Search Header Logo
erfelijkheid

erfelijkheid

Assessment

Presentation

Biology

4th - 5th Grade

Hard

Created by

Annemarie Muis

Used 4+ times

FREE Resource

1 Slide • 12 Questions

1

erfelijkheid

Slide image

2

Multiple Choice

Question image

Persoon nummer 4 heeft als enige blauwe ogen (genotype is bb). De rest heeft bruine ogen. Van welke personen in deze stamboom kun je met zekerheid zeggen dat ze het genotype Bb hebben?

1

1 en 2

2

alleen 1

3

3 en 5

4

alleen 4

3

Multiple Choice

Thalassemie is een zeer ernstige bloedziekte die het gevolg is van afwijkende rode bloedcellen. De ziekte wordt veroorzaakt door een recessief gen. Iemand die heterozygoot is voor dit gen, wordt een drager genoemd. Een drager heeft meestal voldoende gezonde rode bloedcellen en heeft de ziekte in een minder ernstige vorm.


Komt het gen voor thalassemie in alle gewone lichaamscellen van Rob voor? En in alle zaadcellen?

1

in alle gewone lichaamscellen en in alle zaadcellen

2

in alle gewone lichaamscellen en in de helft van de zaadcellen

3

in de helft van de gewone lichaamscellen en in alle zaadcellen

4

in de helft van de gewone lichaamscellen en in de helft van de zaadcellen

4

Multiple Choice

DNA bevindt zich in de kern van de cel, maar ook ergens anders? Waar?

1

Deze bewering is niet juist

2

In de ribosomen

3

In de mitochondrien

4

In het celplasma

5

Multiple Choice

Hoeveel autosomen zitten in een gewone cel?
1
44
2
46
3
2

6

Multiple Choice

Wat is het genoom?

1

De erfelijke code van organismen

2

De erfelijke code van de mens

3

De combinatie van genotype met invloeden uit het milieu

4

Zichtbare eigenschappen

7

Multiple Choice

Een koe heeft voor vachtkleur genotype Bb

1

de koe is bruin want bruin is dominant

2

de koe is heterozygoot voor vachtkleur

3

de koe is wit van vacht

4

Dit kan je niet weten: te weinig informatie

8

Multiple Choice

Question image

Een bijenvolk bestaat uit darren (mannelijke bijen), werksters (vrouwelijke bijen) en een koningin. In bron 1 zijn deze drie typen bijen weergegeven.

Darren ontstaan uit onbevruchte eicellen. Werksters en koninginnen ontstaan uit bevruchte eicellen. Een larve, ontstaan uit een bevruchte eicel, ontwikkelt zich afhankelijk van de hoeveelheid en de samenstelling van het toegediende voedsel tot een werkster of tot een koningin.

Naar aanleiding van deze gegevens worden de volgende beweringen gedaan.

1 Bij het ontstaan van het verschil in fenotype tussen een dar en een koningin spelen verschillen in genotype een belangrijke rol.

2 Bij het ontstaan van het verschil in fenotype tussen een werkster en een koningin spelen milieufactoren een belangrijke rol.


Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

1

Alleen bewering 1 is juist.

2

Alleen bewering 2 is juist.

3

De beweringen 1 en 2 zijn beide juist.

9

Multiple Choice

Men vergelijkt de naalden aan één spar. De naalden zijn niet allemaal even lang.

Is bij een korte naald het fenotype anders dan bij een lange naald? En het genotype?

1

Alleen het genotype is anders

2

Alleen het fenotype is anders

3

Zowel het fenotype als genotype zijn anders

4

Fenotype en genotype zijn bij beide gelijk

10

Multiple Choice

Een genotype met twee dezelfde allelen noemen we ook wel

1

monohybride

2

dihybride

3

homozygoot

4

heterozygoot

11

Multiple Choice

Question image

Is de persoon van het karyogram een jongen of een meisje?

1

Jongen

2

Meisje

12

Multiple Choice

Question image

De Indische wandelende tak (zie de afbeelding) is een insect dat je als huisdier kunt houden. Een volwassen vrouwtje leeft enkele maanden en legt elke dag twee of drie eieren. De eieren hoeven niet te worden bevrucht. Uit elk eitje ontwikkelt zich een vrouwtje dat precies op de moeder lijkt.

Van welke vorm van voortplanting is hier sprake?

1

Geslachtelijke voortplanting

2

Ongeslachtelijke voortplanting

13

Multiple Choice

Question image

Je ziet in de afbeelding een krokusknol met enkele scheuten. De scheuten kunnen van de knol worden gehaald en verder groeien als afzonderlijke planten.

Welke bewering over de jonge planten is juist?

1

De jonge planten ontstaan door geslachtelijke voortplanting en hebben allemaal een verschillend genotype.

2

De jonge planten ontstaan door geslachtelijke voortplanting en hebben allemaal hetzelfde genotype.

3

De jonge planten ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting en hebben allemaal een verschillend genotype.

4

De jonge planten ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting en hebben allemaal hetzelfde genotype.

erfelijkheid

Slide image

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 13

SLIDE