Search Header Logo
DNA havo 4

DNA havo 4

Assessment

Presentation

Biology

4th - 5th Grade

Hard

Created by

Annemarie Muis

Used 10+ times

FREE Resource

11 Slides • 17 Questions

1

DNA

media

2

Bouwsteen van DNA

media

3

A samen met T en C samen met G

media

4

Multiple Select

DNA bestaat uit de volgende onderdelen:

1

deoxyribose

2

ribose

3

stikstofbasen

4

chromosomen

5

fosfaatgroep

5

Multiple Choice

In DNA wordt de stikstofbase adenine (A) gekoppeld met:

1

A

2

T

3

C

4

G

6

DNA blijft altijd in de celkern, RNA verlaat de celkern

media

7

media

8

media

9

Multiple Choice

Eiwitten bestaan uit ...

1

Stikstofbasen

2

Codons

3

mRNA

4

Aminozuren

10

Multiple Choice

Wat is de rol van het ER (endoplasmatisch reticulum) bij de eiwitsynthese?

1

Maken van eiwit

2

Vouwen en vervoeren van eiwit

3

Aflezen van DNA-code

4

Exocytose

11

Multiple Choice

Het hele proces van overschrijven van DNA op mRNA en het uiteindelijke vormen van een functioneel eiwit noem je...

1

transcriptie

2

translatie

3

eiwitsynthese

4

exocytose

12

Multiple Choice

De code voor een aminozuur noem je een codon en is ..... stikstofbasen lang

1

1

2

2

3

3

4

4

13

Multiple Choice

Transcriptie is ...

1

Het overschrijven van de mRNA-code op aminozuren

2

Het overschrijven van de mRNA-code op DNA

3

Het overschrijven van de DNA-code op mRNA

4

Het overschrijven van de DNA-code op aminozuren

14

Multiple Choice

Een gen bevat de code voor het maken van ....

1

Een eiwit

2

Een ribosoom

3

Een nucleotide

4

Een aminozuur

15

Multiple Choice

Wat is de juiste volgorde van groot naar klein

1

celkern - gen - chromosoom - stikstofbase

2

chromosoom - gen - stikstofbase - celkern

3

celkern - chromosoom - gen - stikstofbase

4

celkern - stikstofbase - gen - chromosoom

16

media

17

media
media

18

Multiple Choice

Question image

Als het codon AUG is waarvoor codeert het dan?

1

His

2

Pro

3

START

4

STOP

19

Multiple Choice

Een vorm van resistentie bij een vlinder wordt veroorzaakt door een puntmutatie in het HaTSPAN1-gen. Het mutante allel is dominant.

Door de puntmutatie wordt op een positie in het HaTSPAN1- eiwit het aminozuur serine ingebouwd in plaats van leucine. De puntmutatie leidt tot de verandering van één base in het mRNA.

Welk codon in het oorspronkelijke RNA is veranderd door de puntmutatie?

1

CUA of CUG

2

CUU of CUC

3

UUA of UUG

20

Examenvraag: Van Vinnen naar poten

De transformatie van vinnen naar poten lijkt al vóór de overgang van

water naar land te zijn ingezet. De pootachtige vinnen van de coelacanth wijzen hierop, maar ook op DNA-niveau zijn hiervoor aanwijzingen te vinden. De onderzoekers troffen een specifieke nucleotiden-volgorde aan die wel in alle vierpotige landdieren en kwastvinnigen voorkomt, maar niet in andere vissen.


Om de rol van dit stukje DNA te onderzoeken werd een nucleïnezuur uit verschillende weefsels van muizenembryo’s geanalyseerd. Hieruit bleek dat het stukje DNA vooral actief is in die delen waar de poten van de muis zich ontwikkelen.

21

Multiple Choice

- Welk nucleïnezuur hebben de onderzoekers geanalyseerd om de rol van dit stukje DNA te bepalen?

- En wat hebben ze van dit stukje DNA aangetoond?

1

DNA

de genetische code

2

DNA

genexpressie

3

RNA

de genetische code

4

RNA

genexpressie

22

Examenvraag: Zetmeeldieet maakte van de wolf een hond

Meer dan 10.000 jaar geleden is het voedingspatroon van de voorouders van onze huidige hond veranderd. Dit is een belangrijke stap geweest in de ontwikkeling van de wolf tot huisdier (domesticatie).

media

23

Multiple Choice

Axelsson analyseerde het DNA van 12 wolven en 60 honden. De wolven kwamen van verschillende continenten en de honden behoorden tot

14 rassen. Drie uitspraken over deze onderzoeksgroep zijn:


1. Een hond en een wolf die samen vruchtbare nakomelingen kunnen voortbrengen behoren tot dezelfde soort.

1

juist

2

onjuist

24

Multiple Choice

2. De 14 hondenrassen onderscheiden zich van elkaar doordat zij elk een kenmerkend fenotype hebben.

1

juist

2

onjuist

25

Multiple Choice

3. Bij de honden van één ras is het DNA volledig identiek.

1

juist

2

onjuist

26

Gen voor amylase

Axelsson vond tussen de groep honden en de groep wolven verschillen in tien genen die een rol spelen bij de vertering van zetmeel en vetten.

Nadat het onderzoek was opgeschaald tot 136 honden en 35 wolven vond de onderzoeker de volgende resultaten voor het gen voor amylase:

1. Alle wolven hadden twee kopieën van dit gen, terwijl de honden 4 tot 30 kopieën hadden.

2. Bij honden werd elk gen voor amylase gemiddeld 28 keer vaker afgelezen dan bij wolven.

3. Amylase van honden was efficiënter in het ‘knippen’ van zetmeel dan amylase van wolven.

27

Multiple Choice

Welke stof wordt gevormd bij het aflezen van een gen, zoals bij resultaat 2?


Resultaat 2: Bij honden werd elk gen voor amylase gemiddeld 28 keer vaker afgelezen dan bij wolven.

1

DNA

2

eiwit

3

RNA

28

Multiple Choice

1. Alle wolven hadden twee kopieën van dit gen, terwijl de honden 4 tot 30 kopieën hadden.

2. Bij honden werd elk gen voor amylase gemiddeld 28 keer vaker afgelezen dan bij wolven.

3. Amylase van honden was efficiënter in het ‘knippen’ van zetmeel dan amylase van wolven.


Door welke van deze drie resultaten wordt mede verklaard dat honden beter zetmeel verteren dan wolven?

1

alleen door 1 en 2

2

alleen door 1 en 3

3

alleen door 2 en 3

4

door 1, 2 en 3

DNA

media

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 28

SLIDE