

2MH - voornaamwoorden
Presentation
•
World Languages
•
2nd Grade
•
Hard
Demi van der Linden
Used 4+ times
FREE Resource
7 Slides • 13 Questions
1
2MH - voornaamwoorden
zelfstandig, bijvoeglijk, persoonlijk, bezittelijk,

2
Zelfstandig naamwoord
- Dingen, dieren, planten en mensen
- Ook namen van mensen en aardrijkskundige namen (Henk woont in de Oranjestraat)
Checken of iets een zelfstandig naamwoord is?
- Je kan er de of het voorzetten (lidwoorden)
- Je kan er meervoud van maken
- Je kan er een verkleinwoord van maken
Voorbeelden:
- Boris verloor verschillende verkiezingen.
- Op het kaartje stond een orkaan afgebeeld.
3
Bijvoeglijk naamwoord
- zegt iets over een zelfstandig naamwoord. Noemt een eigenschap of kenmerk.
- staat meestal vóór een zelfstandig naamwoord, maar kan er soms ook achter staan.
drie vormen:
- gewoon bijvoeglijk naamwoord
- stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
- bijvoeglijk naamwoord afgeleid van een voltooid deelwoord
Voorbeelden:
- Het nieuwe meisje rijdt in een mooie auto.
(Het meisje is nieuw)
- Op de houten tafel ligt een gouden ketting.
- De gebraden kip viel op de schoongemaakte vloer.
4
Multiple Choice
Bij Gouda is bijna een trein ontspoord door natte bladeren.
Wat is het gekleurde woord?
lidwoorden
zelfstandig naamwoorden
werkwoorden
persoonlijk voornaamwoorden
5
Multiple Choice
Het schoolexamen was moeilijk.
Gekleurde woord is een?
lidwoord
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
6
Multiple Choice
Oudere mensen zijn vaak minder snel en hun zicht is minder geworden.
Bijvoeglijk naamwoord?
oudere en vaak
oudere en minder
zicht en minder
oudere en geworden
7
Multiple Choice
De atmosfeer laat alleen de nuttige energie door.
Bijvoeglijk naamwoord?
atmosfeer
laat
alleen
nuttige
8
Multiple Choice
Dat ijzeren beeldje vind ik mooi.
Wat is het gekleurde woord?
gewoon bijvoeglijk naamwoord
stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
bijvoeglijk naamwoord van een voltooid deelwoord
zelfstandig naamwoord
9
Persoonlijk voornaamwoord
Het persoonlijk voornaamwoord (p.vnw) verwijst naar mensen, dieren of dingen. Je gebruikt voor het onderwerp een andere vorm dan voor het lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp of voorzetselvoorwerp:
Onderwerp: ik, hij, zij, jij, het, wij, jullie, zij.
Geen onderwerp: mij, hem, haar, jou, ons, jullie, hen. hun.
Voorbeeld:
- Ik geeft hem een cadeau.
-Hij heeft het cadeau aan mij gegeven.
10
Bezittelijk voornaamwoord
Het bezittelijk voornaamwoord (bz vnw) geeft een bezit aan. Het staat voor een zelfstandig naamwoord of een bijvoeglijk naamwoord:
mijn, jouw, uw, zijn, haar, ons, jullie, hun.
Voorbeelden:
- Zijn dat onze glazen of zijn die van jullie?
- Mijn fiets was verzekerd, die van haar helaas niet.
11
Wederkerend voornaamwoord
Het wederkerend voornaamwoord (w vnw) komt alleen voor in combinatie met wederkerende werkwoorden, zoals: zich uitsloven, zich verslikken, zich voornemen.
Voorbeelden:
- ik vergis me.
- Jij vergist je.
- Wij vergissen ons.
Achter het wederkerend voornaamwoord kan je het woordje 'zelf' plaatsen:
- ik sloof me(zelf) uit.
- Hij slooft zich(zelf) uit.
12
Multiple Choice
We moeten haar waarschuwen voor m’n overburen.
Wat is het gekleurde woordsoort?
persoonlijk voornaamwoorden
bezittelijk voornaamwoorden
wederkerend voornaamwoord
zelfstandig naamwoorden
13
Multiple Choice
We hadden ons erg verheugd op hun bezoek.
lidwoord
wederkerend voornaamwoord
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
14
Multiple Choice
Hij schaamt zich voor zijn geknoei.
Wat is het gekleurde woord?
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
geen voornaamwoord
15
Multiple Choice
Die fiets van jou is veel beter dan die van mij. Wat is het gekleurde woordsoort?
lidwoorden
zelfstandig naamwoorden
persoonlijk voornaamwoorden
bezittelijk voornaamwoorden
16
Multiple Choice
Jullie helpen jullie klasgenoten heel goed.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
geen voornaamwoord
17
Multiple Choice
Ik heb jouw fiets even geleend.
lidwoord
zelfstandig naamwoord
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
18
Multiple Choice
Heb je je hieraan gesneden?
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
zelfstandig naamwoord
19
Multiple Choice
Ik amuseer me bij het opstellen van deze quiz.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
geen voornaamwoord
20
Aan het werk op Learnbeat
Grammatica 5.4 - deel 1 maken
(niet af = huiswerk)
2MH - voornaamwoorden
zelfstandig, bijvoeglijk, persoonlijk, bezittelijk,

Show answer
Auto Play
Slide 1 / 20
SLIDE
Similar Resources on Wayground
15 questions
Nieuwsrekenen
Lesson
•
3rd Grade
17 questions
Artikel
Lesson
•
3rd Grade
10 questions
taal th7 week 1
Lesson
•
1st Grade
20 questions
Voeding en vertering
Lesson
•
2nd Grade
18 questions
Ontstaan religies
Lesson
•
1st Grade
11 questions
Naamw. gezg.
Lesson
•
1st - 2nd Grade
12 questions
Lezen
Lesson
•
1st Grade
19 questions
Werkwoordspelling
Lesson
•
1st Grade
Popular Resources on Wayground
10 questions
5.P.1.3 Distance/Time Graphs
Quiz
•
5th Grade
10 questions
Fire Drill
Quiz
•
2nd - 5th Grade
20 questions
Equivalent Fractions
Quiz
•
3rd Grade
15 questions
Hargrett House Quiz: Community & Service
Quiz
•
5th Grade
20 questions
Main Idea and Details
Quiz
•
5th Grade
20 questions
Context Clues
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Inferences
Quiz
•
4th Grade
15 questions
Equivalent Fractions
Quiz
•
4th Grade
Discover more resources for World Languages
10 questions
Fire Drill
Quiz
•
2nd - 5th Grade
17 questions
2nd Grade Graphs (Bar & Picture)
Quiz
•
2nd Grade
15 questions
Telling Time
Quiz
•
2nd Grade
20 questions
Multiplication facts 1-12
Quiz
•
2nd - 3rd Grade
10 questions
Telling Time to the Nearest 5 Minutes
Quiz
•
2nd Grade
20 questions
Multiplication Facts
Quiz
•
2nd - 3rd Grade
19 questions
Fire Safety
Quiz
•
KG - 2nd Grade
14 questions
Main Idea
Quiz
•
2nd - 3rd Grade