacht geluid, zoals bij een fluistering

b)

een langdurig geluid, zoals bij een sirene

c)

vrij hevig kort geluid, zoals bij een ontploffing

d)

een melodieus geluid, zoals bij een muziekstuk

12.

aardbol

a)

onze planeet; globe

b)

een soort fruit

c)

een type muziek

d)

een geografisch kenmerk

13.

bovenaanzicht

a)

het beeld van een voorwerp recht van boven gezien

b)

een afbeelding van een object van de zijkant

c)

een close-up van een object

d)

een schematische weergave van een object

14.

onnauwkeurig

a)

met weinig aandacht en niet heel precies

b)

met veel aandacht en zeer precies

c)

altijd correct en nauwkeurig

d)

vaak onduidelijk en verwarrend

15.

resten

a)

overblijfselen

b)

afval

c)

resten van voedsel

d)

resten van een gebouw

16.

schaal (van een kaart)

a)

getalsverhouding waarmee je aangeeft hoeveel keer iets kleiner of groter is dan iets anders

b)

een visuele representatie van een geografisch gebied

c)

de afstand tussen twee punten op een kaart

d)

een methode om kaarten te digitaliseren

17.

hedendaags

a)

van nu, van deze tijd

b)

uit het verleden

c)

verouderd

d)

tijdloos

18.

aanschouwen

a)

waarnemen

b)

observeren

c)

vergeten

d)

verlangen

19.

nogal

a)

behoorlijk, maar niet uitzonderlijk

b)

uitzonderlijk goed

c)

heel slecht

d)

matig

20.

fenomeen

a)

zeldzaam verschijnsel

b)

veelvoorkomend voorval

c)

onbekend object

d)

gewone gebeurtenis