

Nederlands
Presentation
•
Education
•
4th Grade
•
Practice Problem
•
Medium
Tessa Jurjens
Used 5+ times
FREE Resource
6 Slides • 5 Questions
1
Nederlands

2
Herhaling grammatica
Lijdend voorwerp: Een zin kan een lijdend voorwerp bevatten, maar dat hoeft niet. Er staat altijd maximaal één lijdend voorwerp in de zin.
Het lijdend voorwerp (lv) kun je vinden door de volgende vraag te stellen:
lijdend voorwerp: wie/wat + gezegde + onderwerp? lv: wie/wat + gezegde + ow? Op de plaats van 'gezegde' en 'onderwerp' vul je het gevonden gezegde en het gevonden onderwerp in.
3
Multiple Choice
Hij heeft een voetbal gevonden.
heeft
een voetbal
gevonden
4
Aanwijzend voornaamwoord
Aanwijzende voornaamwoorden zijn onder andere: deze, die, dit en dat.
Een aanwijzend voornaamwoord kan in plaats van het lidwoord staan voor een zelfstandig naamwoord (de leerling, die leerling). Het aanwijzend voornaamwoord verwijst naar het zelfstandig naamwoord. Bij een aanwijzend voornaamwoord wijs je het zelfstandig naamwoord eigenlijk aan.
5
Multiple Choice
Want vindt je leraar van dat antwoord?
Vindt
leraar
dat
antwoord
6
voorzetsel
Een voorzetsel geeft vaak plaats, tijd, reden/oorzaak aan. Een voorzetsel staat meestal voor een lidwoord of een voornaamwoord.
7
Multiple Choice
werken, fietsen, op, de
werken
fietsen
op
de
8
Meewerkend voorwerp
Een meewerkend voorwerp kan in een zin staan, maar dat hoeft niet. Er staat altijd maar maximaal één meewerkend voorwerp (mv) in een zin.
Het meewerkend voorwerp (mv) kun je vinden door de volgende vraag te stellen:
mv: aan/voor wie + wwg + ow + (lv)?
Let op: Het voorzetsel 'aan' of 'voor' kan bijna altijd worden weggelaten of toegevoegd bij het meewerkend voorwerp.
9
Voorbeeld
Hij heeft aan Sanne een cadeau gegeven.
pv: heeft
wwg: heeft gegeven
ow: wie/wat heeft gegeven?:hij
lv: wie/wat heeft hij gegeven?: een cadeau
mw: aan (voor) wie heeft hij een cadeau gegeven?: aan Sanne
10
Multiple Choice
Vorige week wilden Bart, Kees en Ben een cadeaubon gaan kopen voor de jarige juf.
Bart, Kees en Ben
een cadeaubon
voor de jarige juf
11
Multiple Choice
Ik hang mijn jas aan de kapstok.
Ik
mijn jas
aan de kapstok
X
Nederlands

Show answer
Auto Play
Slide 1 / 11
SLIDE
Similar Resources on Wayground
7 questions
5VA 77
Presentation
•
KG
6 questions
la fierte de la ville de Rotterdam
Presentation
•
KG
10 questions
H3P2
Presentation
•
4th Grade
10 questions
§3.3 GS 2KGT
Presentation
•
6th Grade
10 questions
formules en reacties
Presentation
•
3rd Grade
6 questions
C mavo wiskunde periode 2, week 3 (16-20 nov)
Presentation
•
3rd Grade
13 questions
Kongregasi Frater-Frater Bunda Hati Kudus
Presentation
•
3rd Grade
10 questions
Question tags
Presentation
•
2nd - 4th Grade
Popular Resources on Wayground
20 questions
Math Review
Quiz
•
3rd Grade
15 questions
Fast food
Quiz
•
7th Grade
20 questions
Context Clues
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Inferences
Quiz
•
4th Grade
19 questions
Classifying Quadrilaterals
Quiz
•
3rd Grade
20 questions
Figurative Language Review
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Equivalent Fractions
Quiz
•
3rd Grade
10 questions
Identify Fractions, Mixed Numbers & Improper Fractions
Quiz
•
3rd - 4th Grade