Search Header Logo
Verwijswoorden: hen of hun?

Verwijswoorden: hen of hun?

Assessment

Presentation

World Languages

2nd - 12th Grade

Medium

Created by

Simone Goekoop-Boeter

Used 3+ times

FREE Resource

5 Slides • 20 Questions

1

Verwijswoorden:

hen of hun,

dat of wat?

Nederlands, formuleren

H45

A456

Slide image

2

Slide image

3

Multiple Choice

Hoe vind je ook alweer het lijdend voorwerp (LV)?

1

Wie/wat + gezegde?

2

Wie/wat + gezegde + onderwerp?

3

Aan wie/ voor wie + gezegde + onderwerp?

4

Multiple Choice

Bij een meewerkend voorwerp kun je 'aan' of 'voor' toevoegen en weglaten.

1

Dat klopt

2

Dat klopt niet

5

Slide image

6

Multiple Select

Kies de juiste vakjes.


Je gebruikt 'hen' in de volgende gevallen:

1

Als het een lijdend voorwerp is.

2

Na een voorzetsel

3

Als het een meewerkend voorwerp is

4

Als het een onderwerp is

7

Multiple Choice

Kies hen of hun.


Daar lopen Hans en Irene, ik ken ...... nog van de basisschool.

1

hen

2

hun

8

Multiple Choice

De manager geeft .... een vrije dag.

1

hen

2

hun

9

Multiple Choice

Ik ben ... echt beu.

1

hen

2

hun

10

Multiple Choice

Bij ... kan je altijd terecht voor extra uitleg.

1

hen

2

hun

11

Multiple Choice

Hij blijft altijd bij ...

1

hen

2

hun

12

Multiple Choice

Ik geef ... het boek.

1

hen

2

hun

13

Multiple Choice

Ik deed het voor ...

1

hen

2

hun

14

Multiple Choice

Heb je .... ook wat geld gegeven?

1

hen

2

hun

15

Multiple Choice

Zij schonk ....... een drankje in.

1

hen

2

hun

16

Multiple Choice

Hebt u ..... ook wat geld gegeven?

1

hen

2

hun

17

Multiple Choice

De coach koos ..... uit een groep van dertig spelers.

1

hen

2

hun

18

Slide image

19

Multiple Choice

Dat of wat?

Onze hond eet veel, wat/dat goed te zien is.

1

wat

2

dat

20

Multiple Choice

Dat, die of wat?

Het meisje die/dat/wat daar loopt, zit in mijn team.

1

die

2

dat

3

wat

21

Multiple Choice

Dat of wat?

Mijn vriendin koopt alles wat/dat ze ziet.

1

wat

2

dat

22

Slide image

23

Multiple Choice

Kies het juiste antwoord.

Zij is de persoon waarmee / met wie hij het liefst werkt.

1

waarmee

2

met wie

3

beide antwoorden zijn correct

24

Multiple Choice

Op het formulier staat ook de naam van de persoon waarnaar u moet vragen als u zich komt aanmelden.

1

Deze zin is correct

2

Deze zin is fout

25

Multiple Choice

De mensen bij wie ik die zomer heb gelogeerd, heb ik nadien nooit meer teruggezien.

1

Deze zin is correct

2

Deze zin is fout

Verwijswoorden:

hen of hun,

dat of wat?

Nederlands, formuleren

H45

A456

Slide image

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 25

SLIDE