Search Header Logo
BS 4 en BS 5 Transport

BS 4 en BS 5 Transport

Assessment

Presentation

Biology

10th Grade

Hard

Created by

Anna Vermeer

Used 3+ times

FREE Resource

15 Slides • 16 Questions

1

BS 4 en BS 5 Transport

4 kader

Slide image

2

Aan het einde van de les:

  • ken je de verschillen in bouw en functie tussen slagaders, aders en haarvaten

  • heb je een begin gemaakt met het leren van de namen van het bloedvatenstelsel

  • weet je hoe het glucosegehalte in het bloed wordt geregeld

  • Ben je bekend met een aantal hart- en vaatziekten

3

Open Ended

Hoe zit je erbij vandaag?

4

Open Ended

Wat weet je al over het onderwerp?

5

Wat weet je nog van de vorige les...

6

Multiple Choice

Welke bloeddeeltjes functioneren niet goed meer als iemand snel moe is en kortademig? 
1
Witte bloedcellen.
2
Rode bloedcellen.
3
Bloedplaatjes.
4
Het bloedplasma.

7

Multiple Choice

Question image

Hoe noemen we deze kleppen?

1

hartkleppen

2

halvemaanvormige kleppen

8

Multiple Choice

Question image

Hoe heet onderdeel 1

1

Linkerboezem

2

Llinkerkamer

3

Rechterboezem

4

Rechterkamer

9

Multiple Choice

In welk gedeelte van het hart is de wand het dikst?

1

rechterboezem

2

linkerboezem

3

rechterkamer

4

linkerkamer

10

Slagaders, aders en haarvaten

  • slagaders: stromen van het hart weg

  • aders: stromen naar het hart toe

  • haarvaten: uitwisseling zuurstof/ voedingsstoffen en afvalstoffen

Slide image

11

slagaders

  • hebben dikke, stevige en elastische wanden

  • hebben een hoge bloeddruk (=de kracht waarmee het bloed tegen de wanden van de bloedvaten drukt)

  • liggen diep in het lichaam

  • zijn meestal zuurstofrijk (longslagaders is de uitzondering)

Slide image

12

aders

  • bloed stroomt terug naar het hart

  • liggen dichter onder de huid

  • hebben kleppen

  • zijn meestal zuurstofarm (longader is de uitzondering)

Slide image

13

haarvaten

  • wanden zijn maar één celllaag dik

  • hierdoor kunnen voedingsstoffen/ zuurstof en afvalstoffen worden uitgewisseld

  • witte bloedcellen kunnen de vaten uit

Slide image

14

Multiple Choice

Wat is JUIST als het om slagaders gaat?
1
Er stroomt altijd zuurstofrijk bloed door.
2
Bloed stroomt altijd van het hart af.
3
Bloed is altijd helderrood dat hier doorheen stroomt.
4
Je hebt er maar 4 van in je lichaam.

15

Multiple Choice

Welk type bloedvat kenmerkt zich door het hebben van kleppen?

1

Kransslagaders

2

Haarvaten

3

Slagaders

4

Aders

16

Multiple Choice

Bij welk type bloedvaten kunnen witte bloedcellen door de wand heen?
1
Slagaders
2
Aders
3
Haarvaten
4
Poortader

17

het bloedvatenstelsel

  • Leer afb 28 blz. 101 goed!

  • blauw = zuurstof arm

  • rood = zuurstof rijk

  • poortader = ader vanuit de darmen naar de lever: voedingsstofrijk/ zuurstof arm

Slide image

18

glucoseregeling in het bloed

  • teveel glucose in het bloed: lever maakt glycogeen

  • te laag glucose gehalte in het bloed: glycogeen wordt omgezet in glucose

Slide image

19

20

Multiple Choice

In welk bloedvat veranderd het gehalte glucose voortdurend? 
1
In de poortader.
2
In de leverslagader.
3
In de aorta.
4
In de maagslagader.

21

Multiple Choice

Als je glucose gehalte in je bloed te laag is (onder de 0,1%) maakt je lichaam

1

Insuline aan

2

Glucagon aan

22

hart en vaatziekten

  • hoge- lage bloeddruk

  • slagaderverkalking

  • hartinfarkt/ beroerte

  • hartritmestoornis

23

slagaderverkalking

  • belangrijkste oorzaken: stress, roken, ongezonde levensstijl

  • beschadigde slagader gaat zich vernauwen door de afzetting van witte bloedcellen en vet aan de wand

  • gevolg: hartinfarct = kransslagader zit verstopt

  • beroerte: slagader in de hersenen zit verstopt

Slide image

24

hartritmestoornis

  • verstoring in het normale hartritme

  • gevolg: alleen een deel van het hart trekt samen

  • op te lossen met een pacemaker

Slide image

25

Multiple Choice

Roken verhoogd de kans op een herseninfarct.
1
Juist
2
Onjuist

26

Multiple Choice

Een laag cholesterolgehalte van het bloed heeft een grotere kans op een hartinfarct tot gevolg.
1
Juist
2
Onjuist

27

Multiple Choice

Iemand voelt druk op zijn borstkas, is kortademig en heeft pijn in zijn onderkaak. Wat is er aan de hand?
1
Hij heeft een klaplong.
2
Hij heeft een hartinfarct.
3
Hij heeft een herseninfarct.
4
Hij heeft een klap tegen zijn kop gehad.

28

Multiple Choice

Een gezicht hangt scheef, iemand kan moeilijk uit zijn woorden komen en heeft geen besef meer van tijd. Wat is er aan de hand?
1
Hartinfarct.
2
Herseninfarct.
3
Klaplong.
4
Nierfalen.

29

Aan het einde van de les:

  • ken je de verschillen in bouw en functie tussen slagaders, aders en haarvaten

  • heb je een begin gemaakt met het leren van de namen van het bloedvatenstelsel

  • weet je hoe het glucosegehalte in het bloed wordt geregeld

  • Ben je bekend met een aantal hart- en vaatziekten

30

Vragen?

  • Volgende les: BS 6 weefselvloeistof en lymfe

  • voorbereiding voor deze les, instructiefilm bekijken: https://youtu.be/YeB6oA0Fed4

  • Nu: aan de slag met de opdrachten

  • BS 4: opdracht 22, 23, 24, 26, 30, 32

  • BS 5: opdracht 35, 36, 38

31

Open Ended

Wat was vandaag nieuw voor je?

BS 4 en BS 5 Transport

4 kader

Slide image

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 31

SLIDE