Search Header Logo
SPELLEN: Aan elkaar of los

SPELLEN: Aan elkaar of los

Assessment

Presentation

Other

6th - 12th Grade

Practice Problem

Medium

Created by

Linda RMTL

Used 23+ times

FREE Resource

7 Slides • 12 Questions

1

Aan elkaar of los

Cursus Spellen

Slide image

2

Hoofdregel

Samenstellingen schrijf je in het algemeen aan elkaar. (Soms komt er een liggend streepje tussen de delen.)

3

1. samenstellingen van twee of drie woorden

deurbel, vakantiehuis, lagelonenland

autorijden, uiteenspatten, televisiekijken

donkerblauw, kogelvrij, veelgelezen

indiensttreding, teraardebestelling

4

2. getallen tot duizend (in letters) en samenstellingen met honderd en duizend

vijfenveertig

zeshonderdvijftig

dertienduizend


maar: tien miljoen, drie miljard

5

3. combinaties van een VZ en een BW

Hij woont heel dichtbij.


Let op! Als ná het VZ, een VNW of ZNW (met of zonder LW) volgt, schrijf je de woorden los!

Hij woont dicht bij mij (PERS.VNW).

Hij woont dicht bij het winkelcentrum (ZN).

6

4. combinaties van twee VZ

voorin

achterop


Let op! Als ná het VZ, een VNW of een ZNW (met of zonder LW) volgt, schrijf je de VZ los!

Max zat boven op hem (PERS.VNW).

Bij lange reizen zit Els graag voor in de bus (ZN), want achterin wordt ze altijd misselijk.

7

5. Voornaamwoordelijk bijwoorden; die bestaan uit er, hier, daar, waar + VZ

hieraan, waarvoor, erdoorheen, daartegenover


Let op! De regel geldt niet voor 'voorzetsels' die deel uitmaken van samengestelde werkwoorden als inpakken of afhangen. Vergelijk:

- Maak je de surprise op zolder of pak je die daar in? Nou, dat hangt ervan af.

- Ik neem in elk geval deze doos mee en stop de surprise daarin.

- Het cadeautje lag eerst op tafel, maar het viel ervanaf.

8

Multiple Choice

1/12

Aan elkaar of los?

1

acht uur journaal

2

achtuur journaal

3

acht uurjournaal

4

achtuurjournaal

9

Multiple Choice

2/12

Aan elkaar of los?

1

dode hoek spiegel

2

dodehoek spiegel

3

dode hoekspiegel

4

dodehoekspiegel

10

Multiple Choice

3/12

Aan elkaar of los?

1

er over heen springen

2

erover heen springen

3

eroverheen springen

4

eroverheenspringen

11

Multiple Choice

4/12

Aan elkaar of los?

1

garage bedrijf

2

garagebedrijf

12

Multiple Choice

5/12

Aan elkaar of los?

1

gebruik maken

2

gebruikmaken

13

Multiple Choice

6/12

Aan elkaar of los?

1

glazen plafond

2

glazenplafond

14

Multiple Choice

7/12

Aan elkaar of los?

1

hoge verhuis kosten

2

hogeverhuis kosten

3

hoge verhuiskosten

4

hogeverhuiskosten

15

Multiple Choice

8/12

Aan elkaar of los?

1

in gebruik name

2

ingebruik name

3

in gebruikname

4

ingebruikname

16

Multiple Choice

9/12

Aan elkaar of los?

1

internationaal onderzoek

2

internationaalonderzoek

17

Multiple Choice

10/12

Aan elkaar of los?

1

maximum prijs

2

maximumprijs

18

Multiple Choice

11/12

Aan elkaar of los?

1

peper dure schoenen

2

peperdure schoenen

3

peper dureschoenen

4

peperdureschoenen

19

Multiple Choice

12/12

Aan elkaar of los?

1

politie agente

2

politieagente

Aan elkaar of los

Cursus Spellen

Slide image

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 19

SLIDE