wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Energie Systemen Quiz

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Welk energiesysteem levert energie voor zeer korte, explosieve inspanningen?

a)

Zuurstofsysteem

b)

Melkzuursysteem

c)

Fosfaatsysteem

2.

Welke brandstof wordt vooral gebruikt bij lage intensiteit?

a)

Glucose

b)

Vetten

c)

Creatinefosfaat

3.

Bij welk systeem ontstaat het snelst verzuring?

a)

Zuurstofsysteem

b)

Melkzuursysteem

c)

Fosfaatsysteem

4.

Wat is de rol van ATP in de spier?

a)

ATP zorgt voor de aanmaak van melkzuur

b)

ATP levert direct energie voor spiercontractie

c)

ATP zorgt voor zuurstoftransport in het bloed

5.

Waarom is het fosfaatsysteem belangrijk bij explosieve inspanningen?

a)

Het levert langdurige energie

b)

Het zorgt voor snelle energie zonder zuurstof

c)

Het voorkomt verzuring

6.

Wat gebeurt er bij de anaerobe drempel?

a)

Lactaat stijgt snel

b)

Lactaat blijft stabiel

c)

Lactaat daalt

d)

Lactaat blijft gelijk

7.

Wat is het juiste kenmerk van de aerobe drempel?

a)

De lactaatwaarde begint te stijgen

b)

De lactaatwaarde begint te dalen

c)

De lactaatwaarde blijft stabiel

d)

De lactaatwaarde stijgt snel

8.

Welke energieleverend systeem gebruikt voornamelijk ATP/creatinefosfaat als brandstof?

a)

Fosfaatsysteem

b)

Melkzuursysteem

c)

Zuurstofsysteem

d)

Glucosesysteem

9.

Wat gebeurt er bij de anaerobe drempel met verzuring?

a)

Verzuring neemt toe

b)

Verzuring neemt af

c)

Verzuring blijft gelijk

d)

Verzuring verdwijnt

10.

Welk energiesysteem gebruikt vetten als belangrijkste brandstof?

a)

Zuurstofsysteem

b)

Fosfaatsysteem

c)

Melkzuursysteem

d)

Glucosesysteem

11.

Welk energiesysteem wordt voornamelijk gebruikt bij een 1RM back squat?

a)

Fosfaatsysteem

b)

Melkzuursysteem

c)

Aeroob systeem

d)

Vetzuurverbranding

12.

Wat is de belangrijkste brandstof voor spiercontractie volgens de afbeelding?

a)

Adenosine Tri Fosfaat (ATP)

b)

Glucose

c)

Zuurstof

d)

Melkzuur

13.

Wat gebeurt er met ATP tijdens spiercontractie?

a)

Het wordt afgebroken tot ADP en een fosfaatgroep, waarbij energie vrijkomt.

b)

Het wordt omgezet in glucose.

c)

Het wordt opgeslagen in de spier.

d)

Het wordt omgezet in melkzuur.

14.

Welk energiesysteem is het meest actief tijdens een marathon?

a)

Aeroob systeem

b)

Fosfaatsysteem

c)

Melkzuursysteem

d)

Anaeroob alactisch systeem

15.

Waarom is ATP slechts in beperkte hoeveelheid (max. 4 sec) in de spier aanwezig?

a)

Omdat het snel wordt afgebroken om direct energie te leveren voor spiercontractie.

b)

Omdat het alleen tijdens rust wordt gebruikt.

c)

Omdat het alleen in het hart voorkomt.

d)

Omdat het niet belangrijk is voor energievoorziening.

16.

Welke verschillende acties voert een middenvelder uit tijdens een voetbalwedstrijd van 90 minuten?

a)

Wandelen, joggen, sprinten, duels aangaan en lange sprints bij een counter

b)

Alleen wandelen

c)

Alleen sprinten

d)

Alleen duels aangaan

17.

Gebruikt een middenvelder tijdens een wedstrijd één enkel energiesysteem?

a)

Ja, altijd

b)

Nee, hij gebruikt meerdere energiesystemen

c)

Ja, alleen het aerobe systeem

d)

Ja, alleen het anaerobe systeem

18.

Een middenvelder gebruikt tijdens een wedstrijd niet slechts één energiesysteem omdat:

a)

verschillende acties verschillende energiebronnen vereisen

b)

hij alleen wandelt

c)

hij nooit sprint

d)

hij niet hoeft te duelleren