Search Header Logo
Mening geven

Mening geven

Assessment

Presentation

World Languages

University

Hard

Created by

Lennart Vanstaen

Used 4+ times

FREE Resource

22 Slides • 0 Questions

1

Mening geven

een les over mening geven en argumenteren

Slide image

2

1. Een mening geven

  • Ik vind... + adjectief of substantief

  • ik vind dat... (SOV)

  • ik denk dat (SOV)

  • Volgens mij (SVO)

  • Naar mijn mening (SVO)

3

Voorbeelden met 'ik vind + adjectief of substantief' (voor korte meningen)

  • Ik vind Nederlands een moeilijke taal.

  • Hij vindt het huis niet zo mooi.

  • Wij vonden de reis erg vermoeiend.

  • Zij vindt haar leraar knap.

4

Voorbeelden met 'ik vind dat + SOV' (voor een langere mening)

  • Ik vind dat het Nederlands te veel verschillende grammaticaregels heeft.

  • Hij vindt dat de prijs van het huis niet correct is voor de kwaliteit.

  • Ze vinden dat de situatie in Syrië de laatste tijd te weinig in de media komt.

5

Voorbeelden met 'ik denk dat + SOV' (voorzichtige mening)

  • Ik denk dat we een mooier huis zouden kunnen vinden.

  • Ik denk dat het Nederlands soms een beetje te veel invloeden heeft van andere talen.

  • We denken dat het beter is voor hem om thuis te blijven.

6

Voorbeelden met 'volgens mij + SVO' (geen bijzin)

  • Volgens mij is Nederlands een heel moeilijke taal.

  • Volgens hem komt zijn vriend vandaag niet naar de les.

  • Volgens haar is haar leraar bijzonder slim.

  • Volgens ons blijft de student beter thuis vandaag.

7

Voorbeelden met 'naar mijn mening' (geen bijzin)

  • Naar mijn mening is Nederlands een complexe taal.

  • Naar haar mening moet de leerling thuisblijven.

  • Naar onze mening kan je beter een ander huis zoeken.

  • Naar mijn mening moeten ze wachten met die beslissing.

8

Pas op met mixen!

Je mag geen 'dubbele' mening gebruiken zoals

9


  • Volgens mij vind ik dat... = FOUT!

  • Ik denk dat we naar mijn mening... = FOUT!

  • Ik vind dat mijn mening... = FOUT!

10

Wanneer kan het wel?

(als de persoon/subject van de twee zinnen niet hetzelfde is)

11


  • (met 1 bijzin)

    Onze leraar denkt dat de lessen volgens de directeur niet mogen doorgaan.

  • (met 2 bijzinnen)

    Naar onze mening is het raar dat Peter vindt dat Belgen gesloten zijn.

12

2. Argumenteren

  • omdat / want

  • ten eerste, ten tweede, ten derde... ten laatste / ten slotte

  • om te beginnen...

  • bovendien

  • enerzijds, anderzijds

13

omdat / want

  • Ik vind Nederlands moeilijk omdat de spelling onlogisch is.

  • Naar mijn mening moet de student thuisblijven omdat hij symptomen heeft.

  • We vinden het een goede beslissing want iedereen gaat akkoord.

14

ten eerste, ten tweede... ten slotte (voor een opsomming)

  • Ik vind Nederlands een moeilijke taal. Ten eerste is de spelling niet logisch. Ten tweede vind ik de bijzinnen heel complex en ten slotte kan ik sommige klanken niet goed uitspreken.

  • Volgens ons is er te weinig groen in de stad. Ten eerste zijn bomen belangrijk voor onze gezondheid. Ten tweede filteren ze de slechte lucht van de auto's en ten laatste is het ook gewoon mooier.

15

om te beginnen / bovendien (voor structuur)

  • Zij vindt België een aangenaam land om in te wonen. Volgens haar zijn er veel voordelen. Om te beginnen zijn de mensen vriendelijk als je ze kent. Bovendien regent het niet zoveel als mensen denken. Ten slotte zijn er veel mooie steden om te bezoeken.

16

enerzijds / anderzijds (voor een tegenstelling)

  • Enerzijds denk ik dat het Nederlands een moeilijke taal is met veel regels. Anderzijds vind ik het ook wel een mooie taal.

  • Enerzijds vindt ze België een land met weinig natuur, maar anderzijds zijn er genoeg mooie parken en rustige plekken.

17

3. Reageren op een mening

positief, negatief, deels positief of onverschillig

18

Positief reageren

  • Ik ga/ben akkoord (met jou).

  • Ik ben het eens (met jou).

  • Ik ga ermee akkoord. ("met het")

  • Ik ben het ermee eens. ("met het")

  • Ik deel je mening / Ik heb dezelfde mening.

  • Dat vind ik ook!

  • Je hebt gelijk!

19

Negatief reageren

  • Ik ben/ga niet akkoord met jou.

  • Ik ben het er niet mee eens ("met het")

  • Ik heb een andere mening (dan jij).

  • Dat vind ik niet.

  • Ik vind van niet.

  • Ik deel je mening niet

20

Deels akkoord gaan (niet helemaal)

  • Ik ga/ben deels akkoord.

  • Ik begrijp je mening, maar (ik vind...)

  • Ik ben niet volledig akkoord.

  • Ik volg (jou) niet helemaal/volledig.

  • Ik heb een licht andere mening.

21

Onverschillig reageren (je wil niet reageren)

  • Daar wil ik niet op reageren. (je hebt geen zin om te reageren).

  • Ik heb er geen mening over. (je weet er niet genoeg over).

  • Dat laat me koud (ik vind het geen interessante discussie).

  • Ik hou me er liever buiten. (ik zeg liever niets, bv. omdat het onderwerp te moeilijk, persoonlijk of gevoelig is).

22

Voorbeeld van een kleine discussie

  • Volgens mij is België geen goed land om op vakantie te gaan.

  • Ten eerste regent het veel en ik vind het ook veel te klein. Ten tweede is er geen natuur, alleen maar steen. Bovendien spreken alle mensen daar dialect. Ik vind het erg moeilijk!

  • Ik ben het er niet mee eens. Ik denk dat het vaak mooi weer is en volgens mij is er wel natuur, je moet alleen weten waar. En de mensen zijn naar mijn mening heel open en vriendelijk. Ga je ermee akkoord?

  • Daar heb ik geen mening over, ik ben nog nooit in België geweest...

  • Wat?! Dan moet je zeker eens gaan!

  • Absoluut! Je hebt gelijk. Ik ga er deze zomer naartoe.

Mening geven

een les over mening geven en argumenteren

Slide image

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 22

SLIDE