

h11 (htr 10) deel 1 manoeuvre
Presentation
•
Professional Development
•
Professional Development
•
Practice Problem
•
Medium
Tine Smet
Used 17+ times
FREE Resource
1 Slide • 24 Questions
1
h11 deel 1 manoeuvre
​

2
Multiple Choice
Je rijdt achter een trage bestelwagen.
Jij wil die inhalen langs links.
Je zet je richtingaanwijzer aan.
Jij hebt voorrang.
Het verkeer op de rijstrook links van jou
moet jou voorrang geven.
Jij moet voorrang geven.
3
Multiple Choice
Je bent de zwarte auto.
Je wil straks aan het kruispunt linksaf slaan.
Je moet veranderen van rijstrook!
Je moet 2 rijstroken naar links.
Je zet je richtingaanwijzer aan.
Jij hebt voorrang.
Het verkeer op de rijstrook links van jou
moet jou voorrang geven.
Jij moet voorrang geven.
Je moet wachten tot er plaats is en dan mag je
2 rijstroken opschuiven.
4
Multiple Choice
Je vertrekt vanuit een parkeervak.
Er rijdt een auto op de rijbaan.
Wie mag nu eerst, wie heeft voorrang?
de auto die op de rijbaan rijdt
Ik,
ik mag nu meteen uit het parkeervak beginnen rijden op de rijbaan
5
Multiple Choice
Heb je (A) voorrang?
Je vertrekt vanuit een parkeervak.
ja, jij mag direct vertrekken.
nee, je geeft voorrang aan het verkeer op de rijbaan (B).
6
Multiple Choice
Je vertrekt vanuit een parkeervak.
MOET je je richtingaanwijzer aanzetten?
ja, altijd
nee, dat mag maar moet niet
7
Multiple Choice
Ik verlaat een parkeerplaats.
Ik heb voorrang
De voertuigen op de rijbaan hebben voorrang.
8
Multiple Choice
Je vertrekt vanuit een parking van de supermarkt.
Wie mag nu eerst?
Ik,
ik rijd heel snel om voor de gele auto op de rijbaan te zijn
De gele auto
die al op de rijbaan is.
9
Multiple Choice
Heb je voorrang?
Je vertrekt vanuit de parking van een winkel of jouw oprit
ja, jij mag direct vertrekken.
nee, je geeft voorrang aan het verkeer op de rijbaan.
10
Multiple Choice
Je vertrekt vanuit de oprit voor jouw huis (of dat van een vriend).
Wie mag nu eerst?
Ik,
ik rijd heel snel om voor de gele auto op de rijbaan te zijn
De gele auto
die al op de rijbaan is.
11
Multiple Choice
Jij (de gele auto)
dwarst de straat
om links af te slaan
Heb je voorrang?
ja, jij mag direct vertrekken.
De andere auto's links en rechts op de rijbaan moeten jou voorrang geven
nee, je geeft voorrang aan het verkeer op de rijbaan.
(misschien moet je even wachten tussen de 2 rijstroken)
12
Multiple Choice
Jij bent te ver gereden.
Je keert je midden in een straat.
Er komt een tegenligger.
Heb je voorrang?
ja, jij mag beginnen keren.
De andere auto moet even wachten,
hij moet jou voorrang geven.
nee,
jij wacht tot er geen tegenligger is.
je geeft voorrang aan het verkeer in de andere richting
13
Multiple Choice
Jij start op de autosnelweg.
Je bent op de invoegstrook.
Heb je voorrang?
ja,
de andere auto's moeten vertragen
en jou er tussen laten.
nee,
jij vertraagt en kijkt goed tot er plaats is om tussen te rijden.
(auto's op de autosnelweg mogen hoffelijk zijn en vertragen of even naar de linker rijstrook gaan)
14
Multiple Choice
Heb je voorrang?
Autosnelweg.
Jij bent op de oprit en begint op de autosnelweg te rijden.
ja, jij mag direct vertrekken.
nee, je geeft voorrang aan het verkeer op de autosnelweg.
15
Multiple Choice
Autosnelweg.
Jij bent op de oprit en begint op de autosnelweg te rijden.
Auto B rijdt even links omdat hij een andere auto heeft ingehaald.
auto B MOET links blijven rijden om A op de autosnelweg te laten komen.
het is sympathiek maar moet niet. Auto B MAG ook direct rechts rijden, dat moet A wat langer wachten.
16
Multiple Choice
Jij bent auto B.
Voor jou is een hindernis
(geparkeerde auto, container, werken).
wie heeft voorrang?
ik, de groene auto B
de tegenligger, auto A
17
Multiple Choice
Het fietspad stopt.
De fietser doet iets gevaarlijks,
hij begint te rijden op de rijbaan.
Er komt net een auto aan op de rijbaan.
Wie heeft voorrang?
de auto
de fiets heeft voorrang
18
Multiple Choice
Het fietspad stopt.
De fietser doet iets gevaarlijks,
hij begint te rijden op de rijbaan.
Er komt net een auto aan op de rijbaan.
Wie heeft voorrang?
de auto
de fiets heeft voorrang
19
Multiple Choice
Het fietspad stopt.
De fietser moet op de rijbaan verder.
Er komt net een auto aan op de rijbaan.
Wie heeft voorrang?
de auto
de fiets heeft voorrang
20
Multiple Choice
Binnen de bebouwde kom.
Een bus van De Lijn vertrekt aan een bushalte.
Wie heeft voorrang?
de bus
het andere verkeer
21
Multiple Choice
Buiten de bebouwde kom.
Een bus van De Lijn vertrekt aan een bushalte.
Wie heeft voorrang?
de bus
het andere verkeer
22
Multiple Choice
Gewone weg
Rijstrookvermindering langs links.
Er is veel verkeer. (vertraagd verkeer)
Wie heeft voorrang?
de eerste bestuurder op de rijstrook die verder gaat
de eerste bestuurder op de rijstrook die stopt
dus de linkse rijstrook
(je moet ritsen)
23
Multiple Choice
Gewone weg.
Rijstrookvermindering langs rechts.
Er is veel verkeer. (vertraagd verkeer)
Wie heeft voorrang?
de eerste bestuurder op de rijstrook die stopt
de eerste bestuurder op de rijstrook die stopt
dus de rechtse rijstrook
(je moet ritsen)
24
Multiple Choice
Gewone weg.
Rijstrookvermindering langs 2 kanten (links en rechts).
Er is veel verkeer. (vertraagd verkeer)
Wie heeft voorrang?
links - rechts - midden
rechts - links - midden
links-midden-rechts
25
Multiple Choice
Weinig verkeer.
Wie heeft voorrang?
blauwe auto A,
verplicht ritsen
rode auto B
h11 deel 1 manoeuvre
​

Show answer
Auto Play
Slide 1 / 25
SLIDE
Similar Resources on Wayground
19 questions
Monitoreo del proyecto
Presentation
•
Professional Development
18 questions
Comunicación Asertiva
Presentation
•
Professional Development
21 questions
REPASO UD1 CAC
Presentation
•
Professional Development
19 questions
Evaluación Formativa Función Docente
Presentation
•
Professional Development
19 questions
Sistemas motor
Presentation
•
Professional Development
20 questions
Formatif direction
Presentation
•
Professional Development
20 questions
Aula 6
Presentation
•
Professional Development
19 questions
dhmo
Presentation
•
Professional Development
Popular Resources on Wayground
16 questions
Grade 3 Simulation Assessment 2
Quiz
•
3rd Grade
19 questions
HCS Grade 5 Simulation Assessment_1 2526sy
Quiz
•
5th Grade
10 questions
Cinco de Mayo Trivia Questions
Interactive video
•
3rd - 5th Grade
17 questions
HCS Grade 4 Simulation Assessment_2 2526sy
Quiz
•
4th Grade
24 questions
HCS Grade 5 Simulation Assessment_2 2526sy
Quiz
•
5th Grade
13 questions
Cinco de mayo
Interactive video
•
6th - 8th Grade
20 questions
Math Review
Quiz
•
3rd Grade
30 questions
GVMS House Trivia 2026
Quiz
•
6th - 8th Grade