wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Migratienetwerken Quiz

Total questions: 21

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Wat wordt bedoeld met een migratienetwerk?

a)

Een officiële organisatie die migratie regelt

b)

Een netwerk van familie en bekenden dat migranten ondersteunt

c)

Een economische verbinding tussen landen

d)

Een route die migranten volgen

2.

Hoe beïnvloeden migratienetwerken nieuwe migratie?

a)

Ze maken migratie duurder

b)

Ze maken migratie moeilijker

c)

Ze maken migratie makkelijker

d)

Ze hebben geen invloed op migratie

3.

Welke vorm van hulp bieden migratienetwerken vaak?

a)

Militaire bescherming

b)

Hulp bij reizen, papieren en werk

c)

Gratis huisvesting door de overheid

d)

Taallessen op school

4.

Hoe heet het verschijnsel waarbij migratie leidt tot meer migratie?

a)

Selectieve migratie

b)

Retourmigratie

c)

Volgmigratie

d)

Braindrain

5.

Wat is een pushfactor?

a)

Een factor die mensen aantrekt naar een gebied

b)

Een factor die mensen wegduwt uit een gebied

c)

Een persoonlijke eigenschap van migranten

d)

Een gevolg van migratie

6.

Welke van de volgende is een pullfactor?

a)

Oorlog

b)

Armoede

c)

Veiligheid

d)

Overstromingen

7.

Waarom is het push-pullmodel volgens de tekst niet voldoende?

a)

Het verklaart alleen binnenlandse migratie

b)

Het houdt geen rekening met economie

c)

Het is te simpel voor de werkelijkheid

d)

Het gaat alleen over vluchtelingen

8.

Wat betekent aspiratie in het aspiraties-mogelijkhedenmodel?

a)

Het geld dat iemand heeft om te migreren

b)

De wil om de eigen situatie te verbeteren

c)

De afstand tot het bestemmingsgebied

d)

De opleiding van een migrant

9.

Wat zijn mogelijkheden bij migratie?

a)

De aantrekkelijkheid van het bestemmingsgebied

b)

De middelen om te kunnen migreren

c)

De cultuur van het herkomstgebied

d)

De politieke situatie

10.

Waarom migreren veel mensen in arme gebieden niet, ook al willen ze dat wel?

a)

Ze zijn tevreden met hun situatie

b)

Ze hebben onvoldoende mogelijkheden

c)

Ze worden tegengehouden door de overheid

d)

Ze kennen geen migratienetwerken

11.

Wat gebeurt er vaak als welvaart en scholing beginnen te stijgen?

4 lines
12.

Wat gebeurt er vaak als welvaart en scholing beginnen te stijgen?

a)

Migratie stopt volledig

b)

Aspiraties nemen toe, maar mogelijkheden zijn nog beperkt

c)

Mensen migreren massaal

d)

Aspiraties nemen af

13.

Wat gebeurt er bij zeer hoge welvaart meestal met migratie?

a)

Aspiraties nemen toe

b)

Mogelijkheden verdwijnen

c)

Aspiraties om te migreren nemen af

d)

Alleen jongeren migreren

14.

Wat is retourmigratie?

a)

Migratie binnen een land

b)

Gedwongen migratie

c)

Terugkeer naar het herkomstland

d)

Tijdelijke migratie

15.

Wat wordt bedoeld met selectieve migratie?

a)

Iedereen migreert tegelijk

b)

Alleen ouderen migreren

c)

Vooral bepaalde groepen migreren

d)

Migratie naar buurlanden

16.

Wat is een demografisch gevolg van selectieve migratie?

a)

Bevolkingsgroei

b)

Vergrijzing in het herkomstgebied

c)

Meer kinderen per gezin

d)

Lagere levensverwachting

17.

Wat zijn geldzendingen?

a)

Belastingen op migratie

b)

Subsidies van de overheid

c)

Geld dat migranten naar hun herkomstland sturen

d)

Spaargeld van migranten in het bestemmingsland

18.

Wat is een positief effect van geldzendingen?

a)

Lagere werkloosheid in het bestemmingsland

b)

Hogere levensstandaard in het herkomstgebied

c)

Minder migratie

d)

Meer braindrain

19.

Wat is braindrain?

a)

De terugkeer van hoogopgeleiden

b)

Het vertrek van laagopgeleide mensen

c)

Het vertrek van hoogopgeleide mensen

d)

Het opleiden van migranten

20.

Wat is braingain?

a)

Verlies van kennis

b)

Tijdelijke migratie

c)

Terugkeer van kennis en vaardigheden

d)

Volgmigratie

21.

Welk sociaal-cultureel effect kan emigratie hebben?

a)

Minder contact tussen landen

b)

Geen verandering in cultuur

c)

Uitwisseling van ideeën en gewoonten

d)

Alleen economische gevolgen