Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

6.1 Bevolking in China: Spreiding en Verchinezen

Total questions: 79

Worksheet time: 40mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent bevolkingsspreiding in een land?

a)

Regels van de regering voor wonen

b)

Groei van inwoners per jaar

c)

Aantal mensen in één stad

d)

Verdeling van mensen over gebieden

2.

Welke kant van China heeft over het algemeen een hoge bevolkingsdichtheid?

a)

Het westen van China

b)

Het noorden van China

c)

Het oosten van China

d)

Het midden van China

3.

Welke natuurlijke factor zorgt vaak voor lage bevolkingsdichtheid in West-China?

a)

Veel grote havensteden

b)

Vlakke, vruchtbare rivieren

c)

Grote berggebieden en woestijnen

d)

Milde temperaturen en regen

4.

Ongeveer hoeveel inwoners heeft China?

a)

Ongeveer 140 miljoen mensen

b)

Ongeveer 1,4 miljoen mensen

c)

Ongeveer 1,4 miljard mensen

d)

Ongeveer 14 miljard mensen

5.

Wat betekent bevolkingsdichtheid?

a)

Aantal talen in een land

b)

Aantal steden per provincie

c)

Aantal bergen in een gebied

d)

Aantal mensen per vierkante kilometer

6.

Welke steden liggen in het dichtbevolkte oosten van China?

a)

Beijing en Shanghai

b)

Lhasa en Kashgar

c)

Harbin en Lanzhou

d)

Urumqi en Hohhot

7.

Waarom wonen minder mensen in West-China?

a)

De regering verbiedt wonen

b)

Er zijn te veel fabrieken

c)

Het is te hoog en te droog

d)

Er is geen school of ziekenhuis

8.

Wie vormen de grootste bevolkingsgroep in China?

a)

Uyguren

b)

Tibetanen

c)

Mongolen

d)

Han-Chinezen

9.

Wat is verchinezen?

a)

Minder steden in het oosten

b)

Meer Han-cultuur in een gebied

c)

Het verminderen van rivieren

d)

Het bouwen van hoge bergen

10.

Wat moedigt de regering aan om de bevolking beter te verdelen?

a)

Sluiten van oostelijke steden

b)

Migratie van Han naar het westen

c)

Verhuizen van steden naar zee

d)

Verbieden van reizen tussen provincies

11.

Wat krijgen sommige Han-Chinezen die naar het westen verhuizen?

a)

Een nieuwe taalles

b)

Een huis aangeboden

c)

Een bergklimcursus

d)

Gratis treinkaartjes

12.

Welke beschrijving past bij het plaatje met het zwembad vol mensen?

a)

Voorbeeld van hoge bevolkingsdichtheid

b)

Voorbeeld van lage bevolkingsspreiding

c)

Voorbeeld van natuurlijke factor

d)

Voorbeeld van verchinezen

13.

Wat betekende de eenkindpolitiek voor gezinnen in China?

a)

Gezinnen moesten twee kinderen hebben

b)

Gezinnen mochten vier kinderen hebben

c)

Gezinnen kregen geen kinderen meer

d)

Gezinnen mochten één kind hebben

14.

Waarom voerde de Chinese regering rond 1970 de eenkindpolitiek in?

a)

Er waren te weinig huizen

b)

De landbouw had te weinig water

c)

De bevolking groeide te snel

d)

Het land had te veel ouderen

15.

Hoeveel kinderen per vrouw waren er rond 1970 gemiddeld in China?

a)

Vijf kinderen per vrouw

b)

Eén kind per vrouw

c)

Twee kinderen per vrouw

d)

Drie kinderen per vrouw

16.

Welke uitspraak over het geboortecijfer klopt volgens de dia?

a)

Het is lager dan in Nederland en Duitsland

b)

Het is hoger dan in alle buurlanden

c)

Het stijgt elk jaar met tien procent

d)

Het is hetzelfde als in Europa

17.

Welke demografische verandering zie je in de leeftijdsdiagrammen: 1950, 2018, 2060?

a)

Vergrijzing neemt toe sterk

b)

Levensverwachting daalt flink

c)

Jeugd wordt groter steeds

d)

Minder volwassenen zichtbaar

18.

Wat is een gevolg van lage geboortecijfers en hogere levensverwachting?

a)

Meer rivieren in het landschap

b)

Minder huizen in steden

c)

Meer vergrijzing in de bevolking

d)

Meer ontgroening in de landbouw

19.

Welk nadeel van de eenkindpolitiek wordt genoemd?

a)

Meer bossen gekapt voor woningen

b)

Jongensoverschot van ongeveer 40 miljoen

c)

Te weinig scholen voor kinderen

d)

Meer files in grote steden

20.

Waarom kozen sommige families voor een zoon in plaats van een dochter?

a)

Dochters mochten niet reizen

b)

Zonen kregen gratis huizen

c)

Zonen konden werken en zorgen later

d)

Dochters mochten niet naar school

21.

Wat betekent ‘ontgroening’ in de leeftijdsdiagrammen?

a)

Meer baby’s bovenin

b)

Minder ouderen bovenin

c)

Minder jonge mensen onderin

d)

Meer werkenden in het midden

22.

Tot ongeveer welk jaar zal de Chinese bevolking nog groeien volgens de dia?

a)

Tot ongeveer 2035

b)

Tot ongeveer 2020

c)

Tot ongeveer 2005

d)

Tot ongeveer 2055

23.

Wat mag sinds 2021 volgens de dia?

a)

Chinese gezinnen mogen drie kinderen krijgen

b)

Chinese gezinnen moeten één kind krijgen

c)

Chinese gezinnen mogen geen kinderen krijgen

d)

Chinese gezinnen mogen vijf kinderen krijgen

24.

Welke hoop heeft de regering door de regel van drie kinderen?

a)

Dat fabrieken meer banen geven meteen

b)

Dat het geboortecijfer stijgt en vergrijzing afneemt

c)

Dat rivieren schoner worden door regen

d)

Dat steden kleiner worden door verhuizing

25.

Hoe noem je alle maatregelen om de bevolking te beïnvloeden?

a)

Natuurbeleid

b)

Wereldhandel

c)

Bevolkingspolitiek

d)

Stedenbouwkunde

26.

In het demografisch transitiemodel zie je lijnen voor geboortecijfer en sterftecijfer. Welke trend is zichtbaar sinds 1960?

a)

Beide lijnen blijven gelijk

b)

Geboortecijfer stijgt snel

c)

Sterftecijfer daalt sterk

d)

Sterftecijfer stijgt langzaam

27.

Wat kan er na 2035 met de bevolking gebeuren volgens de dia?

a)

Explosieve groei door technologie

b)

Geen verandering in aantal inwoners

c)

Snelle groei door meer migratie

d)

Bevolkingskrimp door ontgroening en vergrijzing

28.

Wat betekent een eenpartijstelsel in China?

a)

Eén partij regeert het hele land

b)

Meerdere partijen delen de macht

c)

Geen politieke partijen bestaan

d)

Burgers kiezen elke maand een partij

29.

Welke verandering gebeurde na 1980 in China?

a)

Minder mensen verhuisden naar steden

b)

Meer openheid voor buitenlandse bedrijven

c)

Strengere regels tegen handel met buitenland

d)

Verbod op werk in kustgebieden

30.

Wat was vóór 1980 vaak verboden in China?

a)

Bouwen van kleine huizen

b)

Treinreizen tussen steden

c)

Boerenmarkten op zondag

d)

Westerse films en kleding

31.

Waarom kwamen buitenlandse bedrijven naar China na 1980?

a)

Zij hoopten op gratis grond

b)

Zij zochten lage lonen

c)

Zij wilden bergen beklimmen

d)

Zij moesten nieuwe wetten testen

32.

Wat betekent urbanisatie?

a)

Meer bossen komen bij dorpen

b)

Minder huizen worden gebouwd

c)

Meer mensen werken op boerderijen

d)

Meer mensen verhuizen naar steden

33.

Hoeveel megasteden heeft China nu volgens de dia?

a)

Twintig megasteden op het platteland

b)

Geen megasteden in 2020

c)

Vijf megasteden in kustgebieden

d)

Tien megasteden in het land

34.

Wat is een megastad volgens de uitleg?

a)

Een stad met meer dan 10 miljoen inwoners

b)

Een stad met precies 1 miljoen inwoners

c)

Een stad met alleen wolkenkrabbers

d)

Een dorp met veel fabrieken

35.

Kijk naar de staafgrafiek met stedelingen en plattelandsbewoners. Wat zie je tussen 1980 en 2020?

a)

Het aandeel stedelingen stijgt sterk

b)

Het aandeel plattelandsbewoners stijgt sterk

c)

Beide groepen blijven gelijk

d)

Stedelingen verdwijnen helemaal

36.

Welke oorzaak van snelle urbanisatie wordt genoemd?

a)

Reizen tussen dorpen werd verboden

b)

Nieuwe regels die steden sluiten

c)

Gratis huizen op het platteland voor iedereen

d)

Armoede op het platteland, hogere inkomens in steden

37.

De lijngrafiek met inkomens laat een blauwe zone zien. Waarvoor staat die?

a)

De welvaartskloof tussen stad en platteland

b)

De regenval in rijstvelden

c)

De groei van wolkenkrabbers

d)

De hoeveelheid nieuwe fabrieken

38.

Wat betekent het hukou-systeem voor waar mensen mogen wonen?

a)

Je moet blijven wonen waar je geboren bent

b)

Je mag overal in China vrij wonen

c)

Je mag alleen aan de kust gaan wonen

d)

Je moet elke vijf jaar verhuizen naar een stad

39.

Waarom trokken veel mensen naar het kustgebied van China?

a)

Door lage lonen op het platteland

b)

Door komst van buitenlandse bedrijven

c)

Door strengere milieuregels

d)

Door hogere belastingen in steden

40.

Welke maatregel helpt het binnenland aantrekkelijker maken voor bedrijven?

a)

Strengere verhuisregels

b)

Verbetering van infrastructuur

c)

Verhoging van belastingen

d)

Sluiting van spoorlijnen

41.

Welke voorziening krijg je vaak niet zonder juiste hukou?

a)

Boeken in de bibliotheek

b)

Schooluniformen

c)

Gratis vliegtickets

d)

Sociale huurwoningen

42.

Welke stad ligt in het kustgebied en trekt veel mensen?

a)

Urumqi

b)

Shanghai

c)

Lhasa

d)

Harbin

43.

Wat laat de grafiek over inkomens zien tussen stad en platteland?

a)

De kloof tussen stad en platteland groeit

b)

De kloof is in 1990 verdwenen

c)

De inkomens zijn overal gelijk gebleven

d)

De inkomens op het platteland zijn altijd hoger

44.

Welke regel over verhuizen is tegenwoordig waar?

a)

Iedereen mag zonder regels verhuizen

b)

Verhuizen mag alleen met buitenlandse pas

c)

Regels zijn strenger en verhuizen verboden

d)

Regels zijn minder streng maar toestemming nodig

45.

Welke strategie gebruikt de regering om binnenland niet te laten leeglopen?

a)

Verbod op buitenlandse handel

b)

Lagere belastingen voor nieuwe bedrijven

c)

Sluiten van scholen

d)

Verhoging van huizenprijzen

46.

Welke provincie is groen op de kaart en heeft hoger dan gemiddeld inkomen?

a)

Gansu

b)

Tibet

c)

Xinjiang

d)

Guangdong

47.

Wat kan een gevolg zijn van minder strenge milieuregels in het binnenland?

a)

Meer bedrijven willen zich vestigen

b)

Meer regen valt in bergen

c)

Mensen moeten sneller verhuizen

d)

Treinen rijden minder vaak

48.

Wat is een hutong in China?

a)

Een buitenwijk met vrijstaande huizen en tuinen

b)

Een industriegebied met grote fabrieken en depots

c)

Een modern winkelcentrum met veel parkeergarages

d)

Een traditionele woonwijk met smalle rechte straten

49.

Welke eigenschap past bij hutongs?

a)

Zeer luxe appartementen met privézwembaden

b)

Brede snelwegen en moderne metro-ingangen

c)

Weinig huizen en veel groene parken

d)

Hoge bebouwingsdichtheid en gedeelde voorzieningen

50.

Wat betekent sociale controle in een wijk?

a)

Camera’s filmen iedereen op straat

b)

De burgemeester bezoekt elke week de buurt

c)

Bewoners letten op elkaar en op wat er gebeurt

d)

Agenten controleren elke dag alle huizen

51.

Wat is participatie van bewoners?

a)

Actieve deelname aan de leefbaarheid van de wijk

b)

Alleen klagen over rommel op straat

c)

Het bouwen van nieuwe huizen zonder vergunning

d)

Het betalen van extra huur voor de buurt

52.

Kies een voorbeeld van participatie in een hutong.

a)

Wachten tot de overheid alles oplost

b)

Alleen binnen blijven en niets doen

c)

Samen huisvuil ophalen en wc’s schoonmaken

d)

Elke dag nieuwe winkels openen

53.

Wat gebeurt er met veel hutongs volgens de dia’s?

a)

Ze verplaatsen naar het platteland

b)

Ze krijgen grotere tuinen en parken

c)

Ze worden platgegooid en vervangen door hoogbouw

d)

Ze worden omheind als natuurgebied

54.

Waarom bouwen projectontwikkelaars dure hoogbouw in het centrum?

a)

Hoge grondprijzen leveren het meeste geld op

b)

De overheid verbiedt lage gebouwen overal

c)

Bewoners willen alleen in wolkenkrabbers wonen

d)

Er is geen ruimte buiten de stad

55.

Wat krijgen oude bewoners vaak aangeboden na sloop van hun hutong?

a)

Een hotelkamer voor enkele maanden

b)

Een boerderij op het platteland

c)

Een gratis winkel in het centrum

d)

Een flat aan de rand van de stad

56.

Noem een voordeel van wonen in een nieuwe flat.

a)

Centrale verwarming en airco beschikbaar

b)

Lagere huur dan in hutongs

c)

Dicht bij oude vrienden en familie

d)

Meer ruimte voor kleine winkels

57.

Noem een nadeel voor oude bewoners in de nieuwe flats.

a)

Meer buurtactiviteiten en samen eten

b)

Ver weg van werk en hun winkeltje

c)

Betere infrastructuur en bereikbaarheid

d)

Kleinere afstand tot familie en vrienden

58.

Kijk naar de foto van de traditionele straat. Wat zie je dat past bij hutongs?

a)

Brede laan met hoge glazen torens

b)

Groot plein met fonteinen en beelden

c)

Lege weg met weinig huizen en bomen

d)

Smalle straat met veel mensen en kramen

59.

Kijk naar de binnenplaats-foto. Wat laat dit zien over het leven in hutongs?

a)

Toeristen maken foto’s van monumenten

b)

Werkers bouwen een nieuw winkelcentrum

c)

Iedereen woont alleen in grote appartementen

d)

Buren doen samen dagelijkse klusjes

60.

Wat betekent inspraak in een stad?

a)

Je moet altijd met de burgemeester eens zijn

b)

Alleen rijke mensen mogen plannen maken

c)

De overheid beslist alles zonder bewoners te vragen

d)

Je mag zeggen wat je vindt zodat men luistert

61.

Welke keuze kan de overheid maken voor oude woonwijken?

a)

Bewoners verplichten om te verhuizen

b)

Altijd slopen en bouwen van wolkenkrabbers

c)

Opknappen tot toeristische wijk met winkels

d)

Veranderen in fabrieksterrein met magazijnen

62.

Wat is een doel van de overheid voor migranten in de stad?

a)

Alleen stadsbewoners toegang geven

b)

Geen krottenwijken laten ontstaan

c)

Minder bussen en parken maken

d)

Meer dure woningen bouwen

63.

Welke maatregel helpt om krottenwijken te voorkomen?

a)

Bouw meer goedkope woningen

b)

Verplaats dorpen naar de bergen

c)

Sluit alle markten in het centrum

d)

Verbied toeristen in oude wijken

64.

Wat krijgen migranten steeds vaker in steden?

a)

Vergunning om overal te bouwen

b)

Een gratis huis in het centrum

c)

Toegang tot stedelijke voorzieningen

d)

Een baan bij de overheid automatisch

65.

Wat is een agglomeratie?

a)

Vakantiepark met bungalows

b)

Grote stad met omliggende plaatsen

c)

Klein dorp met één winkelstraat

d)

Boerderij met veel akkers

66.

Wat is een seizoensmigrant?

a)

Iemand die alleen online werkt

b)

Iemand die tijdelijk voor werk verhuist

c)

Iemand die nooit van plaats verandert

d)

Iemand die voor vakantie naar stad gaat

67.

Welke twee opties noemt de overheid voor traditionele wijken?

a)

Museum bouwen of school sluiten

b)

Park maken of sportstadion bouwen

c)

Industriegebied of snelweg aanleggen

d)

Toeristische wijk of opgeknapte woonwijk

68.

Waarom let de overheid op traditionele woonwijken?

a)

Ze horen bij de Chinese cultuur

b)

Ze staan altijd leeg en verlaten

c)

Ze zijn te duur om te renoveren

d)

Ze maken de stad minder populair

69.

Wat kan een gevolg zijn van meer (groen)voorzieningen in stadswijken?

a)

Wijken worden aantrekkelijker om te wonen

b)

Mensen verhuizen massaal naar platteland

c)

Er komen minder scholen in de stad

d)

Auto’s mogen nergens meer rijden

70.

Wat betekent urbanisatie voor het platteland in het westen van China?

a)

De landbouw krijgt veel extra grond

b)

Veel kinderen blijven achter zonder ouders

c)

Meer jonge arbeidskrachten keren terug

d)

Dorpsbewoners verhuizen naar kleinere dorpen

71.

Welke groep blijft er weinig over op het platteland door verhuis naar steden?

a)

Jonge arbeidskrachten

b)

Oudere inwoners

c)

Toeristen en bezoekers

d)

Landbouwdieren

72.

Wat gebeurt er met dorpen rond grote steden?

a)

Ze worden bossen met wandelpaden

b)

Ze worden onderdeel van agglomeraties

c)

Ze worden verlaten zonder huizen

d)

Ze worden eilanden aan de kust

73.

Welke verandering zie je in de omgeving van grote steden?

a)

Meer meren en rivieren

b)

Minder gebouwen in dorpen

c)

Meer akkers naast boerderijen

d)

Flats op plek van landbouwgrond

74.

Wat doen sommige dorpsbewoners met hun huis als er veel migranten komen?

a)

Ze verplaatsen het huis naar de stad

b)

Ze verkopen het huis aan de overheid

c)

Ze slopen alle verdiepingen van hun huis

d)

Ze bouwen verdiepingen en verhuren kamers

75.

Welke milieuproblemen ontstaan door snelle groei van steden?

a)

Vulkanen en tornado’s

b)

Overstromingen en aardbevingen

c)

Smog en verkeerscongestie

d)

Droogte en woestijnvorming

76.

Wat is smog het beste omschreven als?

a)

Wolken van waterdamp

b)

Wind uit de bergen

c)

Vuile lucht door uitlaatgassen

d)

Dikke mist door koude lucht

77.

Welke situatie is een voorbeeld van congestie?

a)

Een rivier met helder water

b)

Een park met veel bomen

c)

Een lege weg zonder auto’s

d)

Een drukke weg met files

78.

Waarom profiteren sommige westelijke gebieden nauwelijks van economische ontwikkelingen?

a)

Omdat veel werk naar oosten verhuist

b)

Omdat ze geen landbouw meer doen

c)

Omdat ze te veel toeristen hebben

d)

Omdat ze te veel fabrieken bouwen

79.

Kijk naar de afbeelding met hoge gebouwen. Wat laat dit zien over wonen in de stad?

a)

Steden hebben weinig woningen nodig

b)

Steden bouwen hoog om ruimte te besparen

c)

Steden hebben vooral boerderijen

d)

Steden liggen altijd aan zee